Bond voor Belastingbetalers start proefproces tegen vermogensrendementsheffing in samenwerking met Grant Thornton

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Hof Den Haag (nrs. 13/00426 en 13/00427, ECLI:NL:GHDHA:2014:437) oordeelde dat de waarde in het economische verkeer van een verhuurde woning dermate afweek (25%) van de forfaitaire waardebepaling van artikel 5.20, lid 3 Wet IB 2001 jo. artikel 17a Uitvoeringsbesluit IB dat er sprake was van een individuele buitensporige last die strijdig is met artikel 1 Protocol EVRM (recht op ongestoord genot van eigendom). De waarde voor box 3 moest daarom worden verlaagd.

Proefprocedure

De proefprocedure berust op bovengenoemde uitspraak maar hieruit volgt niet per definitie dat deze zaak een goede kans maakt, zoals het persbericht meldt. Ten eerste worden de meeste beroepen op het ‘recht op ongestoord genot van eigendom’ door de Hoge Raad afgeschoten, meest recent nog voor de SW-waardering van een eigen woning (nr. 13/00455, ECLI:NL:HR:2014:339); de Hoge Raad acht slechts in uitzonderlijke gevallen sprake van een indviduele buitensporige last. Hof Den Haag overweegt bovendien dat het gaat om een onvoorzien gevolg en laat ruimte voor de stelling dat de forfaitaire berekening over een periode van meerdere jaren wél correct uitwerkt (de inspecteur onderbouwt dit echter niet). Uit de wetsgeschiedenis van box 3 kan worden afgeleid dat geen sprake is van een onvoorzien gevolg; de toenmalige staatssecretaris Vermeend heeft zelfs een verhoging van het forfaitair rendement niet willen uitsluiten.

De commissie Van Dijkhuizen had in haar eindrapport geadviseerd om het forfaitair rendement in box 3 te verlagen. Het rendement zou moeten worden vastgesteld op basis van de spaarrente van de afgelopen 5 jaar.

Bron: Redactie FiscaalTotaal

terug