Rekenregels minimumloon, sociale premies en belastingtarieven per juli 2015

Bron: Rijksoverheid

In deze rekenregels zijn de gevolgen verwerkt van aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon, de sociale premies, belastingtarieven en heffingskortingen per 1 juli 2015 voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het minimumniveau. Ook zijn de belangrijkste beleidswijzigingen met betrekking tot deze uitkeringsbedragen opgenomen.

Aanpassing daglonen per 1 juli 2015

In een ministeriële regeling (Staatscourant 10678 van 20 april 2015) is geregeld dat het afgeronde (bruto)minimumloon per 1 juli aanstaande met 0,4% wordt verhoogd. De daglonen van de uitkeringen WAO/WIA, WW en ZW zullen per 1 juli aanstaande eveneens met dat percentage worden verhoogd. Het maximumdagloon wordt per 1 juli 2015 vastgesteld op € 199,95 per dag, op jaarbasis € 52.186,95. Het maximumpremieloon werknemersverzekeringen wordt gedurende het jaar niet aangepast en blijft derhalve voor 2015 € 199,90 per dag, op jaarbasis € 51.976,00.

Uitkeringen op minimumniveau

Sinds 1 januari 2012 wordt (met uitzondering van de AOW) de dubbele algemene heffingskorting afgebouwd in het referentieminimumloon. Dit houdt in dat de algemene heffingskorting met 2,5 procentpunt per half jaar daalt totdat de algemene heffingskorting één keer wordt meegenomen in het referentieminimumloon. Deze afbouw wordt in de periode 2014 – 2017 getemporiseerd. Dit houdt in dat de algemene heffingskorting met 1,25 procentpunt per half jaar daalt in deze periode. Per 1 juli 2015 wordt de algemene heffingskorting daardoor 1,85 keer meegenomen in de berekening van het referentieminimumloon (voorheen was dit 2 keer).

Toeslagenwet

De Toeslagenwet verstrekt een aanvulling op de loondervingsuitkering krachtens de Werkloosheidswet, Ziektewet (vangnet), Wajong, WAO, WIA, IOW en Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (WAMIL), indien het inkomen van de betrokkene achterblijft bij het relevante sociaal minimum. Het normbedrag voor gehuwden is gekoppeld aan 100% van het brutominimumloon. Het normbedrag van alleenstaanden vanaf 23 jaar is op netto basis gerelateerd aan 70% van het nettominimumloon terwijl de normbedragen van 18- t/m 22-jarigen zijn gekoppeld aan 75% van de desbetreffende nettominimumjeugdlonen. De toeslagnorm voor alleenstaande ouders is per 1 januari 2015 vervallen met de Wet hervorming kindregelingen. Ook bij de netto gekoppelde uitkeringen van de Toeslagenwet is rekening gehouden met de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in het referentieminimumloon sinds 1 januari 2012. In bijlage II.3 zijn de nieuwe normbedragen opgenomen.

Downloads

terug