Aandachtspunten Vpb-aangifte 2013

 

Na een lange tijd geen wijzigingen aan de Vennootsschapsbelasting (Vpb), is er de laatste jaren flink gesleuteld aan deze belasting. Wat zijn aandachtspunten bij de Vpb-aangifte over 2013, mede in verband met aanpassingen die ingaan per 2014.

Aandachtspunten
Klik op de kop en spring direct naar het onderwerp


Handel in lichamen met een herinvesteringsreserve (HIR)
De bepaling ter bestrijding van handel in HIR-lichamen (artikel 12a Wet Vpb) is verduidelijkt door toevoeging van een lid c en bevat nu een fictie waardoor er bij een belangenwisseling binnen zes maanden nadat het bedrijfsmiddel is verworven, een verband tussen de belangenwijziging en de verwerving van het bedrijfsmiddel aanwezig wordt geacht. Er bestaat een tegenbewijsregeling: de belastingplichtige kan aantonen dat de belangenwijziging in die zesmaandstermijn samenhangt met feiten en omstandigheden die pas na de verwerving van het bedrijfsmiddel opkwamen én geen verband houden met die verwerving. Zie 14.3.16 VPB Almanak 2014.

Fiscale beleggingsinstelling (FBI)
De afdrachtvermindering dividendbelasting van artikel 11a Wet dividendbelasting is per 2013 beperkt op het niveau van de FBI (in plaats van het niveau van de aandeelhouder) voor zover de (middellijke of onmiddellijke) aandeelhouder zelf een teruggaaf of vermindering van dividendbelasting kan claimen op grond van een belastingverdrag of de Wet dividendbelasting. Een FBI moet dus per 2013 niet alleen inzicht hebben in haar in derde landen gevestigde aandeelhouders maar ook in de in Nederland en/of andere EU-lidstaten of andere EER-staten gevestigde aandeelhouders. Zie 45.7 VPB Almanak 2014, laatste alinea.

Compartimenteringsreserve bij deelnemingsvrijstelling
Met terugwerkende kracht vanaf 14 juni 2013 geldt een compartimenteringsreserve bij toepassing van de deelnemingsvrijstelling maar de betreffende wet (33 713) ligt nog steeds bij de Tweede Kamer, die op 27 maart 2014 met aanvullende vragen is gekomen. In het voorgestelde artikel 28c Wet Vpb wordt de compartimentering wettelijk vastgelegd om belastingarbitrage te voorkomen bij sfeerovergang door een wetswijziging. Er moet een compartimenteringsreserve worden gevormd als de belastingplichtige een belang heeft in een lichaam waarbij zich een overgang van de belaste naar de onbelaste sfeer (deelnemingsvrijstelling) of andersom voordoet. Als overgangsrecht is bepaald dat de reserve pas hoeft te worden gevormd als voor het eerst een voordeel uit hoofde van die aandelen wordt gerealiseerd, dan wel het belang geheel of gedeeltelijk verdwijnt uit het vermogen van de belastingplichtige. Zie 16.4.2.1 VPB Almanak 2014.


Tweede crisismaatregel willekeurige afschrijving
De bedrijfsmiddelen waarvoor versnelde willekeurige afschrijving is geclaimd op grond van de tweede crisismaatregel (van 1 juli 2013 tot 1 januari 2014 kon in één keer maximaal 50% op bepaalde nieuwe bedrijfsinvesteringen worden afgeschreven) moeten uiterlijk 31 december 2015 in gebruik worden genomen. Zie 10.3 VPB Almanak 2014.

