Vermogensetikettering in de BTW

Bron: Redactie FiscaalTotaal

De vermogensetikettering in de omzetbelasting

In dit dossier leest u over de vermogensetikettering in de omzetbelasting waar u als ondernemer tegenaan kunt lopen. Onderstaande tekst is niet bedoeld voor rechtspersonen (bijvoorbeeld een NV of BV). Nagegaan wordt wat onder vermogensetikettering wordt verstaan en welke gevolgen vermogensetikettering kan hebben voor de belastingheffing.

Als u vermogensbestanddelen koopt die u ten behoeve van uw onderneming gaat gebruiken, bijvoorbeeld een pand dat u ook zakelijk gaat gebruiken, komt u voor de vraag te staan of u dit pand als privévermogen moet aanmerken of als ondernemingsvermogen. Dat wordt vermogensetikettering genoemd. Zowel voor de inkomstenbelasting als voor de omzetbelasting moet u een keuze maken. De keuze voor de inkomstenbelasting blijft in dit kader buiten beschouwing. Hierna zal verder worden ingegaan op de keuze voor de omzetbelasting.

Voor de omzetbelasting kan een andere keuze worden gemaakt dan voor de inkomstenbelasting. Zo kunt u een bedrijfsmiddel voor de inkomstenbelasting rekenen tot uw privévermogen terwijl u het betreffende bedrijfsmiddel voor de omzetbelasting rekent tot uw ondernemingsvermogen. Voor de auto van de zaak geldt een ander regime. Dit onderwerp valt buiten het kader van dit dossier. Hieronder zal nader worden ingegaan op de vragen:

1. Wanneer hebt u een keuze?

2. Wat is keuzevermogen?

3. Tot wanneer kan een keuze worden gemaakt?

4. Wanneer kan een keuze worden herzien?

5. Hoe werkt de herziening van de BTW-aftrek?

Het vermogen dat onderwerp van etikettering is, dient wel van uzelf te zijn, in de vorm van eigendom, mede-eigendom etc.

1. Wanneer hebt u een keuze?

U hebt een keuze om een bedrijfsmiddel voor de BTW tot uw privévermogen of zakelijk vermogen te rekenen, als u het bedrijfsmiddel gemengd gaat gebruiken. Gemengd gebruik wil zeggen dat u het bedrijfsmiddel zowel zakelijk als privé gaat gebruiken. Daarbij valt te denken aan een personenauto of een woonwinkelpand. Gebruikt u een bedrijfsmiddel puur zakelijk, dan hebt u geen keuze. Het bedrijfsmiddel is voor de BTW verplicht ondernemingsvermogen. Gebruikt u een goed alleen voor privédoeleinden, dan kunt u de BTW niet aftrekken en behoort het verplicht tot het privévermogen.

2. Wat is keuzevermogen?

Gebruikt u een investeringsgoed zowel voor zakelijke doeleinden als voor privédoeleinden dan is sprake van keuzevermogen en hebt u de volgende opties:

Volledig privévermogen
Er bestaat geen recht op aftrek van voorbelasting en een latere verkoop leidt niet tot BTW-heffing. In de praktijk is dat alleen interessant als u een goed koopt van een particulier of als het goed onder de margeregeling valt.

Ook als het goed zelf volledig tot het privévermogen wordt gerekend, kan de BTW op zakelijke uitgaven voor het gebruik en het onderhoud worden afgetrokken. De BTW op uitgaven is niet aftrekbaar voor zover deze betrekking hebben op het privégebruik van een pand.

Volledig bedrijfsvermogen
U trekt de BTW af en een latere verkoop of onttrekking aan het bedrijfsvermogen leidt tot BTW-heffing.

Voor panden is de BTW-regeling vanaf 2011 veranderd. De BTW-aftrek bij een dergelijke onroerende zaak is beperkt tot het bedrijfsmatig gebruik en er wordt geen BTW geheven over het privégebruik.

Voor de aftrek geldt een correctiemechanisme, waarbij het pand en het gebruik daarvan tien jaar worden gevolgd. Gedurende die tien jaar wordt voor de omzetbelasting rekening gehouden met wijzigingen in het privégebruik.

Voor roerende zaken (zoals inventaris) is het oude systeem blijven gelden.

Daarbij wordt in eerste instantie de volledige BTW afgetrokken en vindt jaarlijks een ‘correctie’ plaats in de vorm van een ‘fictieve dienst’. Het privégebruik wordt aangemerkt als fictieve dienst, waarover BTW is verschuldigd. Feitelijk komt het neer op een correctie van de BTW die is afgetrokken en die kan worden toegerekend aan het privégebruik.

