Privégebruik onder het BUA

Bron: Redactie FiscaalTotaal

De aftrekuitsluitingen in het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (BUA)

Binnen de omzetbelasting wordt op meerdere manieren rekening gehouden met (de aftrek bij) privégebruik. Voor een aantal specifieke gevallen van privégebruik wordt de aftrek geregeld in het BUA.

Algemeen

Het privégebruik waarvoor de aftrek op grond van het BUA is uitgesloten heeft vooral betrekking op bevoordeling van andere (rechts)personen die voor deze prestaties (leveringen en diensten) geen of hoogstens 30% omzetbelastingaftrek zouden hebben ("relatiegeschenken of andere giften") en personeelsvoorzieningen, met speciale regelingen voor onder meer het verstrekken van spijzen en dranken aan personeel en het treffen van een fietsregeling. Voor de ondernemer zelf is in het BUA de vage omschrijving "het voeren van een zekere staat" opgenomen. Deze aftrekuitsluiting komt vaak niet aan de orde en wordt daarom in dit dossier niet behandeld.

Het moet gaan om goederen en diensten die in de hoedanigheid van btw-ondernemer zijn aangeschaft, dit kan ook een aanschaf voor een (eenmalige) bedrijfsvreemde activiteit zijn. Er moet natuurlijk ook rekening worden gehouden met het feit dat vrijgestelde prestaties worden verricht en of sprake is van gemengd gebruik. Een tegenprestatie in natura (reclame maken voor de ondernemer door een logo) is ook een vergoeding.

Voor prestaties aan derden blijft de aftrekuitsluiting achterwege als de prestaties van geringe waarde zijn en wordt rekening gehouden met een in rekening gebrachte belastbare vergoeding (dit kan ook ruil voor loon of vakantiedagen zijn), met als gevolg een lagere aftrekuitsluiting.

Nederland volgt nog niet de EU-regeling bij leveringen van geringe waarde

Uit de BTW-richtlijn volgt dat lidstaten bepaalde leveringen en diensten waarbij een prestatie ontbreekt gelijk kunnen stellen met belaste leveringen en diensten. Hieronder valt ook het voor bedrijfsdoeleinden om niet (gratis) verstrekken van goederen aan derden waardoor ter zake van die gratis verstrekkingen in beginsel btw is verschuldigd over de aankoopprijs of kostprijs. Er wordt een uitzondering gemaakt voor (relatie)geschenken van geringe waarde of van monsters.

BUA doorkruist de EU-regeling
Nederland heeft de Europese regeling opgenomen in de Wet OB maar geeft voor de aftrek voorrang aan het BUA als het privégebruik hieronder kan worden gebracht. De in het BUA opgenomen omschrijving van prestaties van geringe waarde is dus vooralsnog beslissend voor de aftrekbaarheid van omzetbelasting op personeelsvoorzieningen en dergelijke. Over de gratis verstrekking van goederen voor promotionele doeleinden wordt op dit moment (nog steeds) geen omzetbelasting geheven.

Aansluiting bij het BUA betekent in vergelijking met toepassing van de Europese regeling vaak dat uitsluiting (toch) niet mogelijk is. Daarnaast is voor bepaald privégebruik van belang hoe de verschillende BUA-onderdelen door de belastingrechter worden beoordeeld. De bepalingen over personeelsvoorzieningen en kantineverstrekkingen zijn in elk geval niet strijdig zijn met de BTW-richtlijn geacht.

Relatiegeschenken en andere giften

Aangezien de aftrekuitsluiting samenhangt met de aftrekmogelijkheden bij de ontvanger, moet worden nagegaan of de bevoordeelde (rechts)personen voor dergelijke leveringen en diensten geen of hoogstens 30% omzetbelastingaftrek zouden hebben. Voor de aanwezigheid van een bevoordeling wordt gekeken naar de aanschaffings- of voortbrengingskosten (leveringen) dan wel de kostprijs (diensten), beide exclusief omzetbelasting. De voorbelasting op relatiegeschenken die aan relaties buiten de EU worden gegeven en dus worden uitgevoerd is wél altijd aftrekbaar.

