Terbeschikkingstellingsregeling

Bron: Redactie FiscaalTotaal

De terbeschikkingstellingsregeling (TBS-regeling)

In dit dossier leest u over de terbeschikkingstellingsregeling. Nagegaan wordt wat onder terbeschikkingstelling wordt verstaan en hoe het wordt belast.

Indien u vermogensbestanddelen bezit die geen deel uitmaken van het ondernemingsvermogen, dan vormen in de regel deze vermogensbestanddelen voor de inkomstenbelasting voor uw vermogen in box 3.

Na aftrek van een vrijstelling wordt ervan uitgegaan dat dat vermogen een rendement oplevert van 4%. Daarover betaalt u dan 30% inkomstenbelasting. De volksmond spreekt over de 1,2% vermogensrendementsheffing. U betaalt feitelijk 1,2% belasting over uw vermogen, elk jaar weer.

Bij de invoering van de Wet IB 2001 is er een aparte categorie vermogensbestanddelen bijgekomen, namelijk de vermogensbestanddelen die ter beschikking worden gesteld aan een eigen BV of aan de onderneming van de partner of (minderjarige) kinderen. Het resultaat uit deze vermogensbestanddelen wordt belast in box 1 op vrijwel dezelfde wijze als ware het ondernemingsvermogen.

De wetgever heeft hiermee het verschil willen wegnemen tussen de dga die een pand verhuurt aan zijn BV en de IB-ondernemer die een eigen bedrijfspand heeft, dat behoort tot zijn ondernemingsvermogen.

Een ondernemer die een bedrijfspand met winst verkoopt wordt voor die winst belast met progressieve inkomstenbelasting. Datzelfde lot ondergaat nu ook de dga met een bedrijfspand dat hij aan zijn eigen BV heeft verhuurd. Hieronder zal de regeling nader worden toegelicht.

1. Wat is terbeschikkingstelling?

Er is sprake van terbeschikkingstelling als een vermogensbestanddeel (bijvoorbeeld een pand, een machine of geld) ter beschikking wordt gesteld (aan bijvoorbeeld de eigen BV). Er is al sprake van een belaste terbeschikkingstelling als het gebruik van een vermogensbestanddeel wordt gedoogd; of er ook daadwerkelijk een vergoeding of tegenprestatie wordt genoten is niet van belang. Voor het vaststellen van het genoten voordeel wordt altijd gekeken naar wat een zakelijke vergoeding zou zijn. Deze zakelijke vergoeding wordt dan geacht als opbrengst te zijn genoten.

De TBS-regeling is niet van toepassing op het ter beschikking stellen van werkruimte in de eigen woning, tweede woning of huurwoning, als het gaat om een onzelfstandige werkruimte zonder eigen voorzieningen of een zelfstandige werkruimte waarvoor de gebruiker geen bedrag ten laste van de winst of het resultaat uit één of meer werkzaamheden kan brengen.

2. Eigen balans en winst-en-verliesrekening

De vermogensbestanddelen die ter beschikking worden gesteld (het resultaatvermogen) worden op een aparte balans gezet evenals de schulden die zijn gemaakt om deze bestanddelen te financieren. Het resultaat uit de terbeschikkingstelling wordt op de manier berekend als ware sprake van een onderneming, namelijk door de opbrengsten te salderen en daarop de kosten in mindering te brengen, waaronder de afschrijving en eventuele rentekosten. Ook zijn enkele faciliteiten van toepassing die ook gelden voor een ondernemer, zoals de MKB-vrijstelling, die bij de TBS-regeling ‘terbeschikkingstellingsvrijstelling’ wordt genoemd, de kostenegalisatiereserve en de herinvesteringsreserve.

3. Voor welk bedrag komt het vermogensbestanddeel de balans?

Het ter beschikking gestelde vermogensbestanddeel gaat tot het resultaatvermogen behoren en moet daarom worden gewaardeerd op het moment van terbeschikkingstelling. Deze zogenoemde inbrengwaarde wordt gesteld op de werkelijke waarde. Dat is de waarde in het economisch verkeer waarbij rekening wordt gehouden met waardeverminderende factoren zoals een pachtrecht, een lopend (zakelijk) huurcontract en een niet-overdraagbare koopoptie.

4. Terbeschikkingstelling aan verbonden personen

Gelukkig is niet elke terbeschikkingstelling belast. Er wordt pas gesproken over een terbeschikkingstelling in de zin van de inkomstenbelasting als deze plaatsvindt aan:
1. een verbonden persoon;
2. een verbonden lichaam.

Ad 1 verbonden persoon
Als verbonden persoon wordt aangemerkt uw partner, uw minderjarige kinderen en die van uw partner (ingeval een minderjarig kind de terbeschikkingsteller is dan geldt ook de ouder als verbonden persoon). Bovendien moeten die verbonden personen de vermogensbestanddelen gebruiken voor hun onderneming of nevenwerkzaamheid.

Een terbeschikkingstelling aan (meerderjarige) kinderen en kleinkinderen die buiten de bovengenoemde groep valt wordt in principe niet belast. Als echter sprake is van een ‘in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstelling’ kan ook in die gevallen de TBS-regeling van toepassing zijn. Daarbij moet u denken aan een pand verhuren voor een veel te lage huur of renteloos geld lenen.

Ad 2 verbonden lichaam
Een verbonden lichaam is bijvoorbeeld de BV waarin u of een met u verbonden lichaam (een andere BV) of een met u verbonden persoon (partner, minderjarige kinderen) een aanmerkelijk belang heeft evenals een samenwerkingsverband waartoe deze BV mogelijk behoort.

5. Toerekening van het terbeschikkingstellingsresultaat

De inkomsten worden belast bij degene die de vermogensbestanddelen ter beschikking stelt. Bij gemeenschappelijke vermogensbestanddelen die niet tot een algehele of beperkte huwelijksgemeenschap behoren, zullen de eigenaren ieder voor hun eigen aandeel in de ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen met de terbeschikkingstellingsregeling te maken krijgen. Bij vermogensbestanddelen die tot een algehele of beperkte huwelijksgemeenschap behoren, zal de verdeling in de regel 50/50 zijn.

Voor vermogensbestanddelen die behoren tot een eenmanszaak of een samenwerkingsverband (bijvoorbeeld een man-vrouwfirma) is goedgekeurd dat de TBS-regeling buiten toepassing blijft. Als sprake is van een terbeschikkingstelling aan een samenwerkingsverband waarin een verbonden persoon samen met derden deelneemt, wordt (toch) het gehele TBS-resultaat toegerekend aan degene die de vermogensbestanddelen ter beschikking stelt. Het inkomen dat een minderjarig kind uit een terbeschikkingstelling geniet, wordt toegerekend aan de ouder(s).

6. Wanneer eindigt de terbeschikkingstelling?

De terbeschikkingstelling eindigt als wordt gestopt met de terbeschikkingstelling. De huur van het pand wordt beëindigd, of de BV lost de lening die zij heeft gekregen van haar aandeelhouder af. Er zijn echter ook andere oorzaken waardoor de terbeschikkingstelling eindigt. Te denken valt daarbij bijvoorbeeld aan de situatie als u gaat scheiden en u vermogensbestanddelen ter beschikking stelt aan uw partner (ten behoeve van diens onderneming). Of u verkoopt uw aandelen in de BV, maar blijft wel het pand daaraan doorverhuren. Ook bij schenking van vermogensbestanddelen vindt een afrekening plaats. Bij de begiftigde zal opnieuw moeten worden bezien of er sprake is van het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen.

Als de terbeschikkingstelling wordt beëindigd, behoort het vermogensbestanddeel niet meer tot het resultaatvermogen en moet in het jaar van staking worden afgerekend over de boekwinsten of -verliezen; afrekening wordt uitgesteld als de vermogensbestanddelen worden aangehouden met het oog op een goede verkoopmogelijkheid. Later opgekomen kosten en opbrengsten kunnen worden toegerekend aan het jaar waarin deze bij voortzetting van de terbeschikkingstelling zouden zijn verantwoord.

7. Pas op met ‘waardeloze’ leningen

Als u geld uitleent aan uw BV dan vormt die vordering op uw BV vermogen in box 1 en vormt de rente die u ontvangt inkomen in box 1. Mocht uw BV naderhand de lening niet meer kunnen terugbetalen, dan is het afboekverlies op de lening een aftrekpost in box 1. Zo luidt althans de hoofdregel. De Belastingdienst heeft inmiddels succesvol geprocedeerd om die verliesmogelijkheid te beperken.

Een lening valt meestal onder de TBS-regeling maar kan echter als informeel kapitaal worden aangemerkt als deze vooral op grond van de aandeelhoudersrelatie is verleend, bijvoorbeeld als meteen duidelijk is dat de lening nooit kan worden terugbetaald (zogenoemde bodemloze putlening). De rente is dan niet belast (en geboekte verliezen niet aftrekbaar in box 1) maar wordt als een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang belast (box 2) en verhoogt de verkrijgingsprijs van het aanmerkelijk belang.

Ook als de lening is aangegaan onder voorwaarden waaronder een derde nimmer bereid zou zijn geweest de lening te verstrekken, levert dit voor de Belastingdienst munitie op om te veronderstellen dat sprake is van een onzakelijke lening. Rechtspraak heeft uitgewezen dat alleen indien een onafhankelijke derde bij geen enkel rentepercentage een vergelijkbare lening had verstrekt, moet worden verondersteld dat de belastingplichtige een onzakelijk debiteurenrisico heeft aanvaard. Behoudens bijzondere omstandigheden moet ervan worden uitgegaan dat de belastingplichtige als aandeelhouder dit risico heeft aanvaard met de bedoeling het belang van de BV te dienen. Een eventueel verlies op de lening is dan niet aftrekbaar in box 1.

Houd er in voorkomende gevallen rekening mee dat zonder offertes van banken of financieringsmaatschappijen, het vrijwel niet mogelijk is om aan te tonen dat een onafhankelijke derde bereid was om een lening te verstrekken.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal


Gerelateerde nieuwsartikelen