Renteaftrek in de VPB

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Renteaftrek in de VPB

In de loop der jaren zijn in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 steeds meer bepalingen opgenomen die op enigerlei wijze invloed hebben op de aftrek van de rentelasten. Ook door rechtspraak ontstonden regels die aftrek in de weg staan, de aftrek beperken of juist mogelijk maken. Bij het antwoord op de vraag of de door een BV verschuldigde rente aftrekbaar is, spelen de volgende onderwerpen een rol:

1. Wordt de lening ook als een "lening" gekwalificeerd?
2. Arm’s lengthbeginsel
3. Rente is aftrekbare bedrijfslast, soms activeren
4. Rente in verband met posten waarvoor aftrekbeperking geldt
5. Rente in verband met een bosbouwbedrijf
6. Winstdrainage
7. Antiwinstdrainage

1. Wordt de lening ook als een "lening" gekwalificeerd?

Om de vraag te beantwoorden of rente aftrekbaar is moet eerst nagegaan worden of een geldverstrekking als een geldlening of als kapitaal moet worden beschouwd. Er zijn drie gevallen in de vennootschapsbelasting die als vreemd vermogen worden gepresenteerd maar als eigen vermogen worden gekwalificeerd. Dit betekent dat de rente op deze "leningen" niet kan worden afgetrokken van de winst.

Schijnlening
Bij een schijnlening zijn partijen de lening aangegaan, maar is de bedoeling eigenlijk een kapitaalverstrekking. Naar buiten toe wordt de schijn gewekt dat er sprake is van een lening terwijl dat niet zo is.

Bodemlozeputlening
Als een moedermaatschappij een lening verstrekt aan een dochtermaatschappij maar op het moment van verstrekken al bijna zeker is dat het verstrekte bedrag niet wordt terugbetaald, wordt de lening fiscaal als kapitaalstorting gezien.

Deelnemerschapslening

Van een deelnemerschapslening is sprake als de lening onder zodanige voorwaarden is verstrekt dat de schuldeiser met het uitgeleende bedrag in zekere mate deel heeft in de onderneming van de schuldenaar. De lening is dan een zgn. deelnemerschapslening en geldt voor de debiteur als een vorm van kapitaalverstrekking. Er is sprake van een deelnemerschapslening als voldaan is aan de volgende drie voorwaarden:

  • De vergoeding is winstafhankelijk;
  • De schuld is achtergesteld bij alle concurrente schuldeisers;
  • De schuld heeft geen vaste looptijd en is slechts opeisbaar bij faillissement, surseance van betaling of liquidatie (een lening van meer dan vijftig jaar wordt gezien als een lening zonder vaste looptijd).

2. Arm’s lengthbeginsel

Gelieerde partijen moeten op "arm’s length" zaken doen met elkaar. Dat betekent dat u bij het aangaan van een leningsovereenkomst geen voorwaarden mag afspreken die afwijken van de voorwaarden die in het economisch verkeer tussen onafhankelijke derden tot stand zouden zijn gekomen. Anders moet er een correctie plaatsvinden zodat de lening alsnog zakelijk wordt. Van een voorwaarde die nooit zou zijn overeengekomen met een derde is bijvoorbeeld sprake als de rentestand op het moment van aangaan van de overeenkomst op 4 procent staat en gelieerde partijen een rentevergoeding van 10 procent overeenkomen. Het verschil van 6 procent vloeit dan voort uit de gelieerdheid en is niet zakelijk.

3. Rente is aftrekbare bedrijfslast, soms activeren

In beginsel is de rente die een BV op leningen verschuldigd is, aftrekbaar bij het bepalen van de winst. De regels van goed koopmansgebruik zijn beslissend voor de vraag in welk jaar de rentelast moet of kan worden genomen. De regels van goedkoopmansgebruik kunnen soms inhouden dat de rente niet ten laste van de winst kan worden gebracht, maar moet worden geactiveerd.

4. Rente in verband met posten waarvoor aftrekbeperking geldt

Op grond van de wet mogen bepaalde kosten niet in aftrek worden gebracht. De kosten en lasten die verband houden met die posten mogen dan ook niet ten laste van de winst worden gebracht. Dit betreft dus de rente.

5. Rente in verband met een bosbouwbedrijf

Als u kiest voor de – facultatieve – vrijstelling van winsten en verliezen uit het bosbouwbedrijf, houdt die keuze ook in dat de rente die is verschuldigd op leningen die aan dat bedrijf zijn toe te rekenen, als onderdeel van de vrijstelling van de saldowinst of het saldoverlies niet kan worden afgetrokken.

6. Winstdrainage

Winstdrainage is het op gekunstelde wijze creëren van schuldvorderingen om de belastinggrondslag uit te hollen en minder vennootschapsbelasting te betalen.

Voorbeeld
Een moedermaatschappij bevindt zich op de Nederlandse Antillen waar bijvoorbeeld een vennootschapsbelastingtarief van 5 procent geldt. De dochtervennootschap bevindt zich in Nederland waar het VPB-tarief 25 procent is. Als de dochtermaatschappij vervolgens dividend uitkeert aan de moedermaatschappij, maar deze dividenduitkering rentedragend schuldig blijft, begint de winstdrainage. De rentebaten worden op de Nederlandse Antillen belast tegen 5 procent, maar de rentelasten vinden aftrek in Nederland tegen 25 procent. Een rentelast van € 1 miljoen betekent € 250.000 minder VPB-belasting in Nederland. Op de Nederlandse Antillen wordt wel € 50.000 Antilliaanse VPB-belasting betaald, maar het verschil van 20% oftewel € 200.000 euro is het voordeel voor de dochtervennootschap in Nederland.

7. Antiwinstdrainage

De wetgever wil de winstdrainage zoals hierboven beschreven bestrijden. Daarom zijn de volgende bepalingen in de Wet op de vennootschapsbelasting opgenomen.

Artikel 10a
Bij het bepalen van de winst komen de kosten van renten – kosten en valutaresultaten daaronder begrepen – ter zake van schulden verschuldigd aan een verbonden lichaam of verbonden natuurlijk persoon niet in aftrek als ze verband houden met de drie rechtshandelingen die zijn opgesomd in de wet:

  • Winstuitdeling;
  • Kapitaalstorting;
  • De verwerving of uitbreiding van een belang.

Renteloze lening met lange looptijd
Hiervan is sprake als uw bedrijf als belastingplichtige van een gelieerde onderneming een geldlening krijgt die geen vaste aflossingsdatum kent of een aflossingsdatum die meer dan 10 jaar is gelegen na het tijdstip van het aangaan daarvan. Vervolgens moet er geen rente afgesproken zijn of een rente die in belangrijke mate lager is dan hetgeen in het economisch verkeer door onafhankelijke partijen zou zijn overeengekomen. Als hiervan sprake is, dan komen de rente en de waardemutaties van die lening niet in aftrek bij het bepalen van de winst.

Thin capitalisation (tot en met 2012)
Er geldt – in 2012 voor het laatst – een regeling die renteaftrek beperkt als er sprake is van een "teveel" aan vreemd vermogen. Vraag uw adviseur of dit van toepassing is op uw bedrijf.

Artikel 13l
Artikel 13l is per 1 januari 2013 ingevoerd. Het doel van dit artikel is het beperken van financieringen ten aanzien van deelneming, tenzij sprake is van uitbreiding van de operationele activiteiten van de groep.

Artikel 15ad
De wetgever heeft met artikel 15ad willen voorkomen dat via een overnameholdingconstructie de grondslag van de Nederlandse vennootschapsbelasting wordt uitgehold.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal


Gerelateerde nieuwsartikelen