Belastingpakket 2014: fraudeaanpak en controle

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Het Belastingpakket 2014 bevat opnieuw aardig wat maatregelen die gericht zijn op het terugdringen van ontgaansmogelijkheden en fraude, met name voor toeslagen. Ook wordt er gesleuteld aan de informatieverstrekking en komt er een overgangsregeling voor de belasting- en invorderingsrente. Een overzicht van de maatregelen uit de verschillende wetsvoorstellen. De maatregelen die specifiek betrekking hebben op de toeslagen zijn opgenomen in Belastingpakket 2014: toeslagen

AOW

Samenwonende ouderen die nog een eigen huis hebben waar ze ook de financiële lasten van dragen gelden per 2015 voor de AOW per definitie als niet-samenwonend en ontvangen dus de hogere AOW-uitkering voor alleenstaanden van 70%.

Opschorting van uitbetaling

Zo lang de woon- en verblijfplaats van een belastingplichtige/aanvrager niet kan worden vastgesteld, kunnen betalingen van voorlopige teruggaven en voorschotten op toeslagen alsmede teruggaven in verband met definitieve aanslagen of toekenningen worden opgeschort. Het recht op de uitbetalingen zelf wordt, met uitzondering van de huurtoeslag, niet beïnvloed door onduidelijkheid over de woon- en verblijfplaats. De Belastingdienst kan er voor kiezen om alleen de uitbetaling te stoppen, of dit te combineren met het herzien van de beschikking. Bij het volledig ontbreken van een actueel adresgegeven stopt de Belastingdienst de betaling. Wanneer er aanvullende indicaties zijn van fraude en een terugvordering mogelijk is, kan herziening van de beschikking aan de orde zijn. Als er na vijf jaar nog steeds onduidelijkheid bestaat over de woon- en verblijfplaats, vervalt het recht op uitbetaling.

Boete bij opzettelijk verstrekken onjuiste informatie voor voorlopige teruggaaf

De mogelijkheid om te verzoeken om (herziening van) een voorlopige aanslag wordt wettelijk geregeld. Er kan een vergrijpboete worden opgelegd voor het hierbij opzettelijk verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie. De boete kan alleen worden opgelegd als de belastingplichtige zelf het initiatief neemt tot het vaststellen van een voorlopige aanslag of tot herziening. Het wetsvoorstel Wet vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst (33 714) breidt herziening uit naar definitieve aanslagen. Bij inwerkingtreding wordt de vergrijpboete ook van toepassing op deze opzettelijk onjuiste of onvolledige herzieningsverzoeken.

Strafbaar stellen van opzettelijk niet betalen op aangifte

Op dit moment kan een belastingplichtige die een aangiftebelasting wel juist aangeeft, maar niet betaalt, niet strafrechtelijk worden vervolgd voor belastingfraude. De strafrechtelijke bepalingen in de AWR worden aangepast om dit mogelijk te maken. Voor het opzettelijk niet, gedeeltelijk niet of niet tijdig betalen kan dan ook een gevangenisstraf worden geëist. Van het vereiste opzet is in ieder geval geen sprake bij (goedwillende) ondernemers die al dan niet tijdelijk in betalingsproblemen verkeren en uitstel van betaling vragen.

Ruimere aansprakelijkstelling

Met ingang van 1 december 2013 wordt het gebruik van één bankrekeningnummer voor uitbetaling van toeslagen, en teruggaaf van inkomstenbelasting en omzetbelasting verplicht. Een uitzondering bestaat met betrekking tot kinderopvangtoeslag voor kinderopvanginstellingen die een convenant hebben afgesloten met de Belastingdienst. Er gaat ook een uitzondering gelden voor de schuldhulpverlening, waarbij het budgetbeheer verloopt via een bankrekening die op naam staat van de bewindvoerder en waarbij de schuldhulpverlener aan de nadere voorwaarden voldoet.

De aansprakelijkstelling wordt uitgebreid naar iedere derde die kan beschikken over een bankrekening waarop een te hoog of zelfs voor het gehele bedrag onterecht ontvangen teruggaaf inkomstenbelasting of omzetbelasting is uitbetaald, voor zover deze bedragen zijn toe te rekenen aan onbetaald gebleven belastingaanslagen inkomstenbelasting of omzetbelasting van de belastingschuldige. De aansprakelijkstelling is beperkt tot het bedrag dat is uitbetaald op de bankrekening waarover deze derde kan of heeft kunnen beschikken.

Cessie- en verpandingsverbod

Door cessie of verpanding zou het verplichte gebruik van de bankrekening van de belastingschuldige zelf kunnen worden omzeild, daarom wordt een cessie- en verpandingsverbod voorgesteld. Het verbod is beperkt tot de inkomstenbelasting en financiële instellingen die de instrumenten van cessie- en verpanding gebruiken voor zekerheidsstelling worden uitgezonderd van het verbod. Voor de toeslagen geldt al een cessie- en verpandingsverbod.

Bestrijding constructies met afgezonderd particulier vermogen (APV)

Het APV-regime wordt soms gebruikt om onder de aanmerkelijkbelangheffing (ab-heffing) uit te komen en de renteaftrekbeperking bij winstdrainage te ontgaan. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het feit dat toerekening van het APV aan de belastingplichtige achterwege blijft als het APV in het vestigingsland een reële winstbelasting is verschuldigd (de zogenoemde toerekeningsstop).

De ab-constructie komt er op neer dat een aanmerkelijk belang in een beleggingsvennootschap (onbelast) wordt ingebracht in een APV waarop na enige tijd de toerekeningsstop van toepassing wordt. De huidige wettekst maakt het mogelijk dat het van toepassing worden van de toerekeningsstop niet als een vervreemding van het aanmerkelijk belang kan worden gezien als een aanmerkelijk belang wordt aangehouden in de vennootschap. Daarom wordt alsnog geregeld dat sprake is van een belaste (fictieve) vervreemding van de in het APV aanwezige aandelen of winstbewijzen, ongeacht of de belastingplichtige (voormalig) aanmerkelijkbelanghouder daarnaast nog een aanmerkelijk belang blijft behouden in de desbetreffende vennootschap of niet. Als de (fictieve) vervreemding in overwegende mate heeft plaatsgevonden op grond van fiscale overwegingen mag het vervreemdingsverlies pas in aanmerking worden genomen als het APV de desbetreffende aandelen of winstbewijzen heeft vervreemd aan een derde of bij overlijden van de voormalige aanmerkelijkbelanghouder, doch uiterlijk na 10 jaar na de vervreemding. Verder wordt bij emigratie de inwerkingtreding van de toerekeningsstop aangemerkt als een “besmette handeling”, waardoor het uitstel van betaling eindigt.

In de Vpb-sfeer wordt de toerekeningsstop gebruikt om de verbondenheid bij winstdrainage te doorkruisen. Door te bepalen dat de toerekeningsstop geen toepassing vindt voor de renteaftrekbeperking gericht tegen winstdrainage kan de renteaftrekbeperking, afhankelijk van de feiten en omstandigheden, ook toepassing vinden met betrekking tot structuren waarbij een APV wordt betrokken in een belasting naar de winst die resulteert in een naar Nederlandse begrippen reële heffing.

Uitzendbureau’s en inlenersaansprakelijkheid

Het stelsel van de G-rekening wordt (waarschijnlijk) per 2015 gefaseerd vervangen door een depotstelsel waarbij vrijwaring van inlenersaansprakelijkheid wordt verkregen door een storting op de vrijwaringsrekening van de ontvanger ten behoeve van de uitlener die een depot aanhoudt. Zodra het depotstelsel in werking is getreden, moeten uitzendondernemingen die niet zijn geregistreerd bij de Stichting Normering Arbeid verplicht een depot aanhouden bij de ontvanger. Inleners van arbeidskrachten bij een niet-gecertificeerde uitzendonderneming moeten verplicht 35% van de factuursom die in rekening is gebracht door de uitlener op de vrijwaringsrekening van de ontvanger storten ten behoeve van het depot van de betreffende uitzendonderneming. Zowel de betreffende uitzendondernemingen als hun inleners kunnen worden beboet met een verzuimboete van ten hoogste € 4920 als zij niet aan deze verplichtingen voldoen. De inlener kan bij niet-storting ook nog hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de belastingschulden van de uitlener tot het bedrag dat hij had moeten storten. Er is volgens de staatssecretaris geen sprake van strijdigheid met EU-recht omdat alleen wordt gekeken naar certificering en de maatregel is gericht op de bestrijding van fraude en het voorkomen van misbruik.

Belasting- en invorderingsrente

Vanaf 2014 wordt (zoals afgesproken in het Regeerakkoord) voor alle heffingen behalve de Vpb aangesloten bij de wettelijke rente met een minimum van 4%; voor de Vpb wordt aangesloten bij de handelsrente met een minimum van 8% (zie ook Fiscale cijfers 8.6 Rentetarieven). In verband met de berekeningswijze van de belasting- en invorderingsrente is besloten dat de verhoogde percentages pas vanaf 1 april 2014 zullen worden gehanteerd; tot 1 april geldt de wettelijke rente. Het overgangsrecht komt er op neer dat de verhoogde rentepercentages effectief (deels) toegepast zullen worden op belastingaanslagen met dagtekening vanaf 18 februari 2014, doordat de betalingstermijn van zes weken na dagtekening van de belastingaanslag tot de renteperiode hoort.

Internationale informatieverstrekking

De zogenoemde kennisgeving-vooraf wordt afgeschaft. Op dit moment wordt nog bij de verstrekking van inlichtingen op verzoek of spontaan voorafgaand aan de verstrekking een kennisgeving verstuurd naar degene die de inlichtingen heeft verstrekt. Deze persoon heeft hij dan tien dagen de tijd om bezwaar te maken en de voorzieningenrechter te vragen om de uitwisseling op te schorten. Gedurende die tien dagen worden de inlichtingen nog niet verstrekt tenzij er dringende redenen zijn om dat al wel te doen.

Tevens wordt geregeld dat bij de automatische inlichtingenuitwisseling de verplichte publicatie in de Staatscourant van de gevallen en de voorwaarden waaronder, voortaan achterwege kan blijven.

Deze wijzigingen gaan ook voor de BES-landen gelden en treden in werking met ingang van 1 januari 2014. Bij verzoeken om inlichtingen die worden gedaan voor die datum wordt de kennisgevingsprocedure nog toegepast.

Bron: Redactie FiscaalTotaal

U kunt de informatie in de hyperlinks uit dit artikel alleen openen wanneer u een abonnement op FiscaalTotaal heeft. Lees meer over de kennisbank FiscaalTotaal.

terug