Besluit Inkomstenbelasting. Toeslagen. Partnerregeling; partnerschap in opvangsituaties

Bron: Rijksoverheid

Dit besluit bevat een goedkeuring waardoor in bepaalde opvangsituaties geen sprake is van partnerschap voor de inkomstenbelasting en voor de toeslagen. Dit besluit loopt vooruit op een wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

Belastingdienst

Twee personen die met een kind van een van beiden staan ingeschreven op hetzelfde woonadres in de basisregistratie personen, zijn fiscaal partner en toeslagpartner van elkaar. Dit is bepaald in artikel 1.2, eerste lid, onderdeel e, van de Wet IB 2001 en artikel 3, tweede lid, onderdeel e, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. Dit geldt ook als de personen in een accommodatie verblijven van een instelling die opvang biedt in de zin van artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Door het partnerschap kan de aanspraak op verschillende toeslagen wijzigen omdat ter bepaling van de draagkracht ook het toetsingsinkomen van de partner in aanmerking wordt genomen. Ook heeft het partnerschap gevolgen voor de inkomstenbelasting.

Uitzondering partnerschap in opvangsituaties

Staatssecretaris van Financiën Wiebes acht het ongewenst dat twee personen die met een kind van een van beiden wonen in een opvangwoning, kwalificeren als partners omdat wordt voldaan aan de criteria in artikel 1.2, aanhef en eerste lid, onderdeel e, van de Wet IB 2001 en artikel 3, aanhef en tweede lid, onderdeel e, van de Awir. Vooruitlopend op wetgeving keur ik daarom het volgende goed.

Hij keurt onder de volgende voorwaarden goed dat in deze situatie geen sprake is van fiscaal partnerschap en toeslagpartnerschap voor het belasting- en berekeningsjaar 2015.

Voorwaarden

Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:

  1. Er is sprake van partnerschap als gevolg van artikel 1.2, eerste lid, onderdeel e, van de Wet IB 2001 en artikel 3, tweede lid, onderdeel e van de Awir;
  2. De personen wonen in een opvangwoning;
  3. De belastingplichtigen of belanghebbenden verzoeken gezamelijk om in de periode waarin zij in 2015 in een opvangwoning wonen, te worden uitgezonderd van de onder a bedoelde kwalificatie als partner;
  4. Belastingplichtigen of belanghebbenden voegen bij het schriftelijk verzoek een afschrift van de beschikkingen, bedoeld in artikel 2.3.5, tweede lid, van de Wmo 2015 waaruit blijkt dat door de gemeente voor beide personen afzonderlijk een maatwerkvoorziening ten behoeve van beschermd wonen en opvang is getroffen;
  5. Het verzoek wordt uiterlijk 1 maart 2016 gedaan;
  6. Als aan de belanghebbende(-n) een voorschot is verleend op basis van partnerschap, wordt de toeslag herrekend naar de situatie waarin geen partnerschap bestaat. De toepassing van deze goedkeuring kan in uitzonderingsgevallen leiden tot een lager bedrag aan toeslagen dan het bedrag waarop volgens de wet- dus uitgaande van partnerschap – aanspraak bestaat. Door een verzoek om toepassing van deze goedkeuring te doen, gaan belanghebbenden voor zover nodig akkoord met een terugvordering van toeslagen
  7. Als een belastingplichtige op basis van deze goedkeuring niet wordt aangemerkt als fiscaal partner, is hij ook voor de toeslagen geen partner en omgekeerd.
terug