Aanwijzen loonbestanddelen WKR aangepast

Bron: PwC

De Belastingdienst stelt zich strenger op ten aanzien van het aanwijzen van loonbestanddelen in de werkkostenregeling (WKR). Als het aanwijsproces onvoldoende is ingericht, loopt de werkgever het risico de toepassing van een vrijstelling te verspelen en legt de Belastingdienst het volgende kalenderjaar een correctie op.

Aanwijzen loonbestanddelen

Per 1 januari 2015 is voor de bewijslast van het aanwijzen van eindheffingsbestanddelen een beleidswijziging door de staatssecretaris van Financiën doorgevoerd. Een dergelijke aanwijzing is vereist om de betreffende vergoeding of verstrekking als gerichte vrijstelling te mogen aanmerken of ten laste te brengen van het 1,2 procent forfait, de vrije ruimte. Hiermee wordt het voor de werkgever nog belangrijker om de aanwijzing van loonbestanddelen expliciet en duidelijk te regelen in de arbeidsvoorwaarden en administratieve processen.

Verschillende vrijstellingen

De Wet op de loonbelasting 1964 kent meerdere soorten vrijstellingen. Voor sommige vrijstellingen (bijvoorbeeld de jubileumvrijstelling) hoeven werkgevers niets te doen. De vrijstellingen die zijn opgenomen onder het regime van de WKR, zoals de gerichte vrijstellingen en de forfaitaire vrijstelling van 1,2 procent, eist de wet nu enige actie. Werkgevers moeten, rekening houdend met de gebruikelijkheidstoets, de vergoeding of verstrekking eerst aanwijzen als eindheffingsbestanddeel. Vormvoorschriften bij deze aanwijzing ontbreken, waardoor niet altijd even duidelijk is of een loonbestanddeel door de werkgever is aangewezen. De bewijslast dat een loonbestanddeel is aangewezen ligt bij de werkgever.

Uitvoeringspraktijk

Tot op heden werd hier in de uitvoeringspraktijk niet moeilijk over gedaan. De Belastingdienst nam op basis van het oude besluit simpelweg aan dat het een aangewezen loonbestanddeel was indien het loonbestanddeel niet bij de werknemer op de loonstrook was verwerkt. Deze visie is met ingang van 1 januari 2015 beperkt tot vergoedingen/ verstrekkingen waarvan in het lopende kalenderjaar blijkt dat ze ten onrechte niet individueel zijn verloond. Wordt deze omissie na afloop van het kalenderjaar geconstateerd, dan neemt de Belastingdienst voortaan de aanwijzing niet meer aan. Het standpunt van de Belastingdienst is dan dat de werkgever in beginsel geen recht heeft op de vrijstellingen uit het regime van de werkkostenregeling.

terug