Verleggingsregeling

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Verleggingsregeling

Hoofdregel is dat btw is verschuldigd van de ondernemer die een belastbare levering of dienst verricht.

Uitzondering hierop is de verleggingsregeling. In sommige situaties is over leveringen en diensten wel btw verschuldigd, maar wordt deze belasting niet geheven van de leverancier maar van de afnemer. De heffing van btw wordt dan verlegd van de leverancier naar de afnemer.

Het gaat om de volgende verleggingsregelingen:

– binnenlandse leveringen door een buitenlandse leverancier aan een binnenlandse afnemer;

– onderaanneming en uitlening van personeel in de bedrijfssectoren bouw en scheepsbouw;

– de levering en bewerking van afvalstoffen;

– de levering van onroerende zaken wanneer is gekozen voor belastingheffing;

– de levering van beleggingsgoud en van goud met een zuiverheid van ten minste 325/1000;

– executoriale verkoop aan een ondernemer;

– overdracht van broeikasgasemissierechten;

– de levering van mobiele telefoons en computerchips.

Bestaansreden
De verleggingsregelingen zijn ingevoerd om administratieve verplichtingen voor wat betreft de voldoening van de omzetbelasting te vereenvoudigen en om fraude tegen te gaan.

B2B
De verleggingsregelingen gelden alleen voor transacties tussen ondernemers.

Onterecht toegepast
Als de leverancier de verleggingsregeling ten onrechte niet toepast terwijl dat wel zou moeten, stuurt de leverancier dus ten onrechte een factuur met btw. De leverancier moet de btw dan toch afdragen aan de belastingdienst. De afnemer mag deze btw in principe niet aftrekken als voorbelasting. Maar als de leverancier de gefactureerde btw heeft betaald aan de belastingdienst, staat de belastingdienst meestal de aftrek toe bij de afnemer. Als de leverancier de btw die ten onrechte is gefactureerd niet heeft betaald, staat de belastingdienst de aftrek niet toe. Het is dus vooral voor de afnemer van belang dat hij nagaat of de verleggingsregeling moet worden toegepast.

Geschil
Als over de toepassing van de verleggingsregeling een verschil van mening bestaat tussen de afnemer en leverancier dan moeten de partijen de kwestie voorleggen aan de inspecteur van het belastingkantoor waar de afnemer onder valt.

Aangifte btw

Als een verleggingsregeling van toepassing is, geldt ongeacht de regeling dezelfde methodiek bij het invullen van de aangifte omzetbelasting. Onderstaand volgt een toelichting op de relevante onderdelen van het aangiftebiljet.

1. Prestaties binnenland. Sub e. leveringen en diensten belast met 0% of niet bij u belast.

Onder e vult – in de hiervoor opgesomde gevallen – de leverancier, onderaannemer of uitlener van personeel alleen het bedrag van de vergoeding in (dus geen bedrag aan btw).

2. Verleggingsregelingen binnenland

Sub a. Leveringen/diensten waarbij de heffing van omzetbelasting naar u is verlegd

Vraag 2a is bestemd voor het invullen van de btw die naar de afnemer is verlegd. De afnemer vult daar het totaalbedrag in van de omzet die door de leverancier aan de afnemer in rekening is gebracht. De btw die naar de afnemer is verlegd, moet hijzelf uitrekenen. De btw die de afnemer bij vraag 2a heeft ingevuld, kan hij normaal gesproken weer als voorbelasting aftrekken bij vraag 5b. Dat doet hij op dezelfde manier als de aftrek van btw die andere leveranciers hem in rekening hebben gebracht.

De afnemer vult de aangifte als volgt in; een voorbeeld.

Een leverancier brengt de afnemer € 30.000 in rekening en vermeldt op zijn factuur “btw verlegd”. De normaal belaste omzet van de afnemer bedraagt € 75.000. Bij de inkoop van andere goederen hebben andere ondernemers de afnemer € 3.800 aan btw als voorbelasting in rekening gebracht. Deze btw mag hij als voorbelasting aftrekken, net als de btw die naar hem is verlegd: € 6.300 (21% van € 30.000).

Rubriek 1: Leveringen en/of diensten binnenland

1. Omschrijving   Bedrag waarover omzetbelasting wordt berekend  Omzetbelasting
1a. Leveringen/diensten belast met 21%

 € 75.000

 € 15.750
1b. Leveringen/diensten belast met 6%  €  €
1c. Leveringen/diensten belast met overige tarieven behalve 0%  €  €
1d. Privégebruik  €  €
1e. Leveringen/diensten belast met 0% of niet bij u belast  €  €

Rubriek 2: Verleggingsregelingen: btw naar u verlegd

1. Omschrijving Bedrag waarover omzetbelasting wordt berekend  Omzetbelasting
2a. Leveringen/diensten waarbij de heffing van omzetbelasting naar u is verlegd  € 30.000  € 6.300

Rubriek 5: Voorbelasting, kleineondernemersregeling, schatting, en eindtotaal

1. Omschrijving   Omzetbelasting
5a. Verschuldigde omzetbelasting (rubrieken 1a t/m 4b)   € 22.050
5b. Voorbelasting   € 10.100
5c. Subtotaal: (rubriek 5a min 5b)  

€ 11.950

5d. Vermindering volgens de kleineondernemersregeling  
5e. Schatting vorige aangifte(n)  
5f. Schatting deze aangifte(n)  
Totaal  

€ 11.950

Als de leverancier de btw moet verleggen, vermeldt hij op de aangifte bij vraag 1e de omzet waarover hij de btw heeft verlegd naar een afnemer. Omdat de leverancier de btw verlegt hoeft hij zelf over die omzet geen btw aan de belastingdienst te betalen De btw op bedrijfskosten en inkoop van materialen kan hij bij vraag 5b als voorbelasting aftrekken. Omdat hij over zijn verlegde omzet geen btw hoeft te betalen, kan het gevolg zijn dat de voorbelasting hoger is dan de btw die hij moet betalen. In dat geval heeft hij een recht op teruggaaf van btw.

Als leverancier vult u uw aangifte in als volgt; een voorbeeld

De leverancier heeft een omzet van € 50.000. Over een bedrag van € 30.000 heeft hij de btw verlegd naar zijn afnemer. De voorbelasting op bedrijfskosten en inkopen van materialen bedraagt voor de leverancier € 2.500. De normale omzet van € 20.000 vult hij in bij vraag 1a. De omzet waarvan de btw is verlegd, vult hij in bij vraag 1e.

Rubriek 1: Leveringen en/of diensten binnenland

 1. Omschrijving Bedrag waarover omzetbelasting wordt berekend  Omzetbelasting
1a. Leveringen/diensten belast met 21% € 20.000 € 4.200
1b. Leveringen/diensten belast met 6%
1c. Leveringen/diensten belast met overige tarieven behalve 0%
1d. Privégebruik
1e. Leveringen/diensten belast met 0% of niet bij u belast € 30.000 € –

Rubriek 5: Voorbelasting, kleineondernemersregeling, schatting, en eindtotaal

1. Omschrijving   Omzetbelasting
5a. Verschuldigde omzetbelasting (rubrieken 1a t/m 4b)   € 4.200
5b. Voorbelasting   € 2.500
5c. Subtotaal: (rubriek 5a min 5b)   € 1.700
5d. Vermindering volgens de kleineondernemersregeling  
5e. Schatting vorige aangifte(n)  
5f. Schatting deze aangifte(n)  
Totaal   € 1.700

Situaties
De verleggingsregeling in de binnenlandsituatie doet zich voor in de volgende situaties:

Bij binnenlandse leveringen door een buitenlandse leverancier aan een binnenlandse afnemer

Als een ondernemer in Nederland een levering of dienst verricht is daarover btw in Nederland verschuldigd. Die btw moet de ondernemer in beginsel zelf betalen aan de belastingdienst. Voor ondernemers die niet in Nederland zijn gevestigd geldt echter vaak een afwijkende regeling. In plaats van die buitenlandse ondernemer moet zijn afnemer de btw betalen (de verleggingsregeling). De afnemer mag die btw volgens de algemene regels weer aftrekken als voorbelasting. Deze verleggingsregeling is van toepassing als aan de volgende twee voorwaarden is voldaan:

  1. de leverancier is niet in Nederland gevestigd en heeft evenmin in Nederland een vaste inrichting van waaruit de levering of de dienst is verricht; én
  2. de afnemer is een ondernemer die in Nederland is gevestigd of hij heeft in Nederland een vaste inrichting of hij is een in Nederland gevestigd lichaam.

Als de verleggingsregeling van toepassing is moet de buitenlandse ondernemer het btw-identificatienummer van de Nederlandse afnemer op de factuur vermelden.

Bij onderaanneming en uitlening van personeel in de bedrijfssectoren bouw en scheepsbouw

Verricht een onderaannemer of uitlener van personeel een levering of een dienst die onder de verleggingsregeling valt, dan wordt de btw gegeven van de afnemer, in dit geval de aannemer of inlener van personeel.

Bij de levering en bewerking van afvalstoffen

Bij de levering of bewerking van afvalstoffen wordt de btw geheven van de opkoper of degene die opdracht tot bewerking heeft gegeven.

Bij de levering van onroerende zaken wanneer is gekozen voor belastingheffing

Bij een op verzoek belaste levering van onroerende zaken wordt de btw geheven van de afnemer.

Bij de levering van beleggingsgoud en van goud met een zuiverheid van ten minste 325/1000

Bij sommige leveringen van beleggingsgoud kan de leverancier ervoor kiezen de levering te belasten met btw. Deze btw wordt dan geheven bij de afnemer. Bij de levering van goud met een zuiverheid van ten minste 325/1000 wordt de heffing van btw altijd verlegd naar de afnemer.

Bij de executoriale verkoop aan een ondernemer

Bij een executoriale verkoop wordt de btw geheven van de afnemer als deze een ondernemer is. Hiervan is sprake als:

– een in zekerheid gegeven roerende of onroerende zaak dan wel een recht daarop wordt geleverd tot executie van die zekerheid; of

– een onroerende zaak of een zakelijk recht daarop wordt geleverd op grond van een executoriale titel door de executieschuldenaar.

