Hof oordeelt dat pensioen ook meetelt bij beoordeling recht op aftrek werkruimte

Bron: Belastingdienst

Het hof oordeelt dat belanghebbende geen recht heeft op de aftrek van kosten voor zijn werkruimte nu hij zijn inkomsten niet hoofdzakelijk in of vanuit die werkruimte verdiende. Tot die inkomsten behoorde ook zijn pensioen. De inspecteur weigerde de aftrek voor een werkruimte waarna de gepensioneerde naar de rechtbank stapte.

Aftrek geweigerd

De persoon in kwestie genoot een pensioen van € 93.120. Daarnaast ontving hij € 41.911 aan inkomsten uit overige werkzaamheden (ROW). Die werkzaamheden verrichtte hij vanuit een werkruimte in zijn woning. In zijn IB-aangifte 2012 bracht de man € 7.266 als kosten voor een werkruimte in aftrek. De inspecteur weigerde de aftrek.

In geschil is of de gepensioneerde de kosten van de werkruimte ten laste van zijn inkomen kan brengen. Niet in geschil is dat die werkruimte een zelfstandig gedeelte van de woning vormt en dat de man geen werkruimte buiten de woning ter beschikking heeft.

Hoofdinkomen

De rechtbank oordeelde dat de gepensioneerde geen recht heeft op de aftrek van kosten voor zijn werkruimte nu hij zijn inkomsten niet hoofdzakelijk in of vanuit die werkruimte verdiende. Tot die inkomsten behoorde ook zijn pensioen.

Oordeel

Het hof Den Haag oordeelt (ECLI:NL:GHDHA:2017:1184) dat, anders dan de beklaagde betoogt, art. 3.16, eerste lid, aanhef en onderdeel b, Wet IB een cumulatieve toets bevat. De eerste toets is of de gepensioneerde het gezamenlijke bedrag van zijn winst uit een of meer ondernemingen, belastbaar loon en belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden hoofdzakelijk, dat wil zeggen voor 70% of meer, in of vanuit de werkruimte in de woning verwerft. Voor wat betreft het belastbaar loon wordt geen onderscheid gemaakt tussen loon uit dienstbetrekking en loon uit vroegere dienstbetrekking (vgl. HR 24 april 1996). Dat betekent dat ook het pensioen meetelt voor deze toets. De persoon in kwestie voldoet dan niet aan deze eerste voorwaarde. Het hof komt dan niet toe aan de tweede toets te weten dat de betreffende gepensioneerde 30% of meer van genoemde inkomsten in de werkruimte in de woning verwerft. Bij die tweede toets wordt enkel gekeken naar de inkomsten die zijn verworven met werkzaamheden die in de werkruimte zijn verricht.

terug