Oudedagsvoorzieningen

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Oudedagsvoorzieningen

Gericht op oudedag/pensioen kunt u de volgende mogelijkheden onderscheiden om te sparen voor de oude dag:

  1. AOW
  2. Pensioen
  3. Lijfrente (verzekering dan wel bancair)
  4. Vermogensopbouw in box 3

1. AOW

Verzekering
De Algemene Ouderdomswet (AOW) heeft als doel de hele bevolking van Nederland een verzekering te geven tegen de financiële gevolgen van ouderdom. Bent u Nederlands ingezetene en heeft u nog niet de AOW-leeftijd bereikt, dan bent u verplicht verzekerd voor de AOW. Een onderbreking van de verzekering, als gevolg van een verblijf in het buitenland, heeft tot gevolg dat slechts een deel van de AOW wordt uitgekeerd. De korting bedraagt 2% per niet-verzekerd jaar.

Uitkering
De AOW-uitkering gaat in op de dag dat u de AOW-leeftijd bereikt. Vanaf 2013 wordt de AOW-leeftijd stapsgewijs verhoogd. In 2013 krijgt iemand recht op AOW als hij de leeftijd heeft bereikt van 65 jaar en 1 maand. Daarna gaat de AOW-leeftijd omhoog tot 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. Vanaf 2022 geldt een AOW-leeftijd die afhankelijk gesteld wordt van de levensverwachting. In oktober 2016 heeft de staatssecretaris van Sociale zaken en Werkgelegenheid bekendgemaakt dat de AOW-leeftijd in 2022 omhoog gaat naar 67 jaar en 3 maanden.

Verhoging AOW tot en met 2021:

2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021
65 + 1 maand 65 + 2 maanden 65 + 3 maanden 65 + 6 maanden 65 + 9 maanden 66 jaar 66 + 4 maanden 66 + 8 maanden 67 jaar

Door de verhoging van de AOW-leeftijd kunt u tijdelijk minder inkomen hebben. Bijvoorbeeld als uw tijdelijke ouderdomspensioenuitkering stopt of overgaat in een ouderdomspensioenuitkering vóórdat uw AOW-uitkering ingaat. Onder voorwaarden kunt u een overbruggingsuitkering krijgen waarmee het inkomen aangevuld kan worden. Op de site van de Sociale Verzekeringsbank vindt u hierover meer informatie.

Toeslag
Als u een partner hebt die jonger is kan, als u de AOW-leeftijd hebt bereikt, recht bestaan op een toeslag. Dit geldt alleen als u de AOW-leeftijd behaalt voor 1 januari 2015. Indien u 65 jaar wordt in november of december 2014 en u hebt een jongere partner, blijft het recht op toeslag behouden ook al gaat het recht op AOW na 1 januari 2015 in. U moet dan wel voor 1 januari 2015 zijn getrouwd of samenwonen.

De toeslag is afhankelijk van het inkomen van uw partner. Bedraagt het inkomen uit arbeid (bijvoorbeeld salaris, winst uit onderneming) van uw partner meer dan € 1.411,13 bruto per maand (bedrag 2018), dan vervalt de toeslag. Dit geldt ook als overige inkomsten (bijvoorbeeld pensioen, uitkeringen) van uw partner meer dan € 782,95 bruto per maand bedragen. Na 1 januari 2015 vervalt de toeslag in deze situaties definitief. Verder wordt voor de toeslag naar het gezamenlijk inkomen van u en uw partner gekeken. Is het gezamenlijk inkomen hoger dan € 2.760,87 bruto per maand, dan wordt de toeslag met maximaal 10% gekort.

2. Pensioen

Als u in dienst bent bij een werkgever, kunt u pensioen opbouwen. Uw werkgever is niet verplicht u een pensioenregeling aan te bieden en ook de inhoud van de pensioenregeling is vrij. Dit is alleen anders als voor het bedrijf waar u werkt een verplichte bedrijfstakpensioenregeling geldt. Dan moet uw werkgever u een pensioenregeling aanbieden, waarvan ook de inhoud al is vastgelegd. Zelf kunt u als werknemer geen pensioenregeling overeenkomen of wijzigen.

