De regeling tijdelijke willekeurige afschrijving samengevat

 

In een aantal gevallen kan willekeurig worden afgeschreven. ‘Willekeurig afschrijven’ houdt in dat op het betrokken bedrijfsmiddel volledig vrij wordt afgeschreven, sneller of trager dan volgens de normale regels. Het af te schrijven bedrag (excl. de restwaarde) mag dus bijvoorbeeld in één jaar ten laste van de winst worden gebracht. Willekeurig afschrijven is mogelijk op milieu-investeringen, bedrijfsmiddelen van startende ondernemers, zeeschepen en investeringen die gedaan zijn in 2009, 2010 en 2011.

bestelauto

Vanaf 1 juli 2013 tot en met 31 december 2013 geldt er een tijdelijke verruiming van de willekeurige afschrijving. Zowel bedrijven die vennootschapsbelasting betalen als bedrijven die inkomstenbelasting betalen, kunnen gebruik maken van de willekeurige afschrijvingen. De regeling houdt in dat ondernemers tussen de twee genoemde datums, onder voorwaarden, direct tot maximaal vijftig procent kunnen afschrijven op de aanschaffings- en voortbrengingskosten van bedrijfsmiddelen. Hierna zal ingegaan worden op de achtergrond, werking en de gevolgen van deze regeling.

Achtergrond

Op 28 juni hebben Minister Kamp van Economische Zaken en Staatssecretaris Weekers van Financiën de regeling voor tijdelijke willekeurige afschrijving aangekondigd. De bedoeling van de maatregel is om ondernemers meer ruimte te geven om te investeren in de economie. Dit zou zorgen voor banen en inkomens die nodig zijn in deze moeilijke economische tijden. Het CBS verwacht voor 2013 namelijk een krimp van 10% voor bedrijfsinvesteringen. Door de nieuwe maatregel kunnen ondernemers hun belastingafdracht mogelijk een paar jaar uitstellen. Hierdoor komen extra liquiditeiten beschikbaar die gebruikt kunnen worden voor nieuwe investeringen. Volgens het Ministerie van Financiën levert de regeling het bedrijfsleven in 2013 en 2014 samen een liquiditeitsvoordeel van 400 miljoen euro op.

Werking

De regeling houdt het volgende in: indien een ondernemer aanschafverplichtingen is aangegaan of voortbrengingskosten heeft gemaakt in nieuwe, kwalificerende bedrijfsmiddelen in de periode van 1 juli 2013 tot en met 31 december, dan kan de ondernemer, als tevens is voldaan aan de voorwaarden, in één keer tot maximaal vijftig procent afschrijven van de aanschaffings- en voortbrengingskosten. Normaal gesproken mag maximaal 20% worden afgeschreven op bedrijfsmiddelen.

De maatregel geldt overigens niet voor alle bedrijfsmiddelen. Enkele bedrijfsmiddelen waarop bijvoorbeeld niet willekeurig kan worden afgeschreven zijn: gebouwen, bromfietsen, personenauto’s, dieren, wegen, paden en immateriële activa. Ook kan er niet willekeurig worden afgeschreven op bedrijfsmiddelen die aan derden ter beschikking worden gesteld. Op bedrijfsmiddelen die voor korte verhuur zijn bestemd, kan wel willekeurig afgeschreven worden. Hierbij kan gedacht worden aan gereedschap en aanhangwagens.

Voorwaarden

De regeling mag toegepast worden als de ondernemer de verwachting heeft dat de investering, bijvoorbeeld een machine, vóór 1 januari 2016 in gebruik genomen wordt in de eigen onderneming. Indien achteraf blijkt dat dit niet is gebeurd, dan wordt de willekeurige afschrijving teruggenomen. Uiteindelijk betaalt men echter evenveel belasting als zonder willekeurige afschrijving.

Daarnaast geldt de voorwaarde dat de willekeurige afschrijving op een bedrijfsmiddel teruggenomen moet worden als de bestemming van het bedrijfsmiddel zozeer wijzigt dat het niet meer aan de voorwaarden van willekeurige afschrijving voldoet. Het terugnemen van de willekeurige afschrijving betekent dat de boekwaarde van het bedrijfsmiddel verhoogd moet worden tot het niveau dat bereikt zou zijn als niet willekeurig was afgeschreven.

Aantrekkelijk

Voor de ondernemer is het aantrekkelijk om zo vroeg mogelijk zoveel mogelijk af te schrijven. Het liquiditeitsvoordeel komt dan namelijk zoveel mogelijk tot zijn recht. Als een ondernemer echter in het jaar waarin hij het bedrijfsmiddel heeft aangeschaft nog maar een matige winst maakt en naar verwachting deze winst hoger zal zijn en dus, door het progressieve belastingpercentage van de inkomstenbelasting zwaarder belast zal worden, is het handiger voor de ondernemer om pas in de jaren waarin zijn winst in de hogere tariefschijven valt, af te schrijven.

