Wiebes beantwoordt vragen over VAR-verklaringen voor zzp’ers

Bron: Rijksoverheid

Aan staatssecretaris Wiebes (Financiën) is vanuit de Tweede Kamer onder andere gevraagd hoe de kosten van het inhuren van een zelfstandige zich verhouden tot de kosten van het aannemen van een werknemer. Volgens Wiebes is het niet eenvoudig om deze vergelijking te maken, omdat zowel het uurtarief van de zelfstandige als het loon van de werknemer onderdeel uitmaakt van de afspraak met de opdrachtgever en werkgever, die van geval tot geval kan verschillen.

Vergelijking

Wel kan de vergelijking gemaakt worden tussen de kosten van het inhuren van een zelfstandige en het aannemen van een werknemer die netto evenveel overhoudt. Een zelfstandige die per uur netto € 14,12 per uur overhoudt, kost zijn opdrachtgever bruto € 19,25 per uur. Een werknemer die hetzelfde netto uurloon krijgt, kost zijn werkgever € 24,49 per uur. Bij deze berekening is als uitgangspunt genomen dat de zelfstandige met zijn opdrachtgever een uurloon overeenkomt waarmee hij zich kan verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid, een pensioen kan financieren en kan reserveren voor werkloosheid.

Daarbij is ervan uitgegaan dat de kosten van deze individuele verzekeringen en voorzieningen gelijk zijn aan de kosten van de corresponderende collectieve voorzieningen.

Ondernemersfaciliteiten

Het verschil wordt verklaard door de fiscale ondernemersfaciliteiten, de premie voor de zorgverzekeringswet (ZVW), de premie voor het algemeen werkloosheidsfonds (Awf) en de premie voor het werkgeversgarantiefonds (Wgf).

Verder beantwoordt Wiebes nog een aantal andere vragen van de Tweede Kamer die onder meer zijn gesteld in het kader van de thans hoog opgelopen discussie over de zogenaamde schijnzelfstandigheid van zelfstandigen in de zorg.

terug