Afschaffing overheidsbijdrage financieel toezicht

Bron: Rijksoverheid

Stevig financieel toezicht is onmisbaar voor het vertrouwen in en het goed functioneren van de financiële sector. Het kabinet gaat de bekostiging van het financieel toezicht per 1 januari 2015 wijzigen. Vanuit het principe ‘de sector profiteert zelf van goed toezicht’ wordt de jaarlijkse overheidsbijdrage aan het financieel toezicht afgeschaft. Bovendien zullen boetes en dwangsommen niet langer volledig terugvloeien naar de sector, maar vanaf 2,5 miljoen euro toekomen aan de Staat. De ministerraad heeft op voorstel van minister Dijsselbloem van Financiën ingestemd met deze wijziging van de Wet bekostiging financieel toezicht.

Doorberekening overheidsbijdrage

Afschaffing van de jaarlijkse overheidsbijdrage en doorberekening ervan aan de financiële sector levert een besparing op van bijna 40 miljoen euro. De totale kosten voor de toezichttaken van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) zijn begroot op ruim 220 miljoen euro in 2014. De financiële sector moet dergelijke kosten vanaf volgend jaar volledig zelf financieren.

Doorberekening kosten toezichttaken ECB

In voorbereiding op de nieuwe toezichttaak van de Europese Centrale Bank worden momenteel de balansen van ‘significante banken’ vergaand onderzocht. De eenmalig hieruit voortkomende toezichtkosten (door DNB geschat op tussen 42,5 en 61,7 miljoen euro) komen met de nieuwe wet voor rekening van de significante banken. Het kabinet acht het onevenredig als andere partijen deze kosten zouden moeten dragen.

Bestemming dwangsommen en boetes

Bij ernstige misdrijven in de financiële sector kan het om zeer hoge bedragen aan boetes en dwangsommen gaan, oplopend tot 10 à 15% van de omzet. Het strookt niet met het rechtvaardigheidsgevoel om de opbrengst van een opgelegde straf vanwege een misstand binnen de financiële sector terug te geven aan die sector. Om die reden wil het kabinet opbrengsten uit dwangsommen en boetes vanaf 2,5 miljoen euro per toezichthouder per jaar ten goede laten komen aan de staatskas.

terug