BOF ook niet van toepassing als hetgeen uit erfenis is verkregen tot verplicht ondernemingsvermogen is gaan behoren

Bron: Redactie FiscaalTotaal

De Hoge Raad heeft op 22 november 2013 beslist dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF) in de Successiewet niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel (discriminatieverbod).

Verkrijgers van ondernemingsvermogen hebben recht op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (gedeeltelijke vrijstelling) die in de Successiewet is opgenomen. Daarentegen hebben verkrijgers van particulier vermogen geen recht op deze vrijstelling (nr. 13/02453, ECLI:NL:HR:2013:1212). Recentelijk heeft de Hoge Raad (nr. 13/02363, ECLI:NL:HR:2014:687) beslist dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteit ook niet in strijd is met de discriminatieverboden als het verkregen vermogen tot het verplicht ondernemingsvermogen van de erfgenaam gaat behoren.

In deze zaak was sprake van een erfgenaam die in 2007 een boerderij met woning en landbouwgronden had geërfd van een familielid (erflater). Deze boerderij met woning en landbouwgronden maakten tot 2004 deel uit van het ondernemingsvermogen van de erflater. De onderneming is in 2004 beëindigd en hierdoor zijn de bezittingen tot het privévermogen van de erflater gaan behoren. Nadat de erflater is overleden, is de erfgenaam de bezittingen gaan gebruiken in de eigen onderneming, namelijk een grondverzet- en bestratingsbedrijf. Volgens de Belastingdienst kwam de erfgenaam niet in aanmerking voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteit. Hiertegen is de erfgenaam in beroep en vervolgens in cassatie gegaan. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep ongegrond verklaard.

Rechtbank Breda

Rechtbank Breda heeft de erfgenaam in het gelijk gesteld. Volgens de Rechtbank heeft de erfgenaam recht op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit. Het niet verlenen van de faciliteit is in strijd met het internationale verbod op discriminatie (artikel 14 EVRM en 27 IVBPR).

Hof Den Bosch

Volgens het Hof heeft de Belastingdienst echter gelijk. Het Hof is van mening dat de erfgenaam geen ondernemingsvermogen heeft verkregen van de erflater. Hierdoor kan de erfgenaam geen beroep doen op de faciliteit. Beroep op de BOF kan ook niet als hetgeen de erfgenaam heeft verkregen tot verplicht ondernemingsvermogen van de erfgenaam is gaan behoren. Tevens is geen sprake van strijdigheid met het discriminatieverbod. De Hoge Raad is het eens met het Hof en heeft het cassatieberoep ongegrond verklaard.

A-G IJzerman

A-G IJzerman (nr. 13/02363, ECLI:NL:PHR:2013:1367) is van mening dat de BOF niet toegepast kon worden in de casus omdat de erfgenaam de verkregen bezittingen voor een andere soort onderneming gebruikte. Betekent dit dan dat de BOF alleen gebruikt kan worden voor dezelfde soort onderneming? Volgens de A-G komt in dit geval door de heffing van 57,2% wel de continuïteit van de onderneming van de erfgenaam in gevaar en kan de BOF naar doel en strekking worden uitgelegd. Echter, hiermee kan de erfgenaam alsnog niets aangezien hetgeen verkregen is al een lange tijd geen ondernemingsvermogen van de erflater meer vormde en er daardoor ook geen sprake kon zijn van voortzetting van de onderneming van de erflater.

Opmerkelijk
Volgens de redactie FiscaalTotaal had de Hoge Raad in deze zaak anders moeten beslissen. De erfgenaam kan namelijk goed onderbouwen waarom de BOF in zijn geval toegepast had moeten worden. Het feit dat de erflater voor zijn overlijden de onderneming heeft gestaakt, zonder dat dit de erfgenaam ervan weerhoudt de onderneming weer voort te zetten, kan niet leiden tot de conclusie dat de BOF niet van toepassing is. Bovendien kan volgens de gemachtigde van de erfgenaam ook na een fiscale afrekening sprake zijn van een bedrijfsoverdracht. Daarvan is in deze zaak sprake. Daarnaast is het doel van de BOF om de continuïteit van de onderneming te garanderen. Hierdoor is het logischerwijs vanzelfsprekend dat de BOF ook van toepassing moet zijn op uit een nalatenschap verkregen vermogensbestanddelen die binnen de onderneming van de erfgenaam een functie vervullen.

Naar onze mening is het opmerkelijk dat de Hoge Raad het cassatieberoep ongegrond heeft verklaard. Dit mede vanwege het feit dat de Hoge Raad in de eerder gewezen arresten in de proefprocedures als rechtvaardigingsgrond heeft aangevoerd dat de BOF ook tot doel heeft om het ondernemerschap in het algemeen te stimuleren.

SMCO

De Stichting Meldpunt Collectief Onrecht (SMCO) wil het arrest van de Hoge Raad van 22 november 2013 bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens gaan aanvechten voor een groep mensen. Het gaat om een no cure, no pay overeenkomst mét een vaste bijdrage. Er zijn Kamervragen beantwoord over deze opzet en de noodzaak van aansluiting bij deze procedure (nr. 13/02453, ECLI:NLHR:2013:1212).

Het EHRM zal uitspraak doen in een individuele zaak en oordeelt niet in abstracto over de nationale wetgeving. Indien het EHRM van mening is dat het EVRM in een individueel geval geschonden is, dan is voor de individuele verzoeker al een vorm van genoegdoening aangegeven in de uitspraak.

terug