Verrichten van diensten

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Verrichten van diensten

In dit document wordt kort uitgelegd wanneer sprake is van diensten voor de btw, welke hoofdregels gelden voor het vaststellen van de ‘plaats van dienst’ en is een selectie van uitzonderingen op de plaats van dienst opgenomen. Aangezien Nederland alleen btw mag heffen indien de prestatie in Nederland is gelegen, wordt uitgebreid ingegaan op de plaats van dienst.

1. Inleiding

Een ondernemer is in beginsel Nederlandse omzetbelasting verschuldigd als hij in Nederland leveringen of diensten verricht. Om te weten wat een dienst is, zal men ook moeten weten wat een levering is. In de wet wordt een vrij simpele definitie van het begrip ‘dienst’ gegeven. Diensten zijn alle prestaties die door een ondernemer als zodanig worden verricht en geen levering van goederen zijn.

Het is mogelijk dat sprake is van een combinatie van prestaties. In dat geval moet bekeken worden of sprake is van één prestatie of van meerdere prestaties. Hierbij is de bedoeling van de afnemer van belang: het afnemen van één prestatie of van meerdere prestaties.

Het onderscheid tussen een levering en een dienst is van belang voor een groot aantal regelingen in de btw en kan bijvoorbeeld ook van belang zijn voor het al dan niet belast zijn in Nederland.

2. Omschrijving van het begrip ‘dienst’

Het begrip ‘dienst’ is, zoals reeds opgemerkt, erg ruim omschreven. Volgens de wet is een dienst ‘elke prestatie die niet als levering kan worden aangemerkt’. Dit betekent dat je eerst moet vaststellen of sprake is van een levering. Is dit niet het geval, dan is de prestatie aan te merken als dienst.

Let op! Het voorgaande geldt natuurlijk alleen als je hebt vastgesteld dat sprake is van btw-ondernemerschap. 

Daarnaast kent de btw ook een aantal fictieve diensten:

– Het privégebruik of althans het gebruik voor andere dan bedrijfsdoeleinden van een bedrijfsgoed door de ondernemer of zijn personeel, terwijl voor dit goed recht op gehele of gedeeltelijk aftrek van voorbelasting bestaat.

– Het om niet verrichten van diensten door de ondernemer voor andere dan bedrijfsdoeleinden. Hieronder vallen ook eigen privédoeleinden of privédoeleinden van zijn personeel.

Het begrip ‘diensten’ is gereserveerd voor alle prestaties die worden verricht in het economisch verkeer en die geen levering van goederen zijn. Indien u een vergoeding ontvangt van een derde, zonder dat sprake is van de levering van goederen, wordt veelal de aanwezigheid van een dienst verondersteld.

Bijzondere diensten onder specifieke condities
Er is een categorie prestaties waarvan het niet direct duidelijk is of zij onder de heffing van omzetbelasting vallen. Het kwalificeren van deze prestaties als belaste diensten is sterk afhankelijk van de feitelijke omstandigheden. Ik kan u hierover nader informeren.

3. Plaats van dienst

Nederlandse btw moet alleen aan de fiscus worden voldaan als de plaats van de prestatie Nederland is. Een ondernemer die in Nederland woont of is gevestigd, wordt geacht zijn leveringen en diensten in Nederland te verrichten, tenzij hij aan de hand van boeken en bescheiden e.d. het tegendeel aantoont. Deze wetsfictie geldt ook voor leveringen en diensten die een buitenlandse ondernemer vanuit zijn vaste inrichting in Nederland verricht.

Vanaf 1 januari 2010 is de regelgeving omtrent de plaats van dienst ingrijpend gewijzigd en moet een onderscheid gemaakt worden naar gelang de status van de afnemer. De laatste wijziging is die van 1 januari 2015.

Belang en risico van plaatsbepaling van een dienst
Het is voor een juiste heffing van omzetbelasting van belang om te bepalen waar de plaats van dienst is. Dit speelt met name in de situatie dat dienstverlener en afnemer niet in hetzelfde land zijn gevestigd en de BTW-Richtlijn door de betreffende lidstaten verschillend worden geïnterpreteerd.

Rangorde tussen hoofdregels en de uitzonderingen bij plaats van dienst
Er geldt een hoofdregel voor diensten aan een andere ondernemer (B2B) en een hoofdregel voor diensten aan een niet-ondernemer (B2C). De hoofdregel komt echter pas aan de orde wanneer geen van de in de Wet OB genoemde uitzonderingen van toepassing is. Niet alle uitzonderingen zijn zowel op B2B- als op B2C-diensten van toepassing.

Bepaalde uitzonderingen gelden alleen wanneer de afnemer:

– een ondernemer is;

– een andere dan een ondernemer is;

– zowel een ondernemer als een andere dan een ondernemer is.