In uw pensioenregeling is opgenomen wanneer het pensioen uitkeert. Het ouderdomspensioen gaat in bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Deze leeftijd is in de pensioenregeling opgenomen. Dit was vaak 62 jaar, maar door wijzigingen in de wetgeving meestal verhoogd naar een leeftijd van 65 jaar. Omdat de AOW-leeftijd is verhoogd met ingang van 2013, zijn de fiscale regels voor de opbouw van pensioen ook aangepast. Op basis hiervan is de pensioenleeftijd met ingang van 2014 in één stap verhoogd naar 67 jaar.Op 31 oktober 2016 heeft het ministerie van Financiën bekendgemaakt dat de pensioengerechtigde leeftijd per 1 januari 2018 wordt verhoogd naar 68 jaar.

In 2015 is een andere aanpassing in de opbouw van pensioen ingevoerd. Deze aanpassing houdt in dat het inkomen waarover pensioenrechten opgebouwd kunnen worden, gemaximeerd is op € 105.075 (bedrag 2018). Voor het inkomen boven dit bedrag is er een alternatief. Over het hogere inkomen kunnen onder voorwaarden nettopensioenrechten opgebouwd worden, bijvoorbeeld netto-ouderdomspensioen, nettopartnerpensioen en/ of nettowezenpensioen. De opbouw vindt plaats over het netto-inkomen, waarbij uitkeringen te zijner tijd onbelast zijn voor de inkomstenbelasting. Verder is een vrijstelling in box 3 voor de opgebouwde waarde opgenomen.

Veel pensioenregelingen bieden keuzemogelijkheden. Voorbeelden hiervan zijn: vervroeging of uitstel van de pensioenleeftijd en het omzetten van nabestaandenpensioen in ouderdomspensioen (onder voorwaarden). Wellicht dat dit ook voor uw pensioenregeling geldt. In sommige regelingen kunnen werknemers de pensioenregeling optimaliseren door keuzes te maken binnen de regeling of door vrijwillig extra premie binnen bij te storten. In uw pensioenregeling vindt u hierover meer informatie.

Meer informatie over uw opgebouwde pensioen vindt u op het pensioenoverzicht (UPO = uniform pensioenoverzicht) dat u jaarlijks toegestuurd krijgt van uw pensioenuitvoerder of op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Op deze site kunt u (met uw DigiD) ook de in het verleden opgebouwde pensioenrechten vinden om zo een volledig overzicht te krijgen van uw opgebouwde pensioen.

3. Lijfrente

Er zijn diverse manieren om individueel een oudedagsvoorziening op te bouwen onder aftrek van de betaalde premie dan wel spaarinleg. Dat geldt voor de volgende lijfrenteproducten:
– een lijfrenteverzekering (bij een verzekeraar);
– een lijfrentespaarrekening (bij een bank);
– een lijfrentebeleggingsrecht (bij een beleggingsinstelling).

Het fiscale voordeel is dan dat over het betaalde bedrag inkomstenbelasting (IB) kan worden terugontvangen via de IB-aangifte. Deze faciliteit is beperkt tot een inkomen van € 105.075 (bedrag 2018) per jaar. Voor inkomen boven dit bedrag is er een alternatief in de vorm van nettolijfrente. Een bedrag dat hiervoor betaald wordt, is niet aftrekbaar van het inkomen maar uitkeringen zijn te zijner tijd niet belast voor de inkomstenbelasting. Verder is een vrijstelling in box 3 voor de opgebouwde waarde opgenomen.

Of een lijfrente een optimaal en aantrekkelijk product is, is afhankelijk van verschillende factoren, waaronder de individuele omstandigheden en wensen.

4. Vermogensopbouw in box 3

Uiteraard kunt u ook zelf sparen of beleggen om zo een aanvullend pensioenpotje op te bouwen. Als u dit niet via een lijfrente zoals genoemd onder 3. doet, is de inleg of de premie niet aftrekbaar. Voordeel is wel dat u ook niet hoeft te voldoen aan de fiscale voorwaarden die de wetgever aan een lijfrente stelt. Uw geld is vrij beschikbaar en u hoeft geen tijdelijke of levenslange uitkering voor het gespaarde geld aan te kopen. Onder het zelf gespaarde vermogen kunnen worden gerekend de effectenportefeuille, de spaartegoeden en ander vermogen.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal