Hoge Raad geeft Randstad-oprichter gelijk in belastingzaak

Bron: FD

Randstad-oprichter, Frits Goldschmeding, heeft van de Hoge Raad gelijk gekregen in een conflict met de Belastingdienst. De zaak gaat om een betwiste transactie waarbij Goldschmeding een vordering op zijn drie dochters en een belastingschuld aan zijn eigen bv verkoopt.

De situatie

In 2008 verkocht Goldschmeding 30% van zijn Randstad Beheer aan zijn drie dochters. Die overdracht is deels een schenking en hij maakte gebruik van fiscaal voordelige bedrijfsopvolgingsregelingen. Zijn dochters moeten wel een marktconforme prijs betalen van in totaal € 11,4 miljoen tot € 146,7 miljoen. Daarnaast moet de ondernemer de Belastingdienst tussen de € 110 miljoen en € 144 miljoen betalen, omdat hij een deel van een aanmerkelijk belang verzilvert. Dit mag hij in tien jaar afbetalen van de fiscus.

De twist

Vlak voor kerst 2010 verkoopt Goldschmeding de vordering op zijn dochters en de schuld bij de Belastingdienst aan zijn eigen Randstad Beheer. Door de schuld aan zijn bv te verkopen, streept hij de schuld en de vordering voor een groot deel tegen elkaar weg. Het FD becijferde aan de hand van de jaarverslagen van Goldschmeding Randstad Beheer dat deze transactie Goldschmeding een voordeel van € 3,6 tot € 4,6 miljoen oplevert. Omdat deze transactie met zichzelf geen economische logica heeft en alleen bedoeld is om minder belasting te betalen, valt de inspecteur van de Belastingdienst hier over.

Uitspraak

Na vijf jaar en verschillende procedures heeft Goldschmeding gelijk gekregen van de Hoge Raad. De Raad gaat daarmee tegen de advocaat-generaal in, die in maart de argumentatie van de Belastingdienst volgde. De Hoge Raad: ‘Verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en veroordeelt de staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 3.348 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.’ Frits Goldschmeding wil niet reageren, laat een woordvoerder weten.

terug