Beantwoording Kamervragen over energiebelasting en btw bij zonne-energieprojecten

 

Op grond van artikel 50, vijfde lid van de Wet belastingen op milieugrondslag geldt de vrijstelling van energiebelasting voor het gebruik van elektriciteit die door de verbruiker is opgewekt bij zonne-energieprojecten. Daarbij wordt niet de voorwaarde gesteld dat de verbruiker de eigenaar van de installatie is. De vrijstelling geldt echter uitdrukkelijk niet als de elektriciteit door een ander dan de verbruiker wordt opgewekt.

De Belastingdienst heeft weliswaar in het verleden, 2010 en 2011, in een aantal gevallen het standpunt ingenomen dat de vrijstelling voor zelfopwekking een ruimere toepassing had, maar is daarvan teruggekomen.

Minister Kamp

Dat heeft minister Kamp geantwoord op vragen van het Tweede Kamerlid Mulder (CDA). Kamp geeft voorts aan dat bij niet in het dak geïntegreerde zonnepanelen de exploitant ook btw verschuldigd is over de stroom die hij zélf verbruikt. Deze btw-plicht volgt rechtstreeks uit artikel 3, derde lid, onder a, van de Wet op de omzetbelasting 1968 waarmee artikel 16 van de btw-richtlijn wordt uitgevoerd. In artikel 16 van de btw-richtlijn is een btw-plicht opgenomen voor goederen (waaronder stroom) die privé worden gebruikt. Op dit punt is er geen keuzemogelijkheid voor lidstaten.

Fuchs-arrest

De btw-plicht is volgens Kamp redelijk omdat btw-aftrek voor de investering in de zonnepanelen ontstaan is als gevolg van het Fuchs-arrest (nr. C-219/12). Als geen btw-aftrek voor de investering in de zonnepanelen is ontstaan, is het privégebruik ook niet belast met btw. Door de werking van de kleineondernemingsregeling wordt overigens na het jaar van aanschaf en ingebruikname van de zonnepanelen helemaal geen btw betaald, ook niet over privégebruik. Tot een bedrag van € 1.345 hoeft op grond van die regeling namelijk helemaal geen btw te worden betaald, aldus Kamp.

Download:

“Beantwoording Kamervragen over energiebelasting, btw en salderen” (PDF)

terug