Stichting Sportaccommodatie en BTW

Bron: Contaxus belastingadviseurs

De diensten van sportverenigingen aan haar leden zijn vrijgesteld van btw. Om die reden hebben sportverenigingen geen recht op aftrek van btw op bijvoorbeeld de kosten van het beheer en onderhoud van het sportcomplex. In verhuursituaties geldt hetzelfde. Een sportvereniging huurt de accommodatie veelal van de gemeente. Omdat een sportvereniging niet kan opteren voor btw-belaste verhuur, geldt dat de verhuurder/gemeente eveneens geen aftrekrecht heeft van de btw op de kosten die daaraan relateren.

Toepassing ‘Sportbesluit’

In opdracht van gemeenten zijn in het verleden diverse rapportages verschenen waarin werd geadviseerd per sportvereniging of per sportpark een stichting op te richten. De gemeente verhuurt het sportcomplex belast met btw aan de stichting waarna de stichting de accommodatie tegen een zakelijke vergoeding ter beschikking stelt aan de sportvereniging(en) en tevens zorgdraagt voor het aanvullend dienstbetoon zoals schoonmaak, onderhoud, beveiliging en noodzakelijke attributen. Op die manier is sprake van het gelegenheid geven tot sportbeoefening dat is onderworpen aan het verlaagde btw-tarief van 6% (Sportbesluit 27 oktober 2011). De sportvereniging kan de 6% btw over de gebruiksvergoeding weliswaar niet in aftrek brengen, maar daar staat tegenover dat de stichting de btw over de exploitatiekosten volledig in aftrek kan brengen. Toepassing van dit model kan derhalve tot een structureel btw-voordeel leiden.

Rechtbank Gelderland 19 november 2013

Een dergelijke structuur is inmiddels aan de rechter voorgelegd. In haar uitspraak van 19 november 2013 oordeelde Rechtbank Gelderland dat een stichting die kunstgrasvelden aanlegt en ter beschikking stelt aan een amateurvoetbalvereniging als btw-ondernemer is aan te merken en recht heeft op aftrek van btw. De inspecteur is daarentegen van mening dat de stichting in wezen ondergeschikt is aan de voetbalvereniging en daarom daarmee vereenzelvigd moet worden. Tegen de uitspraak is hoger beroep aangetekend.

Misbruik van recht

Naar aanleiding van bovengenoemde uitspraak heeft de Staatssecretaris van Financiën in zijn brief van 19 december 2013 een aantal kamervragen beantwoord. Daarin merkt hij op dat de inzet van de Belastingdienst in zijn algemeenheid erop gericht is dat het recht op btw-aftrek geweigerd wordt bij gekunstelde verhuurconstructies via speciaal daarvoor opgerichte stichtingen, waarbij de feitelijke beschikkingsmacht over de sportaccommodatie bij de sportvereniging blijft liggen en de sportvereniging de financiering van de investering verzorgt. Omstandigheden die bij de beoordeling of sprake is van een misbruik van recht-situatie een rol kunnen spelen, zijn bijvoorbeeld:

– de bestuurders van de stichting worden door de vereniging benoemd;

– de stichting is gevestigd op het adres van de vereniging;

– de stichting is financieel afhankelijk van de vereniging;

– de administratie van de stichting wordt gevoerd door de vereniging;

– de taken van de stichting worden uitgevoerd door de vereniging.

Conclusie

Gekunstelde structuren waarbij stichtingen zijn opgericht voor de exploitatie van sportaccommodaties om daarmee een btw-voordeel te realiseren, worden door de Belastingdienst bestreden op grond van het leerstuk van misbruik van recht. Dit betekent dat het geheel van transacties zodanig artificieel moet zijn dat zij economische realiteit ontbeert. Of daarvan sprake is, is afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval. De toekomst zal uitwijzen onder welke voorwaarden dergelijke structuren stand houden.

De auteur drs. Jan Plat is partner en als btw-adviseur werkzaam bij

Contaxus Belastingadviseurs te Volendam

terug