Voor relatiegeschenken moet sprake zijn van een zakelijke relatie met de begunstigde én zakelijke overwegingen. De omschrijving "andere giften" heeft vrijwel altijd betrekking op bevoordelingen van stichtingen en dergelijke instellingen die geen recht op vooraftrek hebben waarbij de bevoordeling moet zijn ingegeven door vrijgevigheid.

Personeelsvoorzieningen

De terbeschikkingstelling van een auto wordt voor het BUA niet tot de personeelsvoorzieningen gerekend anders zou er een samenloop ontstaan met de specifieke regeling voor de auto van de zaak. Daarnaast kent het BUA nog vier speciale regelingen voor verstrekkingen aan personeel (verderop behandeld), te weten:

  • verstrekking van spijzen en dranken in bedrijfskantines e.d.;
  • woon-werkverkeer in de vorm van besloten busvervoer;
  • het treffen van een fietsregeling (vergelijkbaar met die voor de LB);
  • verzorgen outplacement.

De aftrekuitsluiting is alleen van toepassing als de Belastingdienst aannemelijk maakt dat en in hoeverre een voor de onderneming gekocht goed of een aan de onderneming geleverde dienst feitelijk wordt gebruikt voor persoonlijke doeleinden van het personeel. Het is onvoldoende dat gebruik voor persoonlijke doeleinden mogelijk was en er moet ook naar het verwachte gebruik van een goed in de hele bezitsperiode worden gekeken, uitgaande van het tijdstip waarop de omzetbelasting aan de ondernemer in rekening is gebracht. Belangrijk is verder dat een bevoordeling van of besparing bij de werknemer niet van belang is voor een eventuele uitsluiting van de aftrek en dat de Hoge Raad van mening is dat het BUA geen betrekking heeft op verstrekkingen aan ex-werknemers. De aftrekuitsluiting geldt niet als de kosten (vrijwel) geheel samenhangen met de bijzondere behoeften van de onderneming, zonder dat er – in juridische of in feitelijke zin – ruimte is voor keuzebeslissingen van de betrokken werknemers. De volgende personeelsvoorzieningen vallen onder de aftrekuitsluiting:

  • verlenen van huisvesting zonder huurovereenkomst (verhuur valt onder een vrijstelling);
  • uitkeren van loon in natura;
  • geven van gelegenheid tot sport en ontspanning;
  • privévervoer (m.u.v. privégebruik auto van de zaak) inclusief woon-werkverkeer;
  • overige verstrekkingen voor persoonlijke doeleinden.

Loon in natura
Zoals bovengenoemd is een eventuele besparing bij de werknemer niet beslissend, het gaat uitsluitend om de vraag of de verstrekking een bedrijfsbelang dient. Dat een verstrekking als loon wordt gezien voor de loonbelasting, betekent dus nog niet dat de aftrekuitsluiting geldt.

Cursussen, voorzover niet vrijgesteld, vallen in beginsel buiten de aftrekuitsluiting omdat meestal sprake is van een bedrijfsdoel. De uitsluiting geldt echter wel voor cursussen die (bijna) geen verband houden met de huidige of toekomstige functie van de werknemer dan wel de inhoud van die functie ver te buiten gaan. Bij verstrekkingen die ook privé kunnen worden gebruikt (computers, tablets e.d.) moet een splitsing worden gemaakt in de aftrekbare voorbelasting en moet eventueel rekening worden gehouden met een eigen bijdrage.

Privévervoer
Hieronder valt onder meer het verstrekken van plaatsbewijzen voor openbaar vervoer, het door een andere ondernemer laten verzorgen van groepsvervoer en natuurlijk het zelf verzorgen van vervoer met eigen auto’s. Openbaarvervoersondernemingen verstrekken vaak gratis of met korting vervoersbewijzen aan (ex-)werknemers en/of hun familieleden. Voor de aftrekcorrectie wordt dan aangesloten bij de btw die de ondernemer verschuldigd zou zijn als hiervoor wel een (volledige) vergoeding zou worden ontvangen. Volgens de Hoge Raad geldt de aftrekuitsluiting echter niet voor gepensioneerde werknemers of hun gezinsleden.

Overige verstrekkingen
Hieronder vallen allerlei vormen van (mede)gebruik van bedrijfsgoederen en diensten ter bevrediging van persoonlijke behoeften van het personeel. De werkzaamheden van een – interne of externe – arbodienst worden niet als personeelsvoorziening aangemerkt.

Speciale regelingen: vervoer
Het verzorgen van woon-werkverkeer in de vorm van "besloten busvervoer" valt buiten de aftrekuitsluiting, evenals het opzetten van een fietsregeling. Besloten busvervoer heeft een specifieke omschrijving en hierbij is niet belang wie het vervoer verricht noch of het vervoer plaatsvindt naar een vaste werkplaats.

Voor de fietsregeling gaat het om verstrekking (in eigendom) dan wel terbeschikkingstelling en ook de andere voorwaarden zijn conform de fietsregeling die voor de loonbelasting bestaat ("oude" regeling voor vergoedingen en verstrekkingen). Het is mogelijk om voor de wintermaanden of voor een deel van het traject woonplaats-arbeidsplaats een ov-abonnement te verstrekken of vergoeden zolang dit neerkomt op minder dan 50% van het woon-werkverkeer. Er zijn een aantal specifieke goedkeuringen gegeven in het kader van de fietsregeling, onder meer de uitwerking bij een cafetariastelsel voor de loonheffingen.

Speciale regelingen: spijzen en dranken / kantine
Verstrekking van spijzen en dranken valt buiten de normale (volledige) aftrekuitsluiting maar er geldt wel een beperkte aftrekuitsluiting (6%) als het personeel geen kostendekkende vergoeding betaalt. Als er overwegend zakelijke gronden bestaan voor de verstrekking van spijzen en dranken, geldt ook de aftrekbeperking niet. Daarnaast geldt natuurlijk nog steeds dat aftrek niet mogelijk is voor de verstrekking van spijzen en dranken die al onder een vrijstelling valt.

Speciale regelingen: outplacement
De aftrekuitsluiting geldt niet voor kosten van diensten (incl. adviezen) om voor een werknemer op een zo kort mogelijke termijn een nieuwe, passende dienstbetrekking te vinden.

Toepassing van de 227 euro-grens

In het algemene stuk over het BUA werd al genoemd dat prestaties aan derden buiten de aftrekuitsluiting vallen als zij een geringe waarde vertegenwoordigen. De grens hiervoor staat op een kostprijs (aanschaf of voortbrenging) van 227 euro exclusief omzetbelasting, de aftrekuitsluiting geldt volledig als de prestaties per belanghebbende per boekjaar hoger zijn. Het is niet mogelijk om sommige prestaties onder de 227 euro-grens te brengen en de andere niet. Onder voorwaarden kan bij collectieve verstrekkingen worden volstaan met een verdeling van de kosten over het aantal werknemers. Verstrekkingen die duidelijk op één werknemer betrekking hebben worden echter alleen aan deze werknemer toegerekend, waardoor de verstrekkingen aan die werknemer mogelijk volledig onder de aftrekuitsluiting vallen.

Voor de 227 euro-grens worden niet meegeteld:

  • goederen en diensten waarvoor geen omzetbelasting in rekening is gebracht;
  • de personeelsvoorzieningen die door de eerder genoemde speciale regelingen buiten de volledige aftrekuitsluiting vallen;
  • het privégebruik van een auto van de zaak.

Er geldt een speciale regeling voor toepassing van de 227 euro-grens op de verstrekking van spijzen en dranken. Als er sprake is van kantineverstrekkingen en dergelijke zal een ondernemer hierdoor soms twee keer aan de 227 euro-grens moeten toetsen.

Als personeelsvoorzieningen ter beschikking worden gesteld moet voor de kostprijs rekening worden gehouden met een reële afschrijvingstermijn, waarbij de IB- en Vpb-afschrijvingsregels mogen worden aangehouden.

Zodra het voor de ondernemer duidelijk is dat de 227 euro-grens zal worden overschreden, moet de aftrek van voorbelasting worden gecorrigeerd.

De grens voor geringe prestaties komt natuurlijk niet aan de orde bij goederen en/of diensten waarvoor al geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat. Het is dan ook van belang of verstrekkingen kunnen worden toegerekend aan bijvoorbeeld vrijgestelde prestaties (nooit aftrek) of belaste prestaties (toetsing aan de 227 euro-grens). Er geldt een speciale goedkeuring als een dergelijke toerekening moeilijk is.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal


Gerelateerde nieuwsartikelen