Gevolgen

De Belastingdienst heeft op haar website nadere verduidelijkingen gegeven over de regeling willekeurige afschrijving. De toelichtingen bieden meer helderheid over de wijze waarop de Belastingdienst het betalingscriterium toepast. Ook worden de samenloop tussen de willekeurige en reguliere afschrijving behandeld. Hierna zal hier kort op ingegaan worden.

Samenloop willekeurige afschrijving en reguliere afschrijving

Met de willekeurige afschrijving kan er enkel in het boekjaar waarin de investering is gedaan, ervoor gekozen worden om willekeurig af te schrijven. Dit is in tegenstelling tot de oude regeling voor tijdelijke willekeurige afschrijvingen. Met de oude regeling was het namelijk mogelijk om tijdens de gehele economische levensduur willekeurig af te schrijven. Daarnaast blijkt uit de voorbeelden van de Belastingdienst dat in 2013 niet alleen willekeurig maar ook regulier kan worden afgeschreven. Het is dus mogelijk om de investering in twee delen te splitsen. Een deel kan willekeurig worden afgeschreven en het andere deel kan regulier worden afgeschreven.

Betalingscriterium en willekeurige afschrijving

De willekeurige afschrijving kan toegepast worden als het bedrag van de willekeurige afschrijving voor ingebruikneming van het bedrijfsmiddel niet groter is dan het bedrag dat is betaald. Volgens de toelichting van de Belastingdienst geldt tevens voor de nieuwe regeling dat als het bedrijfsmiddel nog niet in gebruik is genomen, de willekeurige afschrijving beperkt wordt tot het bedrag dat betaald is. Indien hierdoor niet willekeurig afgeschreven kan worden in een boekjaar waarin de periode 1 juli tot en met 31 december 2013 valt, dan is er daarna geen mogelijkheid meer voor willekeurige afschrijving. Doordat er maar in het boekjaar waarin de investering is gedaan, willekeurig kan worden afgeschreven, is het aan te raden om de ingebruikneming van het bedrijfsmiddel of de betaling ervan binnen een korte tijd plaats te laten vinden.

Aan de hand van enkele rekenvoorbeelden zal de verruiming van de willekeurige afschrijving verduidelijkt worden.

Voorbeeld 1:

Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Op 1 juli 2013 wordt een investering van € 110 gedaan. De restwaarde is € 10. Er geldt een normale afschrijvingstermijn van 5 jaar. Het bedrijfsmiddel wordt direct in gebruik genomen.

Uitwerking:

Maximale willekeurige afschrijving in 2013 is: € 100 x 50% = € 50.

Gewone afschrijving € 50 : 5 jaar is € 10.

 

In 2013 is het afschrijvingsbedrag:

Willekeurige afschrijving: maximaal € 50

Normale afschrijving: (1/2 jaar x € 10) = 5

Totale maximale afschrijving in 2013 is: € 55

In 2014 en verder is het afschrijvingsbedrag € 10 en in 2018 is het nog € 5.

 

Voorbeeld 2:

 

Boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Op 1 juli 2013 wordt een investering van € 110 gedaan. De restwaarde is € 10. Normale afschrijvingstermijn is 5 jaar. Het bedrijfsmiddel wordt op 1 januari 2015 in gebruik genomen. In 2013 wordt er € 30 betaald en in 2014 € 80.

 

Uitwerking:

 

Maximale willekeurige afschrijving in 2013: € 30 (betaling)

Gewone afschrijving € 70 : 5 jaar is € 14

 

In 2013 is het afschrijvingsbedrag: € 30

Normale afschrijving: € 0 omdat het bedrijfsmiddel nog niet in gebruik is genomen

Totale maximale afschrijving in 2013: € 30

 

In 2014 is het afschrijvingsbedrag:

Willekeurige afschrijving: € 0 omdat 2014 niet het jaar van investeren is

Normale afschrijving: € 0 omdat het bedrijfsmiddel nog niet in gebruik is genomen

Totale maximale afschrijving in 2014: € 0

 

In 2015 is het afschrijvingsbedrag:

Willekeurige afschrijving: € 0 omdat 2015 niet het jaar van investeren is

Normale afschrijving: € 70 : 5 jaar is € 14

Totale maximale afschrijving in 2015: € 14

 

In 2016 tot en met 2019 is het afschrijvingsbedrag € 14

terug