Samenwerking met echtgenoten/partners

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Samenwerking met echtgenoten en partners

U bent ondernemer en uw partner is werkzaam in uw onderneming of is voornemens dat te gaan doen. De vraag is op welke wijze u de samenwerking gaat vormgeven. U hebt de keuze uit een aantal alternatieven, waaronder we hieronder de drie belangrijkste nader zullen bespreken:

1. de vennootschap onder firma;

2. een reële arbeidsbeloning voor uw meewerkende partner;

3. toepassing van de meewerkaftrek bij uzelf.

1. De vennootschap onder firma (VOF)

Algemeen

Het aangaan van een man-vrouwfirma (of man-vrouwmaatschap) levert fiscale partners op diverse punten fiscale voordelen op in vergelijking met de ondernemingsuitoefening door een van de fiscale partners en het meewerken door de ander. We noemen de volgende voordelen:

1. u hebt een grote flexibiliteit om de verdeling van de winst vast te stellen, doordat u niet bent gebonden aan vaste regels;

2. u hebt beiden – als wordt voldaan aan de eisen van het urencriterium – recht op de zelfstandigenaftrek en gedurende de eerste drie jaar op de startersaftrek, een extra aftrek voor beginnende ondernemers;

3. u kunt beiden gebruikmaken van de oudedagsreserve;

4. u kunt beiden gebruikmaken van de stakingsaftrek en de extra lijfrentepremieaftrek bij staking;

5. door de verdeling van de winst kunnen aanzienlijke progressievoordelen worden behaald.

Kenmerken van de man-vrouwfirma

Bij een man-vrouwfirma zullen u en uw partner ondernemer zijn voor de inkomstenbelasting. Beiden geniet u als inkomen winst uit onderneming. We gaan er dan wel van uit dat u beiden firma kapitaal en/of arbeid inbrengt, dat u een winstverdeling overeenkomt en dat u beiden rechtstreeks bent verbonden voor verbintenissen van de vennootschap onder firma.

De inbreng mag ook een aandeel in een andere firma of maatschap betreffen en de arbeid hoeft niet gelijkwaardig te zijn. Uiteraard moet de winstverdeling zakelijk zijn; dat wil zeggen dat zij moet overeenstemmen met wat onafhankelijke partijen zouden overeenkomen.

Man-vrouwfirma en huwelijksvermogensrecht

Als u bent getrouwd buiten gemeenschap van goederen en u hebt een scheiding aangebracht tussen privévermogen en ondernemingsvermogen, dan kan een vennootschap onder firma deze scheiding doorbreken doordat uw partner, net als u, hoofdelijk aansprakelijk wordt voor de ondernemingsschulden. De vraag is of dat is gewenst.

Vennootschap met beoefenaar van een vrij beroep

Als u zelf een vrij beroep uitoefent (bijvoorbeeld huisarts of tandarts) dan kunt u met uw partner een VOF (of maatschap) vormen, ook als uw partner de vereiste kwalificatie voor het beroep niet bezit.

Van belang is uitsluitend of beide partners kwalificeren als ondernemer. Is sprake van een ongebruikelijk samenwerkingsverband én is minimaal 70% van de verrichte werkzaamheden van ondersteunende aard, dan tellen die uren niet mee voor het urencriterium dat van belang is voor de zelfstandigenaftrek.

Gevolg is dat uw partner die niet de vereiste beroepskwalificatie bezit, een aantal ondernemersfaciliteiten mist, maar niet alle.

Terugwerkende kracht man-vrouwfirma mogelijk

De vraag is vanaf wanneer u met uw partner een vennootschap onder firma kunt vormen. De algemene regel is dat overeenkomsten geen gevolgen hebben voor het verleden: met andere woorden, dat ze geen terugwerkende kracht hebben. De Hoge Raad heeft beslist dat op deze regel een uitzondering bestaat als de partners op zakelijke gronden terugwerkende kracht geven aan hun firmaovereenkomst. Dit biedt speelruimte. Wees echter voorzichtig, aangezien er nog geen jurisprudentie bestaat over wat als zakelijke grond kan gelden. Naar onze mening valt te denken aan een zakelijke vergoeding voor onbeloond gebleven prestaties in het verleden.

Daarnaast heeft de staatssecretaris van Financiën goedgekeurd dat aan een firmaovereenkomst die in een terugwerkende kracht voorziet, in elk geval een terugwerkende kracht van negen maanden kan worden toegekend, zij het niet langer dan is overeengekomen tussen de firmanten en niet verder dan tot 1 januari van het jaar waarin de overeenkomst is gesloten. Die terugwerkende kracht geldt ook voor de ondernemingsfaciliteiten

Volgens de Belastingdienst kan uittreden niet met terugwerkende kracht plaatsvinden.

2. Een reële arbeidsbeloning voor uw partner

Als uw meewerkende partner een beloning geniet voor de verrichte arbeid, dan komt die beloning ten laste van uw winst, zoals ook het geval is met de beloning die u aan een gewone medewerker uitbetaalt. Hierbij passen enkele kanttekeningen:

– als de vergoeding in verhouding tot de verrichte arbeid onzakelijk hoog is, komt het onzakelijke gedeelte van de betaling niet ten laste van uw winst en blijft het bij uw partner onbelast;

– is de vergoeding lager dan € 5.000, dan kunt u die niet ten laste van uw winst brengen. Dat bedrag is dan bij uw partner uiteraard niet belast.

