Beantwoording Kamervragen over mogelijke dubbele bankenbelasting

Bron: Rijksoverheid

In het kader van de mogelijke dubbele bankenbelasting voor de Nederlandse banken, beantwoordt de staatssecretaris van Financiën een aantal Kamervragen.

Verdrag

Op 12 juni 2013 is een verdrag ter vermijding van dubbele bankenbelasting met het Verenigd Koninkrijk gesloten. Ook met Duitsland, België, Hongarije, Slowakije en Zuid-Korea zou contact worden gezocht met het oog op het sluiten van een verdrag ter vermijding van dubbele bankenbelasting.

Duitsland

Duitsland heeft laten weten niet geïnteresseerd te zijn in een verdrag  ter vermijding van dubbele bankenbelasting met Nederland. Volgens Duitsland kan voor deze problematiek het beste een oplossing in het kader van de Richtlijn over de sanering van banken worden gezocht.

België

In het voorjaar van 2013 hebben er besprekingen met België op ambtelijk niveau plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat België geen belangstelling heeft voor een bilaterale regeling ter vermijding van dubbele bankenbelasting. In tegenstelling tot de Nederlandse bankenebelasting, betrekt de Belgische bankenbelasting alleen de passiva van de enkelvoudige balans van een Belgische kredietinstelling in de heffing. Hierdoor worden Belgische kredietinstellingen ten aanzien van hun buitenlandse dochters niet met dubbele bankenbelasting geconfronteerd. Echter, omdat de passiva van in het buitenland (lees Nederland) gelegen vaste inrichtingen onderdeel uitmaken van de balans van de Belgische onderneming, bestaat ten aanzien van de in Nederland gelegen vaste inrichtingen wel kans op dubbele bankenbelasting.

Vanwege de doelmatigheidsvrijstelling van 20 mijard euro in de Nederlandse bankenbelasting, doet het voorgaande zich in de praktijk niet voor. Hierdoor heeft België geen belang bij een wederkerige regeling ter vermijding van dubbele bankenbelasting.

Wijziging Besluit voorkoming dubbele belasting

De staatssecretaris geeft aan dat de vermijding van dubbele bankenbelasting op grond van de wijziging van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 op 11 augustus 2012, op dit moment beperkt is. Daarnaast merkt de staatssecretaris op dat op basis van het Besluit, Nederland eenzijdig voorziet in vermijding van dubbele bankenbelasting door verrekening van in het buitenland geheven bankenbelasting, met de Nederlandse te betalen bankenbelasting toe te staan. Volgens de staatssecretaris voorziet het Besluit dus niet in het verlenen van een belastingvermindering ter vermijding van dubbele belasting voor dubbele bankenbelasting aan in Nederland gevestigde banken die ook in andere landen bankenactiviteiten verrichten door middel van dochtervennootschappen.

Alleen in relatie tot het Verenigd Koninkrijk is het Besluit toegepast om dubbele bankenbelasting te vermijden. Aangezien binnenkort een verdrag ter vermijding van dubbele bankenbelasting tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk in werking treedt, zal de vermijding van dubbele bankenbelasting in de toekomst volgens de bepalingen van dat verdrag geschieden. In relatie tot andere landen zijn de bepalingen ter vermijding van dubbele bankenbelasting tot nu toe niet toegepast. Dit komt mede doordat men daar niet aan toekomt vanwege de doelmatigheidsvrijstelling van de Nederlandse bankenbelasting.

Download:

“Beantwoording Kamervragen over dubbele bankenbelasting” (PDF)

terug