Voorkoming dubbele belasting Vpb

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Voorkoming dubbele belasting Vpb

Bedrijven die internationaal opereren hebben te maken met wetgeving van verschillende landen. Doordat overheden allemaal hun eigen fiscale regels hebben en verschillende aanknopingspunten kennen voor het recht op belastingheffing, ontstaat vaak dubbele (non-)belasting. Om dit te voorkomen zijn er verschillende bronnen van (inter)nationaal recht.

Deelnemingsvrijstelling

Ten eerste is er de deelnemingsvrijstelling om dubbele heffing te voorkomen. Bij een situatie met een moeder en dochtermaatschappij zou er dubbele heffing kunnen voorkomen zonder deelnemingsvrijstelling. De dochtermaatschappij betaalt belasting en als het dividend naar de moeder gaat en zij weer belasting daarover zou moeten betalen, dan zou sprake zijn van belasting over belasting. Daarom heeft de wetgever de deelnemingsvrijstelling ingevoerd.

Objectvrijstelling

De objectvrijstelling is een redelijk nieuw fenomeen binnen het fiscaal recht. Per 1 januari 2012 is het systeem van de aftrekberekening voor de elders al belaste winsten grondig veranderd. Vóór 1 januari 2012 bestonden er al de volgende methodes van voorkoming van dubbele belasting: de evenredigheidsmethode en de verrekeningsmethode. Sinds 1 januari 2012 is de objectvrijstelling in werking getreden. De objectvrijstelling die ook in de wet is opgenomen houdt in dat bij de belastingplichtige die winst uit een andere staat geniet, de belastbare winst wordt verminderd met de positieve en negatieve bedragen van de winst uit die staat (de objectvrijstelling wordt per staat toegepast). Het moet gaan om een Nederlands lichaam met in ieder geval één of meer vaste inrichtingen in het buitenland.

Wel/geen verdrag en overgangsrecht
Voor de objectvrijstelling is het belangrijk of Nederland wel of geen verdrag heeft met het land waar de vaste inrichting zich bevindt. Verder is er overgangsrecht ingevoerd. Dit is met name belang bij inhaalverliezen en stallingswinsten.

Besluit voorkoming dubbele belasting 2001

Het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 is een eenzijdige Nederlandse regeling. Hoewel Nederland veel verdragen heeft gesloten met verschillende landen om dubbele belasting te voorkomen, zijn er toch nog landen waar Nederland geen verdrag mee heeft gesloten. In deze gevallen kan het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 van toepassing zijn.

Belastingverdragen

Nederland heeft met heel veel landen verdragen gesloten om dubbele belasting te voorkomen. De regelingen in de verdragen kunnen erg verschillen. Aan de hand van het verdrag kan worden beoordeeld of, en zo ja op welke wijze, een vermindering van belasting geldt. Verdragen kunnen verder verwijzen naar het Bvdb 2001 of meer in het algemeen naar de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting. Voor de uitleg van verdragsbepalingen kan steun gezocht worden in o.a. het OESO Modelverdrag en het Nederlands Standaardverdrag 1987.

Daarnaast is ook door de staatssecretaris van Financiën een besluit gepubliceerd waarin universele Nederlandse uitvoeringsvoorschriften zijn opgenomen inzake belastingverdragen met betrekking tot de dividendbelasting.

Europees belastingrecht

Naast nationale regels van landen en afspraken tussen twee of meer landen (verdragen) zijn er ook Europese regels. Hoewel binnen de Europese Unie de fiscale soevereiniteit op het gebied van directe belastingen (vennootschapsbelasting) bij de nationale overheden ligt zijn er toch richtlijnen en verordeningen. Richtlijnen zijn verbindend met betrekking tot het in de richtlijn omschreven resultaat. Landen hebben wel zelf de bevoegdheid om te kiezen op welke manier (via nationaal recht) ze het resultaat bereiken. Daarnaast zijn er zes fundamentele vrijheden die in acht moeten worden genomen bij regelgeving.

Op grond van de Moeder-dochterrichtlijn is er ook een antimisbruikbepaling ingevoerd in de Nederlandse vennootschapsbelasting. Kort gezegd komt deze bepaling erop neer dat als een vergoeding betaald door een buitenlandse entiteit aftrekbaar is, deze vergoeding bij de ontvanger (i.c. de Nederlandse entiteit) belast moet worden. De deelnemingsvrijstelling is dus niet van toepassing op dividend dat bij de uitkerende entiteit van het fiscale resultaat is afgetrokken.

Vaste inrichting

In de context van voorkoming dubbele belasting kan worden gesproken van een vaste inrichting als er in het buitenland een fysieke constructie is, die min of meer duurzaam ter beschikking van de onderneming staat en die is ingericht voor de te verrichten werkzaamheden.

Valutakoersresultaten

De (bedrijfs)winst van de buitenlandse vaste inrichting waarvoor aanspraak op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting kan worden gemaakt, wordt berekend in de valuta van het land van vestiging. Wanneer in het land waarin de vaste inrichting is gevestigd de belastbare winst wordt berekend op de grondslag van een andere valuta of andere rekeneenheid (bijvoorbeeld vanwege omvangrijke inflatie), moet voor de berekening van de buitenlandse winst worden uitgegaan van die andere valuta of rekeneenheid.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal


Gerelateerde nieuwsartikelen