Kamerbrief over verschil lastenverzwaring in regeerakkoord en berekening CPB

Bron: Rijksoverheid

Minister Wopke Hoekstra komt schriftelijk terug op nog niet volledig beantwoorde vragen bij de Algemene Financiële Beschouwingen van vorige week. Het gaat daarbij om de gestelde vragen met betrekking tot het lastenbeeld in het regeerakkoord en het verschil met het Centraal Planbureau (CPB).

Vragen over lastenverzwaring

Waarom is het effect van het regeerakkoord volgens het CPB een lastenverzwaring voor bedrijven van €0,1 miljard en volgens het  bedrijfslevenpakket van het regeerakkoord een lastenverlichting van €3 miljard?

Het verschil in presentatie tussen het regeerakkoord en de doorrekening van het CPB wordt voor een belangrijk deel verklaard door de dividendbelasting (€1,4 miljard), die door het CPB wordt geboekt onder ‘buitenland’, de toerekening van de btw-verhoging aan bedrijven (€0,7 miljard) en het milieupakket bedrijven uit het regeerakkoord (€0,4 miljard). Daarnaast rekent het CPB werkgeverspremies, die gebruikt worden om uitgavenmaatregelen te financieren, onder bedrijven.

Wat is de verdeling van de lastenverlichting tussen burgers en bedrijven van de €3,4 miljard?

De verdeling burgers-bedrijven wordt normaal gesproken niet door het kabinet gepubliceerd. Reden is dat deze boekhouding veelal arbitrair is. Veel maatregelen slaan namelijk niet eenduidig neer bij burgers dan wel bedrijven. Bovendien drukken belastingen uiteindelijk altijd op natuurlijke personen en niet op bedrijven. Het kabinet stuurt dan ook niet op deze verdeling. De lastenontwikkeling voor burgers komt tot uitdrukking in het integrale koopkrachtbeeld. Naast alle maatregelen zit ook het effect van het regeerakkoord op lonen en prijzen in dit beeld. Dat is waar het kabinet op stuurt. Met inachtneming van deze kanttekeningen slaat de lastenverzwaring van €3,4 miljard volledig neer bij bedrijven. Voor burgers is het lastenbeeld neutraal.

Waaruit bestaat de €3,3 miljard lastenverzwaring in 2019 die genoemd staat in de startnota?

De lastenverzwaring van €3,3 miljard in 2019 betreft vooral de verhoging van het lage btw-tarief en het beperken van de 30%-regeling. De aanpassing van het box 2-tarief zit in het ‘bedrijfslevenpakket’ en leidt in 2019 tot extra belastingopbrengsten van €1,4 miljard omdat directeur-grootaandeelhouders naar verwachting extra dividend uitkeren als anticipatie op de tariefsverhoging in 2020. De maatregel leidt tot een structurele lastenverzwaring van €0,4 miljard. Dit tijdelijke anticipatie-effect van €1,4 miljard wordt overigens niet geboekt in het inkomstenkader.

terug