Belastingplan 2014 en ontslagvergoedingen

 

Op Prinsjesdag heeft de minister van Financiën het belastingplan 2014 ontvouwd. In dit plan is een bijzondere regeling opgenomen voor belastingplichtigen die eerder een ontslagvergoeding hebben ontvangen en destijds ervoor hebben gekozen om belastingheffing uit te stellen en een periodieke uitkering te bedingen.

Stamrechtvrijstelling

Op basis van de huidige wetgeving zijn de aanspraken op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon vrijgesteld van loonbelasting (stamrechtvrijstelling). Indien een werknemer bij ontslag een ontslagvergoeding ontvangt, dan is deze in beginsel belast tegen het normale, progressieve tarief. Laat de werknemer daarentegen de ontslagvergoeding storten bij een verzekeraar, bank of bij de eigen BV, en bedingt hij in ruil daarvoor een recht op periodieke uitkeringen, dan is de ontslagvergoeding vrijgesteld.

20% revisierente

Een ontslagvergoeding wordt vanwege het progressieve tarief veelal tegen het hoogste tarief belast. Het ineens laten uitkeren van de ontslagvergoeding is daarom in veel gevallen fiscaal bezien niet voordelig. Velen hebben ervoor gekozen om een recht op periodieke uitkeringen te bedingen bij een verzekeraar, bank of in sommige gevallen de eigen BV (stamrecht-BV). Belastingheffing kan in dat geval uitgesteld worden tot het moment dat men periodieke uitkeringen ontvangt. De aanspraak op de periodieke uitkering is fiscaal beclaimd. Afkoop is niet toegestaan, op straffe van 20% revisierente.

Stamrecht-BV

De laatste jaren hebben veel belastingplichtigen speciaal voor de ontslagvergoeding een eigen BV opgericht en bij de BV een recht op periodieke uitkering bedongen. Nu kent die structuur als groot voordeel de flexibiliteit en het gevoel zelf nog te kunnen beschikken over de ontslagvergoeding. Nadeel zijn de jaarlijkse instandhoudingskosten van de BV. Vaak wordt jaren later ook de vraag gesteld of men niet beter af is zonder BV. In sommige gevallen (‘lage’ ontslagvergoeding) is dat zeker waar. Echter, de revisierente bovenop de belastingheffing over de gehele aanspraak maakt dat een dure optie.

Voorstel Belastingplan

De wetgever komt met een voorstel dat zeker voor kleinere ontslagvergoedingen de moeite waard is om nader te bekijken. Voorgesteld wordt om éénmalig in 2014 de fiscale claim te laten vallen. In ruil daarvoor moet de aanspraak ineens worden uitgekeerd waarbij dan 80% van die aanspraak wordt belast. Met andere woorden, belastingplichtigen ontvangen een vrijstelling van 20%. Zonder heffing van revisierente! De belastingplichtige kan vrij over de ‘resterende’ aanspraken (onder inhouding van loonheffing natuurlijk) beschikken en de BV kan worden ontbonden. Hetzelfde geldt uiteraard ingeval de belastingplichtige zijn ontslagvergoeding destijds heeft gestald bij een verzekeraar of bank.

Middeling

Natuurlijk moet berekend worden of het in individuele gevallen voordelig is om de ontslagvergoeding ineens te laten belasten. In veel gevallen zal men in 2014 al een inkomen uit werk en woning genieten. Een uitkering ineens van de gehele aanspraak zal naar alle waarschijnlijkheid tot gevolg hebben dat deze voor het grootste gedeelte tegen 52% wordt belast. De mogelijkheid tot middeling kan dan nog uitkomst bieden. Bij middeling berekent men de inkomstenbelasting over de gemiddelde inkomens van drie jaar. Mocht men in de twee jaren voorafgaand aan dan wel in de twee jaren na het jaar van afkoop ook al tegen het hoogste tarief worden belast, dan zal middeling niets opleveren.

Zoals het er nu naar uitziet zal deze regeling voor één jaar (2014) gelden. In het huidige voorstel wordt de regeling op 31 december 2014 al weer afgeschaft.

Vermeldenswaardig is nog dat de wetgever voornemens is om de huidige stamrechtvrijstelling per 1 januari 2014 af te schaffen. Ontslagvergoedingen na 1 januari 2014 kunnen derhalve niet meer worden omgezet in onbelaste aanspraken op periodieke uitkeringen. Uiteraard voor zover dit voorstel uiteindelijk in wetgeving wordt omgezet. De vraag hoe men een ontslagvergoeding moet aanwenden zal dan tot het verleden behoren.

Jan Molenaar (1978) Belastingadviseur bij Contaxus Belastingadviseurs

terug