Het tot 1 januari 2011 geldende systeem blijft van toepassing op onroerende zaken die als bedrijfsvermogen zijn aangemerkt waarop de BTW geheel of gedeeltelijk in aftrek is gebracht en die vóór die datum zijn aangeschaft en in gebruik genomen. Daarnaast blijft dit oude systeem van toepassing voor onroerende zaken die in gebruik worden genomen na 1 januari 2011, maar waarvoor in verband met de aanschaf al uitgaven zijn gedaan vóór deze datum; er moeten van deze uitgaven al nota’s zijn ontvangen waarvoor een recht op BTW-aftrek is ontstaan.

Splitsing in een privédeel en een bedrijfsdeel
Deze splitsing moet plaatsvinden op basis van de verhouding bedrijfsmatig gebruik versus privégebruik van het investeringsgoed in het jaar van aanschaf dan wel ingebruikneming. Alleen de voorbelasting die aan het bedrijfsdeel is toe te rekenen is aftrekbaar voor zover dit deel wordt gebruikt voor belaste handelingen. Bij latere verkoop van het goed valt alleen de verkoop van het bedrijfsdeel onder het bereik van de BTW. Er zal dan BTW zijn verschuldigd over het gedeelte van de vergoeding dat percentueel overeenkomt met het gedeelte van het goed dat tot het bedrijfsvermogen is gerekend, tenzij er een vrijstelling van toepassing is.

3. Tot wanneer kan een keuze worden gedaan?

De toerekening van een goed aan het bedrijfsvermogen en/of het privévermogen moet in principe blijken uit de aangifte (door deze wel of niet op de balans te zetten). Dat is het moment dat de (eerste) keuze gedaan wordt. U mag echter op de keuze terugkomen, zolang de (eerste) aanslag na het doen van deze keuze nog niet vaststaat. Feitelijk is dat zes weken na indienen van de aangifte omzetbelasting. Dat betekent dat ook in de bezwaar- en beroepsfase nog op de keuze kan worden teruggekomen. Bij panden geldt dat de keuze uiterlijk kenbaar moet worden gemaakt op het moment van ingebruikneming.

4. Wanneer kan een keuze worden herzien?

Keuzeherziening is alleen aan de orde als sprake is van bijzondere omstandigheden zoals wetswijzigingen, gewijzigde jurisprudentie, een wijziging van de functie van het investeringsgoed of een verbouwing (dit laatste komt het meest voor).

Bij een wijziging van de functie of de aard van het investeringsgoed (bijvoorbeeld alsnog splitsbaar) kan het zelfs zo zijn dat er niet sprake is van een ’keuze’ om te herzien, maar van een verplichting, omdat het investeringsgoed na wijziging verplicht ondernemings- of privévermogen wordt.

Een keuzeherziening heeft een herrekening van (niet-)afgetrokken BTW tot gevolg.

Let op! Bij overdracht van de onderneming waarbij ’keuzevermogen’ is betrokken waarvoor de keuze is gemaakt dat te rekenen tot het BTW-ondernemingsvermogen, is de bedrijfsopvolger gebonden aan uw keuze.

5. Hoe werkt de herziening van de BTW-aftrek?

De herziening van de BTW aftrek vindt met name (doch niet alleen) plaats in gevallen waarbij de BTW bij aanschaf is afgetrokken. Herziening kan zich voordoen als een goed eerst voor belaste prestaties is gebruikt en later voor onbelaste prestaties wordt gebruikt.

Bij investeringsgoederen wordt de BTW-aftrek (en de eventuele fictieve dienst) in volgende jaren zo nodig steeds opnieuw herzien. Die herziening vindt per jaar plaats op basis van de voor dat jaar geldende omzet- of gebruiksgegevens.

Voor roerende investeringsgoederen moet de aftrek jaarlijks worden herzien gedurende vier jaar volgend op het jaar van ingebruikneming van de goederen.

Voor onroerende zaken is de herzieningstermijn negen jaar volgend op het jaar van ingebruikneming. Voor onroerende zaken wordt op deze wijze ook privégebruik gecorrigeerd.

Voor roerende zaken wordt privégebruik als een fictieve dienst aangemerkt en gecorrigeerd.

Aan het einde van elk jaar dat in de herzieningsperiode valt, wordt nagegaan welk deel van de toegerekende voorbelasting aftrekbaar zou zijn op basis van het gebruik in dat jaar voor handelingen met aftrekrecht en handelingen zonder aftrekrecht. Het berekende aftrekbare deel wordt vervolgens vergeleken met het aan het jaar toe te rekenen deel van de toegepaste aftrek. Bestaat tussen deze beide bedragen een verschil, dan wordt de oorspronkelijke aftrek herzien. Dat leidt dan tot het bijbetalen van te veel afgetrokken voorbelasting dan wel het terugontvangen van te weinig afgetrokken voorbelasting.

De wetgever is voornemens de herzieningsregeling uit te breiden en ook van toepassing te laten zijn op kostbare diensten. Kostbare diensten zijn diensten waarop voor de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting wordt afgeschreven. Wanneer deze uitbreiding in werking zal treden, is nog niet bekend.

 


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal


Gerelateerde nieuwsartikelen