Nota aanvullende maatregelen accountantsorganisaties

Bron: Rijksoverheid

Minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën heeft een nota naar aanleiding van het verslag inzake wetsvoorstel aanvullende maatregelen accountantsorganisaties naar de Tweede Kamer gezonden. Met dit wetsvoorstel worden strengere regels gesteld aan accountantsorganisaties die de boeken van ‘organisaties van openbaar belang’ (oob’s) in Nederland controleren.

Maatregelen

Samengevat van het 32-pagina’s tellend verslag worden de volgende maatregelen genoemd:

De accountantsorganisaties die jaarrekeningen bij oob’s controleren, moeten binnen hun eigen organisatie onafhankelijk toezicht gaan instellen. Er moet ook een geschiktheidstoets komen voor de dagelijks beleidsbepalers bij dergelijke accountantskantoren, dagelijks beleidsbepalers van de holding met zetel in Nederland en de personen die belast zijn met het interne toezicht.

Dit wetsvoorstel moet leiden tot betere wettelijke controles van jaarrekeningen. Het wetsvoorstel regelt ook nieuwe bevoegdheden voor de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Medio 2017 zal de AFM rapporteren over de implementatie en de borging van de verandermaatregelen bij de oob-accountantsorganisaties en de kwaliteit van de wettelijke controles van de Big Four accountantsorganisaties. De AFM start daarnaast in de loop van de tweede helft van 2017 een meting van de kwaliteit van wettelijke controles bij de overige oob-accountantsorganisaties.

Antwoord per maatregel

Dijsselbloem beantwoordt per maatregel de Kamervragen. Hieronder een kleine greep.

  • Geschiktheidstoets dagelijks beleidsbepalers en toezichthouders bij een accountantsorganisatie die een vergunning heeft om wettelijke controles bij oob’s te verrichten: De leden van de SP-fractie vragen waarom de geschiktheidseis niet geldt voor accountantsorganisaties zonder oob-vergunning. ‘Vanwege het maatschappelijk belang van de wettelijke controle van organisaties van openbaar belang wordt het gerechtvaardigd geacht om een geschiktheidseis met bijkomende kosten voor te schrijven voor oob-accountantsorganisaties. De hogere kosten die gepaard gaan met de geschiktheidstoets, worden thans niet gerechtvaardigd geacht voor niet oob-accountantsorganisaties.’
  • Stelsel van onafhankelijk intern toezicht: De leden van de VVD-fractie vragen wie bevoegd is tot de benoeming en de ontslagverlening van de leden van het orgaan belast met het interne toezicht. ‘Het wetsvoorstel bevat hieromtrent geen regeling. Wie bevoegd is tot benoeming en ontslag van de leden van het orgaan belast met het interne toezicht zal worden bepaald overeenkomstig het toepasselijke recht gelet op de rechtsvorm van de betreffende accountantsorganisatie.’
  • Delen van toezichtsbevindingen: De leden van de VVD-fractie vragen waarom de bevindingen en conclusies pas zes weken nadat de accountantsorganisatie de bevindingen heeft ontvangen met het audit comité worden gedeeld, in plaats van zo snel mogelijk. ‘Zoals ook in de memorie van toelichting is aangegeven geeft de termijn van zes weken de accountantsorganisatie de mogelijkheid om de voornaamste bevindingen en conclusies van de AFM te bestuderen en haar reactie te formuleren. De accountantsorganisatie kan de controlecliënt vervolgens naast de bevindingen en conclusies van de AFM ook haar eigen bevindingen presenteren.’
  • Afdwingen van herstelmaatregelen: De leden van de VVD-fractie vragen op wie de verplichting rust tot het treffen van herstelmaatregelen indien de AvA van de controlecliënt van de mogelijkheid gebruik maakt om bij ernstige tekortkomingen de opdracht in te trekken en een nieuwe accountant te benoemen. ‘Een externe accountant is verantwoordelijk voor de controleverklaring die hij heeft ondertekend en de werkzaamheden die hij daarvoor gedaan heeft. Deze verantwoordelijkheid eindigt niet na het afgeven van de controleverklaring. Ook als nadien blijkt dat herstelmaatregelen nodig zijn, ligt die verplichting nog bij die externe accountant of de accountantsorganisatie, ook als de betreffende onderneming voor de navolgende boekjaren een andere accountant of een andere accountantsorganisatie heeft aangesteld.’
  • Benoeming accountant niet langer primair door bestuur: De leden van de CDA-fractie vragen in welke situatie een raad van commissarissen in gebreke kan blijven bij het benoemen van een accountant en waarom het bestuur van de onderneming dan alsnog een accountant mag benoemen. Ook vragen zij of het in gebreke blijven door de raad van commissarissen niet wordt aangepakt. ‘Onder de huidige wetgeving is opgenomen dat als de AvA geen accountant heeft benoemd en de raad van commissarissen (ontbreekt of) in gebreke blijft een accountant te benoemen, dat dan het bestuur daartoe bevoegd is. Ingevolge het wetsvoorstel dient de raad van commissarissen de accountant te benoemen indien de algemene vergadering niet tot benoeming is overgegaan of als er geen AvA bestaat (zoals bij een stichting). De raad van commissarissen kan na de voorgestelde wetswijziging niet meer in gebreke blijven. Zij zal degene zijn die de accountant moet benoemen, want het bestuur heeft die bevoegdheid volgens de wijziging van artikel 2:393 BW alleen nog maar als de rechtspersoon geen raad van commissarissen heeft en er ook geen AvA is of die in gebreke is gebleven (bijv. omdat ze niet tot overeenstemming kan komen).’
  • Uitbreiding uitwisseling van informatie met andere instanties: De leden van de VVD-fractie vragen welke informatie straks gedeeld mag worden en met wie. ‘De AFM heeft in beginsel een geheimhoudingsplicht op basis waarvan zij alle vertrouwelijke informatie waarover zij beschikt in het kader van toezicht op accountantsorganisaties geheim dient te houden, behoudens voor zover in de Wta een expliciete uitzondering is gemaakt op deze geheimhoudingsplicht. Op basis van de huidige Wta kan de AFM alleen vertrouwelijke informatie verkregen onder de Wta delen met het Openbaar Ministerie en de FIOD in geval van het verrichten van een wettelijke controle zonder vergunning of het niet voldoen aan vergunningvoorschriften of –beperkingen. In het geval een accountantsorganisatie betrokken is bij fraude of belastingontwijking kan de AFM deze informatie niet delen. Evenmin kan de AFM informatie delen met andere toezichthoudende instanties die zich bezig houden met de integriteit van de financiële sector.’
terug