Indien de dienst niet is te vinden bij één van de uitzonderingen, betekent dit dat de hoofdregel van toepassing is.

3.1 Afnemer is een ondernemer: B2B-regel

De eerste ‘hoofdregel’ bepaalt dat bij diensten verricht voor ondernemers, waarvan het bedrijf of de vaste inrichting gevestigd is in een ander EU-land, de plaats van dienst ook in dat andere EU-land is gelegen. De btw-heffing wordt dan verlegd naar de afnemer, dat wil zeggen dat de afnemer de btw in zijn land moet voldoen aan de fiscus (bestemmingslandbeginsel). Dit zijn grensoverschrijdende of intracommunautaire diensten. Deze hoofdregel geldt ook voor diensten verricht aan rechtspersonen/niet-ondernemers die over een btw-identificatienummer beschikken en dat verstrekken aan de dienstverrichter.

3.2 Afnemer is geen ondernemer: B2C-regel

De hoofdregel voor B2C-diensten bepaalt dat:

– een dienst belast is in het land waar de dienstverrichter is gevestigd; of

– wanneer deze dienst wordt verricht vanuit een vaste inrichting van de dienstverrichter, de plaats van dienst daar is waar de dienstverrichter is gevestigd.

Een verlegging van de btw-heffing is alleen mogelijk indien de afnemer een ondernemer is. Bij B2C is een verlegging dus niet mogelijk.

3.3 Uitzonderingen op de hoofdregel B2B

Op de B2B-hoofdregel bestaan enkele uitzonderingen. Voor deze uitzonderingen is de btw-heffing op grond van praktische overwegingen veelal gekoppeld aan de locatie waar de diensten worden verricht. Het gaat om diensten, ondergebracht in vijf categorieën:

  1. Diensten met betrekking tot onroerende zaken: plaats is daar waar het onroerend goed is gelegen.
  2. Diensten met betrekking tot personenvervoer: plaats is daar waar het vervoer plaatsvindt.
  3. Ondernemers toegang verlenen tot culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke evenementen, en hiermee samenhangende diensten: daar belast waar het evenement plaatsvindt.
  4. Restaurant- en cateringdiensten: plaats is daar waar de dienst daadwerkelijk plaatsvindt.
    Restaurant- en cateringdiensten tijdens personenvervoer binnen de lidstaten aan boord van een schip, vliegtuig of trein: plaats van vertrek van personenvervoer.
  5. Verhuur van vervoermiddelen voor een korte termijn (max. dertig dagen; vaartuigen max. negentig0 dagen): plaats is daar waar dat vervoermiddel daadwerkelijk ter beschikking wordt gesteld.

3.4 Uitzonderingen op de hoofdregel B2C

Op de hoofdregel voor diensten aan niet-ondernemers gelden veertien uitzonderingen, waaronder:

– bemiddelingsdiensten van tussenpersonen aan niet-ondernemers: plaats is daar waar de onderliggende handeling wordt geacht te worden verricht;

– diensten met betrekking tot onroerende zaken: plaats is daar waar het onroerend goed is gelegen;

– vervoersdiensten:

1. diensten met betrekking tot personenvervoer: plaats is daar waar het vervoer plaatsvindt;

2. diensten met betrekking tot goederenvervoer, geen IC-goederenvervoer: plaats is daar waar het vervoer plaatsvindt;

3. diensten met betrekking tot intracommunautair goederen vervoer: plaats van vertrek;

– toegangsverlening aan andere dan ondernemers tot culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke evenemten, en met de toegangsverlening samenhangende diensten: belast daar waar de activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden;

– activiteiten die met het vervoer samenhangen: plaats van dienst is daar waar die dienst daadwerkelijk wordt verricht;

– deskundigenonderzoeken en werkzaamheden aan roerende zaken: plaats is daar waar de dienst feitelijk plaatsvindt;

– restaurant- en cateringdiensten: plaats is daar waar de dienst daadwerkelijk plaatsvindt, enrestaurant- en cateringdiensten tijdens personenvervoer binnen de lidstaten aan boord van een schip, vliegtuig of trein: plaats van vertrek van personenvervoer.

telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en elektronische diensten: plaats is daar waar de afnemer is gevestigd.

4. Tarief van diensten

Als de plaats van dienst Nederland is, betekent dit dat Nederland heffingsbevoegd is en dus de Nederlandse btw-regels gelden. Nederland kent drie btw-tarieven en (diverse vrijstellingen):

  1. Het algemene btw-tarief is 21% en is van toepassing als geen vrijstelling, verlaagd tarief of nultarief van toepassing is.
  2. Voor bepaalde diensten geldt een verlaagd btw-tarief van 6%. In Tabel I, onderdeel b behorend bij de Wet op de Omzetbelasting 1968 is geregeld welke diensten zijn belast tegen het verlaagde btw-tarief. Deze lijst is limitatief. Dit betekent dat als een dienst niet wordt genoemd, het verlaagde tarief niet kan worden toegepast.
  3. Tot slot kent de btw ook een nultarief. Welke diensten zijn belast tegen het nultarief is geregeld in Tabel II, onderdeel b behorend bij de Wet op de Omzetbelasting 1968. Ook deze lijst is limitatief. Het nultarief laat (anders dan bij de vrijstelling) het aftrekrecht in stand. Het nultarief wordt ook wel de vrijstelling met het recht op aftrek van voorbelasting genoemd.

