Verliesverrekening in de Vpb

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Verliesverrekening in de Vpb

Verliezen worden verrekend met de belastbare winst (respectievelijk het Nederlands inkomen) van het voorgaande jaar en de negen volgende jaren. In artikel 20, lid 1 Wet Vpb is de definitie van ‘verlies’ weergegeven; indien de berekening van de belastbare winst of van het Nederlandse inkomen leidt tot een negatief bedrag, wordt dit aangemerkt als verlies.

Vaststelling van verliezen
Sinds het boekjaar 1995 kunnen alleen de verliezen die door de inspecteur formeel zijn vastgesteld worden verrekend. Vóór 1995 werden alléén aanloopverliezen bij beschikking vastgesteld. De inspecteur stelt gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag, een eventueel verlies bij voor bezwaar vatbare beschikking vast.

Vaststelling voorwaarts verrekend verlies
De inspecteur moet het verliesbedrag dat met de winst van een volgend jaar wordt verrekend, gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag over dat jaar, bij voor bezwaar vatbare beschikking vaststellen. Een eventueel bezwaar tegen deze beschikking kan alleen betrekking hebben op de toepassing van de regels voor verliesverrekening en, als er geen belasting verschuldigd is, op de grootte van het verrekende bedrag.

Een vastgesteld verlies kan verrekend worden met de belastbare winsten van het voorafgaand jaar en de negen daaropvolgende jaren.

Hoe verrekenen?

De volgorde van verrekening staat in de Wet Vpb.

De verrekening van verliezen uit het verleden met latere winsten (carry-forward) moet gebeuren in de volgorde waarin de verliezen zijn ontstaan en de winsten zijn gemaakt. Ook de verrekening van verliezen met winsten van voorgaande jaren (carry-back) moet gebeuren in de volgorde waarin de verliezen zijn geleden en de winsten zijn behaald.

Voorbeeld:

Jaar 2008: 200 +
Jaar 2009: 300 +
Jaar 2010: 700 –
Jaar 2011: 100 +
Jaar 2012: 200 +
Jaar 2013: 100 –
Jaar 2014: 300 +
Jaar 2015: 200 –

Het verlies van jaar 2010 van 700 wordt als volgt verrekend: eerst met de winst van het voorafgaande jaar. In 2009 was de winst 300, dus dan blijft er een verlies van 400 over. Vervolgens verrekenen we 100 met jaar 2011, dan blijft er 300 over. Na verrekening met jaar 2012 blijft er 100 te verrekenen verlies over. In 2013 is er een verlies van 100 dus daarmee kan niet verrekend worden. De laatste 100 aan verlies wordt verrekend met de winst van 2014.

Het verlies van jaar 2013 lijkt verrekend te kunnen worden met jaar 2012, want in het rijtje is 200+ te zien, maar de 200+ van 2012 is al verrekend met het verlies van jaar 2010. Het verlies van 100 in 2013 wordt verrekend met de 200+ van 2014 (200+ want van de 300+ bleef na verrekening met het restverlies van 2010 nog maar 200+ over)

Tijdelijke wijziging verrekening verlies uit 2009, 2010 en 2011

Voor verliezen geleden in 2009 (2009/2010), 2010 (2010/2011) en 2011 (2011/2012) geldt een afwijkende regeling voor de verrekening. De normale regeling van de verliesverrekening blijft eveneens gelden. De belastingplichtige die gebruik wenste te maken van de tijdelijke, afwijkende regeling, moest daartoe bij de aangifte een verzoek doen. De tijdelijke, afwijkende regeling raakt zowel de carry-back als de carry-forward. Zij hield voor een verlies uit 2011 in dat dit kon worden verrekend met de belastbare winsten van de voorafgaande drie jaren. Als de belastingplichtige voor deze regeling koos, werd de termijn voor de voorwaartse verliesverrekening ingekort van negen jaar naar zes jaar. Bovendien kon van het verlies over 2011 niet meer dan een bedrag van € 10 miljoen worden verrekend met elk van de jaren 2008, 2009 en 2010. Op grond van een bijzondere regeling kunnen belastingplichtigen die niet voor de tijdelijk verruimde carry-back hebben gekozen en van wie de betrokken aanslag reeds onherroepelijk vaststaat, alsnog verzoeken om toepassing van de tijdelijke regeling, ook als ze al een verzoek hebben gedaan dat is afgewezen. De inspecteur komt echter aan het (hernieuwde) verzoek niet tegemoet als het is ingegeven doordat de belastingplichtige in de loop van de tijd nieuwe informatie heeft, waardoor hij zijn aanvankelijke keus wenst te herzien. Voor het (hernieuwde) verzoek gelden drie voorwaarden. In de eerste plaats doet de belastingplichtige (alsnog of weer) een expliciet verzoek. In de tweede plaats moet dit verzoek uiterlijk drie maanden na het onherroepelijk vaststaan van de belastingaanslag zijn ingediend. Ten slotte moet de belastingplichtige zich in het verzoek schriftelijk akkoord verklaren met de in de tijdelijke regeling gegeven verkorting van de termijn voor voorwaartse verliesverrekening en met de (eventuele) navordering over het jaar waarvan de belastbare winst (of het Nederlandse inkomen) inmiddels volgens de wettelijke regels is verrekend met een verlies.

Houdsterverliezen

Voor houdsterverliezen geldt een aftrekbeperking als de feitelijke werkzaamheid van een belastingplichtige gedurende het gehele of nagenoeg het gehele jaar uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bestaat uit het houden van deelnemingen of het direct of indirect financieren van met hem verbonden lichamen. Onder ‘geheel of nagenoeg geheel’ wordt verstaan 90% of meer. Vanaf 2016 telt ook de periode waarin een vennootschap nog geen belang had in een deelneming mee en vallen ook voorbereidende handelingen onder de aftrekbeperking.

