Brandbrief over pensioen in eigen beheer naar Eerste Kamer

Bron: SRA

Bij het Register Belastingadviseurs, SRA en de NOAB bestaan grote zorgen over de uitfasering van in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraken. Dat hebben de belangenorganisaties in een brief aan de Eerste Kamer laten weten. De organisaties dringen met name aan op meer aandacht voor situaties waarin sprake is van een partner.

Partnerproblematiek

De belangenorganisaties maken zich vooral zorgen om de zogenoemde partnerproblematiek. Volgens hen staat dat in de weg voor de beoogde uitfasering. Zij verwachten dat onder de huidige omstandigheden nauwelijks gebruik gemaakt zal worden van de uitfaseringsmogelijkheden en dat hierdoor slechts bereikt wordt dat de bestaande pensioenregelingen bevroren worden.

Wetsvoorstel

Het wetsvoorstel uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen is, kort gesteld, ingediend om het hoofd te bieden aan de problematiek van het pensioen in eigen beheer. Veel pensioen-bv’s staan onder water en door gebruik te maken van de voorgestelde afstempelingsmogelijkheid met daaraan gekoppelde afkoop of omvorming, zou dit probleem worden opgelost. De solvabiliteit van de bv’s zou (sterk) verbeteren, de zogenoemde dividendklem zou komen te vervallen en het wetsvoorstel zou bovendien aanzienlijke budgettaire opbrengsten genereren in de jaren 2017 tot en met 2019. Per saldo zou sprake zijn van een positief EMI-effect van € 62 miljoen.

Schenking

Maar de belangenorganisaties betreuren dat er te weinig aandacht is geschonken aan de partnerproblematiek, ondanks ze dat in een vroeg stadium hebben aangekaart. Ze schrijven in de brandbrief: ‘In de loop van de parlementaire behandeling is duidelijk geworden dat de staatssecretaris van financiën van oordeel is dat de partner moet worden gecompenseerd voor het prijsgeven van haar rechten ter zake van de pensioenregeling. Indien de partner niet of onvoldoende wordt gecompenseerd voor de prijs te geven rechten, is naar het oordeel van de staatssecretaris sprake van een schenking. Hij heeft een voorbeeld opgenomen op grond waarvan 73% van de totale waarde in het economische verkeer van de pensioenaanspraken aan de partner voorbehouden dient te blijven, hetgeen ook in het gegeven voorbeeld tot een in verhouding tot de fiscale balanswaarde zeer aanzienlijk recht van de partner zou leiden. De benadering van de staatssecretaris leidt er toe dat de partner een zodanig aanzienlijk recht of zelfs uitbetaling zou moeten krijgen om een schenking te voorkomen. Die verplichting jegens de partner is in de gevallen waarvoor het wetsvoorstel is bedoeld (namelijk bv’s die onder water staan) niet na te komen en zeker niet direct uit te betalen. Onder deze omstandigheden zal geen dga tot uitfasering overgaan, tenzij deze in gemeenschap van goederen is gehuwd. Onze ervaring is dat veel dga’s buiten gemeenschap van goederen zijn gehuwd, vermoedelijk is dat zelfs in het merendeel van de gevallen zo.’

terug