IBO-rapport: kabinet, kom zzp’ers tegemoet

Bron: Rijksoverheid

Het aantal zzp’ers is in 15 jaar verdubbeld. Het interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) heeft hiervan de oorzaken onderzocht en komt tot de conclusie dat het merendeel hiervoor kiest vanwege de vrijheid. Maar aan deze vrijheid kleven ook risico’s. Uit het IBO komen daarom drie pijlers voor het kabinet om dit te verbeteren: het aanpakken van schijnzelfstandigheid en werkgeverschap en verzekeringen voor zzp’ers aantrekkelijker maken.

Verdubbelde aantal zzp’ers

In de afgelopen 15 jaar heeft het aantal zzp’ers zich verdubbeld. De groei gaat aanzienlijk sneller dan gemiddeld in de rest van de EU. Op dit moment verdienen ongeveer 800.000 zzp’ers als zelfstandigen hun hoofdinkomen. Deze groei valt dermate op dat een ambtelijke werkgroep de oorzaken en gevolgen hiervan onderzocht en publiceerde in het interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO). Uit het onderzoek blijkt dat de overgrote meerderheid van de zzp’ers ervoor heeft gekozen om eigen baas te zijn vanwege de vrijheid en onafhankelijkheid. Het overige deel is zzp’er door dreigende werkloosheid of omdat zij geen geschikte baan in loondienst kunnen vinden. Het kabinet is wel blij met de hoeveelheid zelfstandigen omdat zij voor concurrentie en dynamiek zorgen. Maar naast deze lofzang zijn er ook verbeterpunten om de groei in goede banen te leiden.

Schijnzelfstandigheid

Met de groei van het aantal zelfstandigen, is ook het aantal schijnzelfstandigen toegenomen. Er is sprake van schijnzelfstandigheid als een werkrelatie formeel als zelfstandige arbeid wordt gepresenteerd terwijl op basis van de feiten en omstandigheden sprake is van werknemerschap. De werkgroep heeft geprobeerd om een exact getal te plakken op het aantal schijnzelfstandigen in Nederland, maar dat blijkt moeilijk. De overheid heeft twee maatregelen ingesteld om het aantal schijnzelfstandigen terug te dringen. De eerste is de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) wat op 1 juli 2015 is ingegaan. Deze wet stelt opdrachtgevers aansprakelijk als er in hun keten onderbetaling wordt geconstateerd. De tweede maatregel die het kabinet heeft aangekondigd is het wetsvoorstel Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA). De opdrachtgever wordt bij inwerkingtreding van het wetsvoorstel medeverantwoordelijk voor de juistheid van de kwalificatie van de arbeidsrelatie en kan hier bij gebleken onjuistheid door de Belastingdienst op worden aangesproken via naheffingen loonbelasting en premies werknemersverzekeringen.

Werkgeverschap aantrekkelijker maken

De inhuur van zzp’ers is deels zo aantrekkelijk, omdat het gepaard gaat met minder risico’s en verplichtingen, en daardoor flexibiliteit biedt. De kosten en risico’s gerelateerd aan het arbeidscontract zijn hoger dan de kosten van het inhuren van een zzp’er. Om het werkgeverschap aantrekkelijker te maken, verlaagt het kabinet de loonkosten: het lage-inkomensvoordeel (LIV). Deze regeling gaat per 2017 in en maakt het aantrekkelijker om mensen met lage lonen aan te nemen of in dienst te houden. Daarnaast zoekt het kabinet nog naar oplossingen om het mkb minder zwaar te belasten met loondoorbetalingsverplichting bij ziekte.

Toegankelijke bescherming

Zzp’ers moeten zelf zorgen voor verzekeringen. Er is een groep zzp’ers die maar beperkt beschermd is. Volgens het onderzoek is dit deels het gevolg van rationele overwegingen, maar kan het ook verklaard worden doordat bijvoorbeeld risico’s op arbeidsongeschiktheid worden onderschat. Het kabinet wil dit verbeteren.

Pensioen

In het Pensioenakkoord van december 2013 is als een van de maatregelen opgenomen dat zzp’ers binnen zekere grenzen niet hoeven in te teren op reeds opgebouwd pensioen als zij een beroep doen op bijstand. Het kabinet gaat ervanuit dat deze wet per 1 januari 2016 ingaat.

Arbeidsongeschiktheid

Een zzp’er heeft verschillende mogelijkheden om zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Eén op de drie zzp’ers doet dat niet. Het kabinet start een voorlichtingscampagne om de zelfstandigen bewust te maken van de risico’s.

Werkloosheid

Zzp’ers zijn niet verzekerd tegen werkloosheid. Wel kunnen ze gebruik maken van de Participatiewet. Er ligt een wetsvoorstel om deze wet uit te breiden zodat een deel van de inkomsten uit werk niet verrekend wordt met de bijstandsuitkering. Momenteel mogen gemeenten dit alleen toekennen voor maximaal zes aaneengesloten maanden. Om tijdelijk werk en deeltijdwerk vanuit de bijstand te stimuleren mogen die zes maanden straks ook worden opgeknipt en los van elkaar worden toegekend.

terug