5. Vrijgestelde diensten zonder recht op aftrek van voorbelasting

In de Wet OB is voor een groot aantal leveringen van goederen en diensten een wettelijke vrijstelling van kracht. Kenmerkend is dat de vergoeding voor deze categorie diensten is vrijgesteld van omzetbelasting, terwijl er geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat.

De vrijstellingen moeten volgens het Hof van Justitie binnen de hele EU op dezelfde wijze worden gedefinieerd en geïnterpreteerd.

Het gaat onder andere om de volgende diensten:

– de vrijgestelde diensten met betrekking tot onroerende zaken (verhuur en verpachting);

– verzorgen en verplegen van in een inrichting opgenomen personen;

– diensten op het gebied van jeugdwerk, verricht door, door de overheid erkende organisaties;

– diensten door sportorganisaties en -verenigingen;

– diensten van sociale en culturele aard;

– medische diensten, thuiszorg en zorgboerderijen;

– diensten met betrekking tot betaalmiddelen, effecten en waardepapieren, alsmede het beheer van specifieke beleggingsfondsen;

– diensten in het geldverkeer (o.a. kredietverlening);

– handelingen ter zake van verzekeringen en de diensten door tussenpersonen bij verzekeringen;

– diensten op het gebied van onderwijs;

– diensten op het gebied van kinderopvang;

Op basis van een ministeriële goedkeuring zijn naast de hiervóór genoemde wettelijke vrijstellingen, onder specifieke voorwaarden ook de diensten van rechtswinkels, dierenasiels en VVV’s vrijgesteld van omzetbelasting.

Er wordt in de wet een aantal voorwaarden gesteld, specifiek voor bepaalde vrijstellingen.

6. Toepassing verleggingsregeling bij diensten

In de Wet OB zijn twee algemene regels opgenomen met betrekking tot de heffing van omzetbelasting. Met name bij de grensoverschrijdende diensten tussen ondernemers (B2B-diensten) is sprake van een verplichte verlegging naar de afnemer-ondernemer in het andere EU-land. Dit is bereikt door als plaats van dienst aan te wijzen de plaats waar de afnemer van de dienst is gevestigd.

In de andere EU-landen is een identieke bepaling in de wet opgenomen. De btw is verschuldigd door de afnemer in het buitenland. Dit is het bestemmingslandbeginsel. Onder het begrip ‘afnemer’ vallen ook rechtspersonen/niet-ondernemers, die wel een btw-identificatienummer hebben en dat overleggen aan de dienstverrichter.

7. Aftrek van voorbelasting

Een ondernemer die belaste leveringen of diensten verricht, heeft recht op aftrek van voorbelasting als wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • de ondernemer is de afnemer;
  • de kosten zijn gemaakt in het kader van btw-belaste activiteiten; en
  • de factuur voldoet aan de wettelijke vereisten.

Uitzondering op het recht op aftrek van voorbelasting is bijvoorbeeld het BUA (zie voor meer informatie het thema BUA). Indien een ondernemer vrijgestelde prestaties verricht, heeft hij in beginsel geen recht op aftrek van voorbelasting. In beginsel, omdat als bepaalde vrijgestelde diensten worden verricht aan een buiten de EU gevestigde afnemer, er toch recht op aftrek van voorbelasting ontstaat. Dit zijn bijvoorbeeld zogenoemde bankdiensten..

8. Formele verplichtingen

De Nederlandse ondernemer die B2B-diensten verricht, dient op zijn factuur aan de buitenlandse ondernemer zijn eigen btw-identificatienummer te vermelden en het btw-identificatienummer van de afnemer. Voorts dient hij in geval van verlegging naar de afnemer op de factuur de vermelding ‘btw verlegd’ op te nemen.

Met ingang van 1 januari 2010 kan sprake zijn van een intracommunautaire dienst. Daarvan is sprake indien bij grensoverschrijdende diensten, op grond van de plaats van dienstregels, de dienst in een andere EU-lidstaat is gesitueerd. U moet naast het vermelden van deze intracommunautaire dienst in de aangifte omzetbelasting ook periodiek een aangifte Opgaaf Intracommunautaire Prestaties (Opgaaf ICP) indienen met vermelding van de gefactureerde omzet en btw-nummers van de afnemers.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal