Wijziging btw-regels B2C-diensten in 2015

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Vanaf 2015 zullen de btw-regels voor elektronische diensten wijzigen. Hieronder wordt verstaan: telecommunicatiediensten, omroepdiensten en elektronische diensten. Deze diensten worden op dit moment voor Nederlandse dienstverleners met 21% belast.

Hoe luiden de regels?

Momenteel worden de hierboven genoemde B2C(business to consumer)-diensten wanneer ze door EU-dienstverleners worden verleend aan niet-belastingplichtigen die binnen de EU wonen of zijn gevestigd, belast in het land van de EU-dienstverlener. De Europese Commissie heeft echter eind 2012 een voorstel tot wijziging van de btw-uitvoeringsverordening gedaan. Dit voorstel heeft betrekking op de eerdergenoemde B2C-diensten en is door de Europese Commissie op 18 december 2012 aangenomen.

Wat gaat er wijzigen?

Met ingang van 2015 zullen de nieuwe regels omtrent de telecom-, omroep- en elektronische diensten in werking treden. Dit betekent dat deze B2C-diensten vanaf 2015 belast zullen worden in de lidstaat waar de afnemer woont of is gevestigd. Dit geldt ook indien het gaat om een privépersoon. Voor de heffing van btw zal dus worden aangesloten bij het land waar het verbruik daadwerkelijk plaatsvindt. Het gevolg hiervan is dat de EU-dienstverlener btw moet betalen in de lidstaat waar de afnemer woont of is gevestigd. Een dergelijke regeling bestond al voor non-EU-dienstverleners.

Voor wie is de wijziging bedoeld?

De wijziging zal gevolgen hebben voor:

–          Leveranciers van telecommunicatiediensten (sms/telefoon)

–          Leveranciers van omroepdiensten (televisie en radio)

–          Leveranciers van elektronische diensten (softwaredownloads)

Gevolgen

Het gevolg van de nieuwe regelgeving is, zoals eerder gezegd, dat de EU-dienstverleners btw moeten voldoen in de lidstaat waar de afnemer is gevestigd. Een nadelig gevolg hiervan is dat de EU-leveranciers met 28 btw-tarieven en 28 btw-registraties te maken zullen krijgen. Daarnaast is het ook moeilijk om de vestigingsplaats van de afnemer te bepalen. Voor de bepaling van de vestigingsplaats moet de leverancier beschikken over twee bewijsstukken. In het voorstel van de Europese Commissie worden onder andere genoemd: het IP-adres, factuuradres en bankgegevens van de afnemer.

Doordat EU-landen verschillende btw-tarieven hanteren zal men in sommige gevallen meer en in andere gevallen minder btw verschuldigd zijn over de verleende diensten. Bovendien moeten ook IT-systemen gewijzigd worden.

Nadelen verminderen

Om te voorkomen dat een dienstverlener zich in alle 28 EU-landen moet gaan registreren, kan in bepaalde gevallen gebruikgemaakt worden van de Mini One Stop Shop(MOSS)-regeling, ook wel het Unie-schema genoemd. Hiermee wordt het mogelijk gemaakt om onder bepaalde voorwaarden alle btw-verplichtingen (omzet) vanuit de eigen lidstaat voldoen. Voor Nederlandse dienstverrichters betekent dit dat zij de btw in Nederland kunnen aangeven (one stop-registratie). Hierbij moet echter wel rekening worden gehouden met het geldende btw-tarief in het land van de afnemer. Daarom moet op de btw-aangifte een specificatie worden gemaakt. De Nederlandse Belastingdienst zal vervolgens ervoor zorgen dat het geld bij de juiste buitenlandse belastingdienst terechtkomt. Dit vermindert de administratieve lasten voor de dienstverlener.

Met de nieuwe regelgeving is er alsnog kennis vereist van de btw-regeling van de andere EU-landen. Bovendien zijn er ook grensoverschrijdende btw-controles nodig om de correcte btw-afdracht te kunnen bepalen.

Onderwijsinstellingen (e-learning)

De wijzigingen in de btw-regelgeving  kunnen ook gevolgen hebben voor onderwijsinstellingen die online onderwijs aanbieden aan buitenlandse studenten (afnemers). Bepaalde vormen van online onderwijs kunnen namelijk als elektronische diensten gekwalificeerd worden. Hierbij kan gedacht worden aan speciaal onderwijs dat via internet aangeboden wordt. Van kenmerkend belang is dat er geen menselijk ingrijpen daar aan te pas mag komen. Voor dergelijke onderwijsinstellingen is het van belang om te bekijken of er sprake is van een elektronische dienst. Indien dat het geval is moet namelijk vastgesteld worden waar de buitenlandse student (afnemer) is gevestigd en hoeveel btw er betaald moet worden in het desbetreffende land.

terug