Wijzigingen in de Successiewet

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Wijzigingen in de Successiewet

De Successiewet is per 2010 ingrijpend gewijzigd en ook voor 2016 zijn belangrijke wijzigingen doorgevoerd. Een overzicht van de belangrijkste wijzigingen. De genoemde cijfers hebben betrekking op 2018.

Afschaffing recht van overgang

In bijzondere gevallen kon tot 1 januari 2010 ook successierecht worden geheven als de overledene op het moment van overlijden buiten Nederland woont. Dit is bijvoorbeeld het geval als hij onroerende zaken in Nederland naliet.

Tarieven schenk- en erfbelasting

Nieuwe tarieven schenk- en erfbelasting
Deel van de belaste verkrijging Tariefgroep 1 Tariefgroep 1A Tariefgroep 2
  (partners en kinderen) (kleinkinderen) (overige verkrijgers)
€ 0 – € 123.248 10% 18% 30%
€ 123.248 – hoger 20% 36% 40%

Vrijstellingen schenk- en erfbelasting

Vanaf 2010 vervalt de vrijstelling niet als meer wordt verkregen dan de vrijstelling, zoals bij een drempelvrijstelling. Ook bestaat de maximering van de heffing over bedragen boven de vrijstelling niet meer.

Nieuwe vrijstellingen schenkbelasting
De eenmalige schenkingsvrijstelling voor de eigen woning is in de periode van 1 januari 2015 tot 1 januari 2017 weer beperkt tot schenkingen aan kinderen tussen 18 en 40 jaar. Vanaf 1 januari 2017 wordt de eenmalige schenkingsvrijstelling voor de eigen woning permanent verhoogd naar € 100.000 (2018: € 100.800) voor personen tussen 18 en 40 jaar. Verder kan de schenking dan worden gespreid over maximaal drie opvolgende kalenderjaren, de ontvanger van de schenking moet op het moment van de laatste schenking nog geen 40 jaar zijn.

– Kinderen: € 5.363
– Kinderen 18 – 40 jaar (eenmalig): € 25.731
– Kinderen 18 – 40 jaar (eenmalig) indien een schenking wordt aangewend voor een studie of beroepsopleiding: € 53.602
– Overige verkrijgers: € 2.147

Vanaf 2012 is het vereiste van een notariële akte bij schenking ten behoeve van een eigen woning vervallen.

Nieuwe vrijstellingen erfbelasting
– Partners: € 643.194
– Kinderen en kleinkinderen: € 20.371
– Zieke en gehandicapte kinderen: € 61.106
– Ouders: € 48.242
– Overige verkrijgers: € 2.147

Partnerbegrip

Vanaf 1 januari 2010 kwalificeren als partners:

– Gehuwden en daarmee gelijkgestelde geregistreerde partners (gescheiden van tafel en bed = ongehuwd).

– Ongehuwden, indien wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:

a. beiden meerderjarig;

b. gezamenlijke huishouding volgens de basisadministratie persoonsgegevens;

c. wederzijdse zorgverplichting aangegaan bij notariële akte;

d. geen bloedverwant in de rechte lijn;

e. geen meerrelaties.

Uitzonderingen hierop:
1. Aan voorwaarde c. hoeft niet voldaan te worden, mits personen vijf jaar samenwonen.

Let op! Er moet gedurende een bepaalde periode aan de voorwaarden zijn voldaan.

Waardering van woningen in de Successiewet

In de Successiewet 1956 wordt vanaf 1 januari 2010 voor de waardering van woningen aangesloten bij de WOZ-waarde. Voor overlijdens in de jaren 2010 tot en met 2013 is echter goedgekeurd dat voor serviceflats van de waarde in het economisch verkeer mag worden uitgegaan als die in belangrijke mate afwijkt van de WOZ-waarde. Deze mogelijkheid is vanaf 1 januari 2014 in de wet vastgelegd.

Algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s)

De ANBI-regeling houdt in dat de giften aan ANBI’s aftrekbaar zijn in de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting. Daarnaast zijn de verkrijgingen door een ANBI of van een ANBI vrijgesteld van schenk- en erfbelasting.

Er zijn in de wet een aantal weigerings- en intrekkingsgronden opgenomen. Deze zijn per 2014 uitgebreid met de situatie waarin een bestuurder, feitelijk leidinggevende of "gezichtsbepalend persoon" van de instelling onherroepelijk is veroordeeld voor het opzettelijk plegen van een misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht.

Vanaf 1 januari 2014 is het verstrekken van bepaalde informatie een wettelijke vereiste voor verkrijging/behoud van de ANBI-status. Kerkgenootschappen en de daarmee verbonden instellingen die door middel van een groepsbeschikking als ANBI zijn aangemerkt, hoeven pas met ingang van uiterlijk 1 januari 2016 aan de gewijzigde voorwaarden te voldoen. Voormalige ANBI’s worden – eventueel op straffe van een boete – verplicht om hun jaarstukken aan de Belastingdienst te overleggen met een specificatie van de door hen gedane giften.

Per 1 januari 2010 moet een instelling om als ANBI aangemerkt te worden voor ten minste 90% het algemeen nut beogen.