Investeringen en innovatie: meer ruimte minder budget
De investeringsaftrekken zijn per 2014 (alsnog) beperkt ten opzichte van 2013, maar zowel 2013 als 2014 bieden meer ruimte voor innovatie, echter met lagere budgetten.
De voor 2014 aangekondigde verruiming van de percentages voor de energie-investeringsaftrek (EIA), milieu-investeringsaftrek (MIA) en willekeurige afschrijving op milieu-investeringen (Vamil) zijn niet doorgegaan. Ook geldt per 2014 voor deze faciliteiten een grens van € 2.500 in plaats van € 2.300, kan geen kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) en Vamil meer worden geclaimd voor personenauto’s en is de Milieulijst voor de MIA meer gericht op (semi-)elektrische auto’s. Daarentegen kunnen vanaf 2014 ook bedrijfsmatige verhuurders van woonruimte de MIA en Vamil toepassen voor saneren van daken met asbest, al dan niet in combinatie met het plaatsen van zonnepanelen. Zie 49.2.5 VPB Almanak 2014.
Vanaf 2013 mag 25% van de winst worden aangemerkt als voordeel voor de innovatiebox van artikel 12b Wet Vpb, tot een maximum van € 25.000 (zie 12.17.4 VPB Almanak 2014). Verder is niet meer vereist dat ten minste 30% van het inkomen dat wordt behaald met een vernieuwend product het directe gevolg is van een verkregen octrooi (artikel 7aa Uitvoeringsbesluit Vpb). Ook is het percentage voor de Research en Development Aftrek (RDA) verder verhoogd naar 54% (60% voor 2014). De budgetten voor RDA, EIA, MIA en Vamil zijn voor 2014 echter flink beperkt en worden in komende jaren nog verder verlaagd.

Het nieuwe BV-recht en de Fiscale eenheid
De regeling voor de fiscale eenheid sluit vanaf 2013 aan bij het houden van 95% van de stemrechten in verband met het nieuwe BV-recht (flex-BV).

Het nieuwe BV-recht en de balans- en uitkeringstest
In het kader van het nieuwe BV-recht wijzen wij – wellicht ten overvloede – nogmaals op het moeten uitvoeren van de balans- en uitkeringstoets bij het doen van (dividend)uitkeringen, mede met het oog op (fictieve afkoop) van pensioen in eigen beheer. Zie onder meer Dga wordt flink benadeeld door uitkeringstoets Flex-BV en de checklists Balanstest bij uitkeringstoets en Uitkeringstest bij uitkeringstoets.

Verruiming heffing bestuurdersbeloningen
Vanaf op of na 1 januari 2013 startende boekjaren kan op grond van artikel 17a Wet Vpb niet alleen de beloning voor het formele bestuurderschap maar ook beloningen voor feitelijke bestuurswerkzaamheden of managementdiensten verricht voor een in Nederland gevestigd lichaam in de heffing van vennootschapsbelasting worden betrokken.

Bosal-reparatie
Voor boekjaren die op of na 1 januari 2013 beginnen geldt op grond van artikel 13l Wet Vpb een aftrekbeperking voor excessieve rente op deelnemingen, dit om te voorkomen dat de belastinggrondslag wordt uitgehold door deelnemingen bovenmatig met vreemd vermogen te financieren. De eerste € 750.000 aan rente is altijd aftrekbaar om de administratieve lasten te beperken en om het MKB te ontzien. Voor uitbreidingsinvesteringen geldt geen aftrekbeperking. Zie 15.13 VPB Almanak 2014.

Afbouw overnameschuld
Als een Nederlands bedrijf met geleend geld wordt overgenomen, kan de rente over de overnameschuld vanaf 2012 in beginsel niet meer verrekend worden met de winst van de overgenomen vennootschap. Artikel 15ad Wet Vpb bepaalt dat de overnamerente aftrekbaar blijft tot een bedrag van € 1 mln. of als sprake is van een gezonde financiering. Dit is het geval als de overnameschuld in het jaar van overname niet meer is dan 60% van de overnameprijs. Dit percentage wordt vervolgens in 7 jaar afgebouwd, met 5% per jaar, naar 25%. Een overnameschuld kan dus alsnog onder de aftrekbeperking vallen als deze met een te laag percentage is afgebouwd. Zie 15.14 VPB Almanak 2014.