Het kan voorkomen dat uw meewerkende partner een echt dienstverband met u heeft. Dat zal echter niet snel worden aangenomen vanwege het (vaak) ontbreken van een gezagsverhouding. In dat geval geldt er in principe geen beperking voor bedragen tot € 5.000.

Tussen partners kan sprake zijn van een echte dienstbetrekking of een fictieve dienstbetrekking. Er is sprake van een fictieve dienstbetrekking als er een arbeidsverhouding is van doorgaans ten minste twee dagen per week, tegen betaling van ten minste 40% van het minimumloon.

Als uw partner een positie heeft die vergelijkbaar is met het andere personeel, dan is een dienstbetrekking al snel mogelijk. Is uw partner het enige personeelslid, dan zal niet snel een dienstbetrekking worden aangenomen vanwege het ontbreken van een gezagsverhouding. Wel kan dan nog sprake zijn van een fictieve dienstbetrekking.

Het gemak van een reële arbeidsbeloning is uiteraard dat er geen salarisadministratie nodig is. De aanwezigheid van een dienstbetrekking betekent uiteraard nog extra administratieve verplichtingen.

3. Toepassing van de meewerkaftrek bij uzelf

Als uw fiscale partner zonder vergoeding meewerkt in de onderneming, kunt u als ondernemer in aanmerking komen voor de meewerkaftrek. Dat is een fictieve aftrekpost die u ten laste van uw winst mag brengen.

De meewerkaftrek bedraagt:

aantal meegewerkte uren > aftrek

– 525 t/m 874 > 1,25% van de winst
– 875 t/m 1.224 > 2% van de winst
– 1.225 t/m 1749 > 3% van de winst
– 1.750 of meer > 4% van de winst

Bij verlies is de aftrek nihil. Als minder dan 525 uur is meegewerkt, kan geen aftrek worden toegepast. Deze meewerkaftrek wordt in de praktijk maar zelden toegepast, omdat zij niet veel oplevert.

Let op! Als uw meewerkende partner een beloning ontvangt voor de verrichte werkzaamheden, kan bij de aangifte niet alsnog worden gekozen voor de meewerkaftrek. Toepassing van de meewerkaftrek sluit de betaling van een arbeidsbeloning uit en de keuze moet al vóór aanvang van het jaar worden gemaakt.

Welke keuze moet of wilt u maken?

Als een van de partners onder het hoogste IB-tarief valt en de andere partner heeft geen tot weinig inkomsten, dan is het voordelig een zo hoog mogelijk bedrag aan deze partner toe te rekenen. De meewerkaftrek is dan in feite niet interessant. De man-vrouwfirma lijkt in dat geval het meest aangewezen omdat daarbij een winstpercentage kan worden afgesproken, wat bij een reële arbeidsbeloning of dienstverband minder goed denkbaar is.

Ook kan de toepassing van ondernemersfaciliteiten zoals de zelfstandigenaftrek, startersaftrek en MKB-winstvrijstelling het pleit beslechten voor de vennootschap onder firma.

Let er wel op dat de vennootschap onder firma de hoofdelijke aansprakelijkheid binnen haalt en daarmee eventuele huwelijkse voorwaarden kan doorkruisen.

Zijn de inkomsten vrij stabiel en zijn de werkzaamheden van uw partner bescheiden qua omvang, dan is de reële arbeidsbeloning mogelijk een goed alternatief. Deze vorm heeft in ieder geval het voordeel van de eenvoud.

Een dienstbetrekking kan een optie zijn als er toch al personeel is dat verloond moet worden. Uw echtgenote/partner is dan verzekerd voor de werknemersverzekeringen, wat een voordeel kan zijn. Is er verder geen personeel, dan ontstaan veel extra administratieve lasten wanneer de partner als (de enige) werknemer moet worden aangemerkt.

Let bij het berekenen van een eventueel belastingvoordeel ook op ongewenste neveneffecten in de vorm van inkomensafhankelijke premies en bijdragen.

Belastingheffing bij de meewerkende partner

In een man-vrouwfirma wordt iedere partner normaal belast met inkomstenbelasting voor zijn/haar winstaandeel. Of alle ondernemersfaciliteiten van toepassing zijn, hangt vooral af van de vraag of u en uw partner voldoen aan het urencriterium.

Betaalt u aan uw fiscale partner een arbeidsbeloning, maar kan deze niet worden afgetrokken omdat zij lager is dan € 5.000, dan wordt bij uw partner ook niets belast.

Wordt een reële arbeidsbeloning betaald die hoger is dan € 5.000, dan is dit bedrag bij u aftrekbaar en bij uw meewerkende partner belast als resultaat uit overige werkzaamheid.

Wordt niets betaald, maar wordt gebruikgemaakt van de (fictieve) meewerkaftrek, dan is de aftrekpost afhankelijk van het aantal meewerkuren en wordt bij uw partner niets belast.

Is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking, dan is het loon aftrekbaar en bij uw partner belast als looninkomsten uit arbeid.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal


Gerelateerde nieuwsartikelen