Sociaal belang behartigende instellingen (SBBI’s)

Per 1 januari 2010 is de vrijstelling voor amateursportverenigingen en dergelijke opgenomen in een nieuwe vrijstelling voor SBBI’s. Hierbij kan gedacht worden aan dorpshuizen, hobbyclubs, personeelsverenigingen, jeugdgroepen, buurtverenigingen en amateursportinstellingen. De vrijstelling voor SBBI’s houdt in dat die instellingen zijn vrijgesteld van schenk- en erfbelasting. Om als SBBI te worden aangemerkt moet aan een aantal eisen zijn voldaan. Er hoeft dus geen traject voor erkenning te worden doorlopen zoals bij de ANBI.

Afgezonderde particuliere vermogens (APV’s)

Een APV is een afgezonderd vermogen waarmee vooral een particulier belang wordt gediend. Hierbij kan gedacht worden aan trusts en buitenlandse stichtingen. Nederlandse belastingplichtigen kunnen betrokken zijn bij een APV, als oprichter of als begunstigde. Vanaf 1 januari 2010 wordt een APV als transparant aangemerkt.

De inbreng in het APV is niet belast met schenkbelasting. Overlijdt de inbrenger dan erven zijn erfgenamen het vermogen in het APV: zij geven dan ieder hun deel van het vermogen in het APV aan in box 3. Een schenking van een APV is belast met schenkbelasting en er wordt bij overlijden van de inbrenger of diens erfgenaam erfbelasting geheven. Voor een aanmerkelijkbelangpakket in box 2 geldt eenzelfde regeling.

Er bestaan enkele uitzonderingen op de regeling. Op 1 januari 2010 al bestaande APV’s vallen ook onder de nieuwe regeling maar gemaakte afspraken met de inspecteur worden gerespecteerd.

Een erfgenaam die geen aanspraak heeft op het vermogen in de APV maar daar toch voor zou kunnen worden belast, heeft het recht om aan te tonen dat hij geen aanspraak maakt op vermogen uit de trust.

Bedrijfsopvolgingsregeling

Verkrijgingen (ook door schenking) van objectieve ondernemingen met een waarde tot € 1.071.987 zijn voorwaardelijk voor 100% vrijgesteld. Voor ondernemingen die meer waard zijn dan die € 1.071.987 geldt voor het meerdere verkregene een voorwaardelijke vrijstelling van 83%. Voor de belasting die dan eventueel nog is verschuldigd kan 10 jaar uitstel van betaling worden verkregen.

De bedrijfsopvolgingsregeling heeft betrekking op ondernemingsvermogen, een aanmerkelijk belang in een vennootschap voor zover die een objectieve onderneming drijft (dus geen belegging) en een aan een dergelijke vennootschap voor de onderneming ter beschikking gestelde onroerende zaak.

Zowel de bedrijfsopvolger als de schenker respectievelijk de erflater moet aan bepaalde voorwaarden voldoen.

Degene die aanmerkelijkbelangaandelen erft kan de hierop rustende belastingclaim na een verzoek doorschuiven.

NB: Mogelijk hebben ook verkrijgers van privévermogen recht op een (beperkte) vrijstelling van erfbelasting.

Belastinguitstel bij verkrijging blooteigendom van een woning

Vanaf 2011 wordt op verzoek rentedragend belastinguitstel verleend als krachtens erfrecht de blote eigendom wordt verkregen van een woning die voor de vruchtgebruiker een eigen woning is. Voor het gedeelte van de verkrijging dat bestaat uit de blote eigendom van een woning wordt op verzoek een conserverende aanslag opgelegd. Als een verkrijging zowel ondernemingsvermogen als de blote eigendom van een woning omvat, wordt de erfbelasting over de geconserveerde waarde van de blote eigendom bij fictie berekend alsof geen ondernemingsvermogen is verkregen dan wel het ondernemingsvermogen een waarde heeft van nihil.

Het uitstel van betaling wordt alleen verleend, en blijft alleen in stand, onder bepaalde voorwaarden.

Vruchtgebruikconstructie met de ouderlijke woning

Vanaf 2010 kunnen ouders niet meer aan hun kinderen een fiscaal voordeel geven door hun huis over te dragen aan hun kinderen en te bedingen dat zij tot hun overlijden in het huis konden blijven wonen. Tot 2010 werd het successierecht geheven naar de waarde op het moment van de overdracht. Vanaf 1 januari 2010 wordt geheven over de waarde van het huis op het moment van overlijden zonder dat er voor bestaande gevallen een overgangsregeling is getroffen. De kinderen kunnen de overdrachtsbelasting en de schenkbelasting die zij destijds bij de overdracht van het huis hebben betaald, in mindering brengen op de erfbelasting.

Als sprake is van een renovatie van de verkregen woning voor eigen rekening ná de overdracht kan worden uitgegaan van de waarde naar de staat waarin de woning verkeerde ten tijde van de overdracht.

Ficties per 2010

De rente op overbedelingsschulden is gemaximeerd op 6%.

Vanaf 1 januari 2010 worden onder meer bepaalde ik-opa-testamenten, ik-vader-testamenten en turbotestamenten in de heffing betrokken. Ook een verkoop met uitgestelde levering wordt als een erfrechtelijke verkrijging aangemerkt.

Ook de overdracht tegen juist lonende exploitatiewaarde is aan te merken als een schenking.

Een verzekeringsuitkering is belast als de verzekeraar een familielid is.

Bij de zogenoemde herroepelijke schenking wordt de terug te krijgen schenkingsbelasting (vanwege de herroeping) verminderd met het tussentijds genoten rendement.

Vanaf 2010 wordt de schenking van een vruchtgebruik aangenomen bij een (feitelijk) direct opeisbare renteloze of laagrentende lening, waarbij getoetst wordt aan een normrente van 6%.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal