Eenverdieners eisen gelijke fiscale behandeling bij de rechter

Bron: FD

De ongelijke fiscale behandeling tussen een- en tweeverdieners wordt door een echtpaar uit Landgraaf vrijdag in hoger beroep voor de rechter uitgevochten. Zij eisen dat ook eenverdieners recht hebben op de volledige algemene heffingskorting voor beide partners. Eerder ging de rechtbank in Eindhoven niet mee met het pleidooi, zo schrijft het FD.

Bestaansminimum

Volgens Jos Teunissen, hoogleraar staats- en bestuursrecht die het echtpaar juridisch bijstaat, wordt het bestaansminimum belast met deze afbouw van algemene heffingskorting voor de niet-werkende partner. En dat is volgens de hoogleraar in strijd met het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens. Het Nibud had al eerder gewaarschuwd dat het traditionele kostwinnersgezin inmiddels een risicogroep vormt die geld tekort komt.

Ruime beoordelingsvrijheid

De rechter ging niet mee met het pleidooi van de hoogleraar. Hij verwees naar de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever. Zo werd ook de vraag naar ongeoorloofde discriminatie tussen een- en tweeverdieners afgedaan.

Politiek

De politiek had zich ook al eerder geroerd over de kwestie. Zo drong de SGP er bij het kabinet op aan om iets extra’s te doen voor gezinnen met een kostwinner, omdat de belastingdruk onevenredig hoog is voor deze groep. De SGP kreeg toen alleen steun van het CDA en de ChristenUnie.

Heffingskorting

De heffingskorting kwam in 2001 in de plaats van de belastingvrije voet. Dit deel van het inkomen bleef onbelast om beide partners een bestaansminimum te garanderen. Tot 2008 was de geïndividualiseerde korting volledig overdraagbaar naar de meest verdienende partner. Vanaf dit jaar bedraagt de algemene heffingskorting € 2.254. Voor partners die na 1962 zijn geboren en weinig of geen inkomen hebben uit werk, is die teruggeschroefd naar € 902.

terug