Laagste inkomens hebben hoge marginale druk

Bron: SZW

De groep boven de laagste inkomens heeft het meest last van de afbouw van verschillende inkomensafhankelijke toeslagen en belastingkortingen en heeft daardoor te maken met een hoge marginale druk. Dat blijkt uit onderzoek uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

Aanleiding

Voor de arbeidsmarktprikkels is het van belang dat de marginale druk niet te hoog is. Marginale druk is het deel van de stijging van de bruto inkomsten dat niet resulteert in een toename van het besteedbare inkomen. Eind 2016 zijn in de Eerste en Tweede Kamer moties aangenomen die oproepen onderzoek te doen naar de marginale druk. Het ministerie van SZW komt nu met de resultaten van het onderzoek.

Gemiddelde druk

De meeste werkenden hebben een marginale druk van rond de 50%, zo blijkt uit het onderzoek. De verdeling van de gemiddelde marginale druk over de inkomens en huishoudens is dusdanig opgebouwd dat de arbeidsmarktprikkels zoveel mogelijk bevorderd worden. Bijvoorbeeld: werknemers met een inkomen tussen € 10.000 en € 20.000 hebben de laagste gemiddelde marginale druk om ze stimuleren meer te gaan werken. Er zijn ook uitschieters naar boven toe. Ongeveer 3,5% van de werkenden heeft te maken met een marginale druk boven de 64% en 1,1% (circa 70.000 werkenden) heeft zelfs een marginale druk van meer dan 80%. Het gaat daarbij voornamelijk om werkenden met een inkomen tussen € 20.000 en € 35.000. Op zichzelf is dat een hoge marginale druk, maar daar staat tegenover dat deze groep relatief veel inkomensondersteuning ontvangt en daardoor een lage gemiddelde druk heeft.

Hoge marginale druk

De achtergrond van dit soort gevallen met een hoge marginale druk is een stapeling van inkomensafhankelijke belastingkortingen en toeslagen die afbouwen in dit inkomenstraject. Met name de huur- en zorgtoeslag dragen hieraan bij. De huurtoeslag bouwt – afhankelijk van de hoogte van de huur en de huishoudsituatie – met circa 30 à 40% af en heeft een harde inkomensgrens waarboven de huurtoeslag compleet vervalt. De zorgtoeslag bouwt met 13% af. De arbeidskorting, het kindgebonden budget en de algemene heffingskorting dragen ook bij aan de marginale druk, maar de afbouwtrajecten daarvan zijn minder steil.

Alleenverdieners

Alleenverdieners met een inkomen tussen € 20.000 en € 35.000 hebben gemiddeld een hogere marginale druk dan tweeverdieners, omdat ze vaker gebruik maken van de verschillende toeslagen. Toeslagen zijn afhankelijk van het huishoudinkomen en tweeverdieners hebben door de tweede verdiener al snel een huishoudinkomen dat te hoog is om in aanmerking te komen voor de toeslagen. De alleenverdieners hebben bij inkomens boven de € 35.000 een gemiddelde druk die ongeveer vijf procentpunten boven die van de tweeverdieners ligt.

Oplossingen

Er zijn geen eenvoudige oplossingen voor een hoge marginale druk, zo blijkt uit het onderzoek. De marginale druk kan worden verlaagd door de gerichte inkomensondersteuning te verminderen, maar heeft negatieve inkomenseffecten voor de lagere inkomens tot gevolg. Anderzijds kan de marginale druk worden verlaagd door het minder snel afbouwen van de inkomensondersteuning. Maar hierdoor krijgen ook meer huishoudens recht op inkomensondersteuning, waardoor de marginale druk van die groepen stijgt. Negatieve inkomenseffecten en verschuiving van de marginale druk kunnen niet vermeden wordt zonder financiële consequenties voor de schatkist, aldus het SZW.

terug