Eindelijk nieuw beleid voor resultaat uit overige werkzaamheden

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Het meest recente beleidsbesluit voor de bepaling van resultaat uit overige werkzaamheden stamde al van 1 december 2008; een actualisering was dan ook gewenst. In het per 21 februari 2014 geldende besluit nr. BLKB2014/286M wordt met name het beleid voor borgstellingen en leningen opnieuw uitgewerkt.

De wijzigingen in het besluit volgen uit HR-jurisprudentie en zijn in één geval miniem. Wij gaan (kort) in op de zes nieuwe en/of geactualiseerde onderdelen.

Tijdstip

Het tijdstip waarop de terbeschikkingstelling wordt geacht te zijn begonnen wordt nu anders bepaald. In het oude besluit werd nog aangesloten bij de start van het beoogde gebruik terwijl de terbeschikkingstelling onder het nieuwe besluit al begint op het moment van aanschaf. Voor terbeschikkingstelling is essentieel dat er overeenstemming bestaat of geacht kan worden te bestaan tussen gebruiker en terbeschikkingsteller. Daarnaast moet er vanaf het moment van aanschaf sprake zijn van de overeengekomen aanwending (HR 22 januari 2010, nr. 08/00327, LJN BF2227) en kan pas sprake zijn van terbeschikkingstelling als het afwijkenden gebruik is beëindigd (HR 9 april 2010, nr. 09/01777, LJN BM0473; het besluit noemt ten onrechte BN0473).

Sinds 2010 hebben terbeschikkingstellers ook recht op drie ondernemersregelingen, waaronder de doorschuifmogelijkheid van artikel 3.64 Wet IB 2001. Dit biedt een oplossing voor het feit dat de zogenoemde ruilarresten niet van toepassing zijn bij staking van een werkzaamheid gevolgd door de start van een nieuwe werkzaamheid.

Wijziging

Een grote wijziging ten opzichte van het besluit van 1 december 2008 is de verwerking van de arresten van de Hoge Raad van 25 november 2011, nrs. 08/05323, LJN BN3442, 10/04588, LJN BP8952 en 10/05161, LJN BR4807 en het arrest van 1 maart 2013, nr. 12/03088, LJN BZ2735 waarin nader werd omschreven wanneer sprake is van (on)zakelijke lening. Naar aanleiding van deze arresten is er uitgebreid beleid opgenomen voor zowel leningen (nieuw) als borgstellingen (uitbreiding). Omdat bij leningen en borgstellingen de feiten en omstandigheden op het moment van aangaan van de overeenkomst bepalend zijn voor de fiscale gevolgen, kan vooraf zekerheid worden gevraagd aan de inspecteur (Kamerbrief van 22 februari 2010, nr. DGB2010/86U). Voor de borgstelling wordt onder andere ingegaan op het feit dat terbeschikkingstelling start bij het aangaan van de overeenkomst (HR 9 maart 2012, nr. 10/03641, LJN BR6345) en dat de te activeren regresvordering ontstaat als de borg de schuld voldoet (HR 6 april 2012, nr. 10/01949, LJN BU3784). Ook kan een voorziening worden gevormd en kunnen andere vormen van zekerheidstelling onzakelijk zijn (bericht ministerie van Financiën, nr. DGB2013/801).

De zesde aanpassing betreft een kleine aanvulling op het beleid voor de ‘in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstelling’. Naast de toets of een handeling gebruikelijk of ongebruikelijk is, moet ook worden vastgesteld of de handeling zakelijk of onzakelijk is.

terug