Lening niet at arms length
In artikel 10b Wet Vpb is een aftrekuitsluiting opgenomen voor (feitelijk) renteloze en laagrentende leningen van een verbonden lichaam in de zin van artikel 8b Wet Vpb. Als een dergelijke geldlening geen vaste aflossingsdatum heeft of een aflossingsdatum die meer dan 10 jaar ligt na het tijdstip van het aangaan van de lening, is geen aftrek mogelijk voor aflossingen en waardemutaties. Bij een laagrentende lening moet de vergoeding in belangrijke mate (30% of meer) lager zijn dan hetgeen in het economische verkeer door onafhankelijke partijen zou zijn overeengekomen. Als de aflossingsdatum naar een later tijdstip wordt verschoven, vervangt dat tijdstip de eerder overeengekomen aflossingsdatum. Als er dus een dergelijke verschuiving heeft plaatsgevonden, kan aftrek alsnog zijn uitgesloten. Zie 15.5.3 VPB Almanak 2014.

Afstempelen pensioenaanspraken Pensioen-BV
Met ingang van 2013 is onder voorwaarden een gefacilieerde afstempeling van lopende eigenbeheerpensioenen mogelijk (eenmalige afstempeling van een nog niet ingegaan eigenbeheerpensioen is mogelijk onder artikel 19b Wet LB). Ingevolge de te stellen voorwaarden blijft de afstempelmogelijkheid beperkt tot gevallen waarin sprake is van een substantiële onderdekking bij het eigenbeheerlichaam. Alleen situaties waarin overtuigend wordt aangetoond dat sprake is van een dekkingsgraad van minder dan 75% komen in aanmerking. De onderdekking moet te wijten zijn aan reële ondernemings- of beleggingsverliezen (besluit nr. BLKB2013/27M). Zie 34.6.2.1 VPB Almanak 2014.

Nieuwe informatieverplichtingen: let op boete
Vanaf 2014 gelden er informatieverplichtingen voor (ex-)ANBI’s en dienstverleningslichamen.
Het verstrekken van bepaalde informatie is per 2014 een wettelijk vereiste voor verkrijging/behoud van de ANBI-status, met enige uitzonderingen (zie 44.1.2 VPB Almanak 2014). Voormalige ANBI’s zijn – eventueel op straffe van een boete van maximaal € 19.500 – verplicht om hun jaarstukken aan de Belastingdienst te overleggen met een specificatie van de door hen gedane giften.
Daarnaast moeten dienstverleningslichamen tonen dat zij voldoen aan bepaalde substance-eisen, onder andere met betrekking tot het voeren van het bestuur en de administratie in Nederland en het aanhouden van een eigen vermogen dat past bij de functies en risico’s van de vennootschap. Het gaat hierbij om schakelvennootschappen die rente of royalty’s uit het buitenland ontvangen en rente of royalty’s aan het buitenland betalen. Ook op het niet voldoen aan deze informatieplicht staat een maximale boete van € 19.500 euro.

Belastingrente flink verhoogd
Per 1 april 2014 wordt voor de Vpb uitgegaan van de wettelijke rente voor handelstransacties met als minimum 8% (tot 1 juli 2014 bedraagt de rente dus 8,25%; zie 7.1 Fiscale cijfers).

Linkjes uit dit bericht verwijzen naar FiscaalTotaal: de complete en actuele kennisbank voor fiscale en financiële professionals. Om  deze almanakpagina’s, afvinklijsten en adviesartikelen te openen heeft u een abonnement nodig.
Vraag een gratis demonstratie bij u op kantoor aan>

De VPB Almanak 2014: de handleiding bij de aangifte vennootschapsbelasting voor 2013 en een uitgelezen praktijkgids voor vennootschapsdirecteuren, belastingadviseurs, advocaten, aandeelhouders en notarissen. Bestel de VPB Almanak 2014>

terug