Spoedreparatie Wet op de vennootschapsbelasting door miljoenentegenvaller

Bron: Rijksoverheid

Voor de Nederlandse schatkist dreigt een tegenvaller van honderden miljoenen euro’s. Reden is een advies van de advocaat-generaal van het Hof van Justitie van de Europese Unie in een belastingzaak. Staatssecretaris Eric Wiebes kondigt daarom in een Kamerbrief spoedmaatregelen aan mocht het Hof van Justitie het advies overnemen.

Prejudiciële vragen

Op 8 juli 2016 heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ EU over de verenigbaarheid van het Nederlandse fiscale-eenheidsregime in de Wet op de vennootschapsbelasting (Wet Vpb) 1969 met de uit het EU-recht voortvloeiende vrijheid van vestiging. Het gaat om twee afzonderlijke zaken met een gemeenschappelijke kernvraag: kunnen belastingplichtigen ondanks dat zij geen fiscale eenheid kunnen aangaan met hun buitenlandse dochters, wel in aanmerking komen voor de voordelen van afzonderlijke elementen van het fiscale-eenheidsregime alsof wel een fiscale eenheid met die buitenlandse dochters is aangegaan (de zogenoemde per-element-benadering)?

Advies A-G

Op 25 oktober 2017 heeft de advocaat-generaal (A-G) van het HvJ EU in beide zaken conclusie genomen. Zo’n conclusie is een advies aan het HvJ EU over de wijze waarop volgens de advocaat-generaal door het HvJ EU uitspraak zou moeten worden gedaan in een bepaalde zaak. Dit advies pakt negatief uit, schrijft staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën in een Kamerbrief aan de Eerste en Tweede Kamer. Hij waarschuwt dat dit het makkelijker zou maken om belasting te ontwijken ten koste van de Nederlandse schatkist.

Spoedmaatregelen

Volgens Wiebes kan de derving voor de schatkist voor de nu nog openstaande belastingaanslagen in het slechtste geval oplopen tot ongeveer €400 miljoen. Hij kondigt in de Kamerbrief spoedmaatregelen aan om verdere schade in de toekomst te voorkomen:

  • Er worden enkele regelingen in de vennootschapsbelasting en de dividendbelasting toegepast als ware er geen fiscale eenheid in de zin van artikel 15 van de Wet Vpb 1969. Die maatregel leidt ertoe dat binnenlandse en buitenlandse gevallen vanuit EU-rechtelijk perspectief op dezelfde wijze worden behandeld door het in binnenlandse gevallen toepassen van deze regelingen als ware er geen fiscale eenheid.
  • De artikelen 10a, 13, negende tot en met vijftiende lid, alsmede zeventiende lid, 13l en 20a van de Wet Vpb 1969 worden toegepast als ware er geen fiscale eenheid in de zin van artikel 15 van de Wet Vpb 1969. Hierbij gaat het derhalve om de toepassing van de renteaftrekbeperking ter voorkoming van winstdrainage (artikel 10a), de deelnemingsvrijstelling (artikel 13, negende tot en met vijftiende lid, alsmede zeventiende lid), de renteaftrekbeperking bovenmatige deelnemingsrente (artikel 13l) en de verliesverrekening bij wijziging van het belang (artikel 20a).
  • Om ervoor te zorgen dat de regels betreffende de afdrachtvermindering voor dooruitdelingen worden toegepast als ware er geen fiscale eenheid in de zin van artikel 15 van de Wet Vpb 1969 zal door deze spoedreparatiemaatregel het vierde lid van artikel 11 van de Wet op de dividendbelasting 1965 vervallen.

Mocht het Hof van Justitie het advies van de A-G overnemen, dan gaan de spoedmaatregelen met terugwerkende kracht in per 25 oktober 2017.

terug