Bij de overdracht van broeikasgasemissierechten

Een emissierecht op broeikasgassen (ofwel CO2-emissierecht) is het recht om onder bepaalde voorwaarden gedurende een bepaalde periode 1 ton kooldioxide-equivalent uit te stoten. Het recht wordt verstrekt door de overheid en is overdraagbaar. Over deze overdracht betaalt de overdrager btw. Als de ondernemer tegen vergoeding de emissierechten op broeikasgassen overdraagt, dan moet hij gebruikmaken van de verleggingsregeling. Daarbij verlegt hij de btw naar de afnemer.

Bij de levering van mobiele telefoons en computerchips

Een handelaar/leverancier in mobiele telefoons, chips, spelcomputers, tablets of laptops die per levering, bedragen van € 10.000 of meer (exclusief btw) per goederensoort factureert, moet deze goederen vanaf 1 april 2013 leveren zonder btw. De btw is verlegd naar de afnemer. Als het orderbedrag per goederensoort € 10.000 of meer (exclusief btw) is maar uitgespreid over meerdere facturen minder, dan moet de ‘leverancier’ toch op de volledige order de verlegging toepassen en op iedere factuur “btw verlegd” opnemen.

3. Prestaties naar of in het buitenland

Dit onderdeel van de aangifte ziet niet op de verleggingsregeling. De ondernemer die diensten levert in het buitenland of diensten afneemt in het buitenland en wil weten of hij btw moet aangeven, kan dit onderzoeken met een hulpmiddel op de site van de Belastingdienst (zoek op “diensten in en uit het buitenland”).

4. Verleggingsregeling bij prestaties uit het buitenland. Neemt de ondernemer diensten af van of levert hij diensten aan buitenlandse ondernemers, dan kan hij te maken krijgen met verlegde btw.

Om te onderzoeken of btw moet worden verlegd of niet, kan gebruik worden gemaakt van hulpmiddel op de website van de Belastingdienst (zoek op “diensten in en uit het buitenland”).

4. Prestaties vanuit het buitenland aan de ondernemer in Nederland verricht

4a. Leveringen/diensten uit landen buiten de EU

Deze vraag vult de ondernemer in, in de gevallen dat hij goederen heeft ingevoerd van buiten de EU én daarbij gebruik heeft gemaakt van de verleggingsregeling bij invoer.

De ondernemer doet dan wel aangifte bij de Douane, maar de btw geeft hij aan op zijn aangifte omzetbelasting. Hiervoor heeft hij een vergunning nodig van de Belastingdienst. Voert de ondernemer bepaalde ruwe grondstoffen in die in de wet zijn genoemd, dan is verlegging bij invoer verplicht. De ondernemer heeft dan geen vergunning nodig.

De ondernemer die diensten heeft afgenomen van een ondernemer van buiten de EU, die de btw naar de ondernemer/afnemer heeft verlegd. Die ondernemer/afnemer moet dan in Nederland btw aangeven. De ondernemer/afnemer vult in de linkerkolom de waarde in van de goederen en diensten die van buiten de EU aan hem zijn geleverd. In de rechterkolom geeft hij de btw aan. Hij hoeft deze bedragen niet te splitsen naar de verschillende btw-tarieven. De btw kan hij onder bepaalde voorwaarden (als voorbelasting) aftrekken bij vraag 5b. Per saldo betaalt hij dan geen btw. Toch moet hij vraag 4a en 5b volledig invullen.

4b. Leveringen/diensten uit landen binnen de EU

Deze vraag vult de ondernemer in, in de gevallen dat:

– de ondernemer goederen heeft gekocht van ondernemers uit andere EU-landen en die goederen zijn naar Nederland vervoerd. Dit heet een intracommunautaire verwerving. De ondernemer/afnemer moet dan in Nederland btw aangeven. De ondernemer/ leverancier heeft geen buitenlandse btw in rekening gebracht.

– de ondernemer diensten heeft afgenomen van een ondernemer uit een ander EU-land, die de btw naar de ondernemer/afnemer heeft verlegd. De ondernemer/afnemer moet dan in Nederland btw aangeven.

De ondernemer/afnemer vult dan in de linkerkolom de aankoopprijs in van de goederen en diensten die van binnen de EU aan hem zijn geleverd. In de rechterkolom geeft hij de btw aan. Hij hoeft deze bedragen niet te splitsen naar de verschillende btw-tarieven. De btw kan de ondernemer/afnemer onder bepaalde voorwaarden als voorbelasting aftrekken bij vraag 5b. Per saldo betaalt de ondernemer/afnemer dan geen btw. Toch moet hij vraag 4b en 5b volledig invullen.

Let op! Intracommunautaire diensten moet de ondernemer vermelden in het tijdvak waarin deze diensten worden geleverd. De factuurdatum is hierbij niet van belang.

Als het bedrag aan intracommunautaire verwervingen meer dan € 1.500.000 per jaar is, moet de ondernemer/afnemer deze verwervingen maandelijks opgeven aan het Centraal Bureau voor de Statistiek.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal


Gerelateerde nieuwsartikelen