Feitelijke werkzaamheid en ‘geheel of nagenoeg geheel’
In het kader van de vraag of er sprake is van (nagenoeg) uitsluitend houdster- of (concern)financieringsactiviteiten is het belangrijk om erachter te komen wat ‘feitelijke werkzaamheid’ betekent. De parlementaire stukken maken enigszins duidelijk welke factoren een rol kunnen spelen:

-tijdsbesteding van werknemers
-activa en passiva van de commerciële balans;
-samenstelling van de commerciële winst

Deze factoren zijn hulpmiddelen om te bepalen of er sprake is van een vrijwel zuivere houdster- en financieringsmaatschappij.

Uit rechtspraak blijkt verder dat er ook sprake is van een houdsterverlies als het gaat om het houden van een deelneming én het financieren van verbonden lichamen.

Het bedrag van het houdsterverlies wordt door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld, gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag over het betrokken jaar.

Beperking van verrekening van houdsterverlies
De verrekening van houdsterverlies is slechts mogelijk als aan de volgende twee voorwaarden is voldaan:

a.in het jaar waarin het verlies wordt verrekend, oefent de belastingplichtige dezelfde soort werkzaamheid uit als in het verliesjaar; en

b.de boekwaarde van de vorderingen op met de belastingplichtige verbonden lichamen, verminderd met de boekwaarde van schulden aan zodanige lichamen, gaat gedurende het hele of nagenoeg hele jaar niet uit boven het overeenkomstige bedrag aan het einde van het verliesjaar. Dit saldo van vorderingen op en schulden aan met de belastingplichtige verbonden lichamen aan het einde van het verliesjaar wordt door de inspecteur vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking, gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag over dat jaar.

Verliesverdamping en voorkoming daarvan

De kredietcrisis had o.a. als kenmerk dat een groter aantal ondernemingen dan voorheen verlies leed en dat de fiscale verliezen niet meer onbeperkt in de tijd verrekenbaar waren. Om te voorkomen dat verliezen niet meer verrekenbaar zijn, ook wel ‘verdampen’ genoemd, is het belangrijk te zoeken naar mogelijkheden om winst te behalen die wel in aanmerking komt voor verrekening met de verliezen die dreigen te verdampen.

Een incidentele herwaardering van een bedrijfsmiddel zal in het algemeen in strijd zijn met goed koopmansgebruik, omdat de hieruit voortvloeiende winstneming in het algemeen in strijd zal zijn met het voorzichtigheidsbeginsel. Er zijn wel andere mogelijkheden om verliesverdamping te voorkomen.

Wijziging van waarderingsstelsel
Een waarderingsstelsel mag worden gewijzigd als aan twee voorwaarden is voldaan. In de eerste plaats moet het nieuwe stelsel in overeenstemming zijn met goed koopmansgebruik, in de tweede plaats mag de wijziging van waarderingsstelsel niet zijn ingegeven door het streven naar incidenteel fiscaal voordeel.

Wijziging van tijdstip van winstneming
Winstneming bij transacties is geoorloofd op het tijdstip van het aangaan van de transactie, maar mag niet later plaatsvinden dan bij facturering na levering. Gewoonlijk zult u voor dit laatste tijdstip kiezen, maar als eerdere winstneming tot een betere benutting van de verliesverrekeningsregels kan leiden, verdient het aanbeveling de winstneming te vervroegen naar het tijdstip van contracteren.

Uitstel of afstel van willekeurige vervroegde afschrijving op bedrijfsmiddelen
Vervroegde afschrijving leidt tot het naar voren halen in de tijd van kosten en daarmee tot het uitstellen van winst. Om de regeling voor nog te verrekenen verliezen eerder of beter te kunnen benutten, kan het verstandig zijn niet of minder gebruik te maken van de mogelijkheid van vervroegde afschrijving.

Transacties binnen concern
Als er vermogensbestanddelen aanwezig zijn waarin een overwaarde schuilgaat, is het mogelijk om ter benutting van de regeling voor te verrekenen verliezen deze overwaarde te realiseren. Wenst men de aanwending van die vermogensbestanddelen binnen het concern voort te zetten, dan ligt het in de rede ze te vervreemden aan een tot het concern behorende vennootschap. Het zal daarna vaak fiscaal voordelig kunnen zijn de vennootschap waarin de betrokken vermogensbestanddelen zijn terechtgekomen in een fiscale eenheid op te nemen met de vennootschap die die vermogensbestanddelen voorheen bezat.

Transacties met derden
De overwaarde in een bepaald vermogensbestanddeel kan, als men die overwaarde wil realiseren om nog te verrekenen verliezen te benutten, ook gerealiseerd worden door verkoop aan een derde partij. Wenst men voortgezet gebruik van het betrokken vermogensbestanddeel, dan kan men denken aan sale-lease-backconstructies.

Verplichte herwaardering na transacties binnen fiscale eenheid
Als binnen de fiscale eenheid vermogensbestanddelen waarin overwaarde schuilgaat, zijn verschoven van de ene vennootschap naar de andere, moet bij verbreking van de fiscale eenheid onmiddellijk voorafgaand aan het verbrekingstijdstip herwaardering van de verschoven vermogensbestanddelen plaatsvinden. Daarbij moet de waarde in het economisch verkeer ten tijde van die verbreking worden gehanteerd. Doorgaans wordt dit aangemerkt als een sanctie. Het kan echter ook een mogelijkheid voor herwaardering opleveren die niet wordt beperkt door de eisen van goed koopmansgebruik. Ook deze herwaardering kan worden benut voor de verrekening van verlies dat dreigt te verdampen.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal


Gerelateerde nieuwsartikelen