Oudedagsreserve

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Oudedagsreserve

Om ook IB-ondernemers de mogelijkheid te geven een voorziening te treffen voor hun oude dag kent de Wet IB 2001 een speciale regeling waarbij u elk jaar een vast bedrag ten laste van de winst kan brengen. Hieronder wordt deze zogenoemde fiscale oudedagsreserve (FOR) toegelicht.

1. Algemeen

Als IB-ondernemer kunt u bij het bepalen van de in een kalenderjaar genoten winst ook ten laste van de winst een reserve opbouwen voor de oude dag, de zogenoemde oudedagsreserve. Per ondernemer kan een reserve worden opgebouwd zodat bijvoorbeeld de firmanten in een VOF ieder een oudedagsreserve kunnen opbouwen.

De oudedagsreserve maakt deel uit van het ondernemingsvermogen en moet daarom op de fiscale balans worden opgenomen. Aangezien de oudedagsreserve deel uitmaakt van de winstbepaling leiden toevoegingen en afnemingen tot minder respectievelijk meer winst.

Per onderneming kan een oudedagsreserve worden gevormd, maar het totaal van de oudedagsreserves blijft op grond van de wet gemaximeerd op een percentage van de (totale) winst en kan nog steeds niet groter zijn dan het (totale) ondernemingsvermogen. De wet staat ook doorschuiving naar de andere ondernemingen toe bij staking.

2. Voorwaarden en beperkingen

2.1 Ondernemer
Er moet sprake zijn van een ondernemer. Iemand die medegerechtigd is tot de winst zoals een commanditair vennoot kan dus geen gebruik (meer) maken van de oudedagsreserve. Op grond van een besluit kan een ondernemer die terugtreedt en commanditair vennoot wordt, de reserve in elk geval nog één jaar in stand houden.

2.2 Urencriterium
U moet als ondernemer voldoen aan het urencriterium:

• u moet minimaal 1.225 uur per kalenderjaar besteden aan het voor eigen rekening drijven van een onderneming en;

• van de voor werkzaamheden beschikbare tijd besteedt u meer dan de helft aan de onderneming (de zogenaamde grotendeelseis).

Het urencriterium geldt niet voor de inhaal van toevoegingen aan de oudedagsreserve in verband met een geruisloze terugkeer uit een BV.

2.3 Jonger dan AOW leeftijd
Als ondernemer moet u jonger dan de AOW-leeftijd zijn. Hierbij wordt uitgegaan van de datum waarop het kalenderjaar begint.

2.4 Toevoeging
Per kalenderjaar kunt u als ondernemer 9,8% (2017) (minder kan niet) van de behaalde winst toevoegen aan de reserve. De reserve mag echter niet groter worden dan uw ondernemingsvermogen. De toevoeging is daarnaast gemaximeerd tot een bepaald bedrag (8.946 euro voor 2017) en wordt verminderd met andere bijdragen voor pensioenopbouw die ten laste van die winst zijn gekomen.

De winst waarvan de oudedagsreserve uitgaat, is de winst vóór toepassing van de reserve en aftrek van andere pensioenbijdragen, verminderd met de winst van een buitenlandse onderneming of vaste inrichting.

De wet biedt verder de mogelijkheid om afnamen van de reserve en bepaalde belaste (lijfrente-) uitkeringen te compenseren met een hogere toevoeging dan het maximum. De eerdergenoemde maximering tot het ondernemingsvermogen blijft wel als grens bestaan. De keuze voor toevoeging aan de oudedagsreserve hoeft niet meteen bij de aangifte te worden gedaan, maar kan nog worden gemaakt zolang geen sprake is van onherroepelijke gevolgen.

2.5 Afname
De wet regelt dat, en met welk bedrag, de oudedagsreserve verplicht moet afnemen en in de winst moet worden opgenomen:

  • bij aanschaf van een inkomensvoorziening zoals een lijfrente;
  • bij het niet langer voldoen aan één van de drie eerder genoemde voorwaarden (2.1 t/m 2.3), bijvoorbeeld bij staking.

Bij de omzetting van de oudedagsreserve in een lijfrente maximeert deze afname op grond van de wet de aftrekbare lijfrentepremie. Toevoeging aan de oudedagsreserve gevolgd door omzetting in een lijfrente kan bij relatief lage winsten een hogere aftrek opleveren dan een "directe" lijfrenteaftrek.

2.6 Ondernemingsvermogen
Volgens de wet moet het ondernemingsvermogen voor de oudedagsreserve worden bepaald zonder rekening te houden met:

  • de kostenegalisatiereserve;
  • de herinvesteringsreserve;
  • de bij terugkeer uit een BV op grond van de wet gevormde terugkeerreserve en;
  • vermogensbestanddelen en reserves van een buitenlandse onderneming of vaste inrichting.

2.7 Gebroken boekjaar
Ook als het boekjaar niet samenvalt met een kalenderjaar, moet worden uitgegaan van het kalenderjaar voor de oudedagsreserve. Op 1 januari wordt dus bezien of de ondernemer nog  de AOW-leeftijd  niet heeft bereikt en voor winst, ondernemingsvermogen en toe- en afnames wordt aangesloten bij het kalenderjaar.

Als u uit meerdere ondernemingen winst behaalt en deze ondernemingen boekjaren hanteren die niet samenvallen:

  • wordt voor de leeftijdseis en de toe- en afnames uitgegaan van het kalenderjaar;
  • wordt het ondernemingsvermogen gecorrigeerd voor kapitaalwijzigingen tussen het einde van het boekjaar en de einde van het kalenderjaar en;
  • wordt de winst geacht te zijn genoten in het kalenderjaar waarin de betreffende boekjaren eindigen.

In het jaar waarin de binnenlandse belastingplicht van een ondernemer met winst uit meerdere ondernemingen eindigt, wordt aangesloten bij het deel van het kalenderjaar waarin de belastingplicht nog bestond.

3. Staking van de onderneming

Bij staking van de onderneming moet u mogelijk afrekenen over (een deel van) de oudedagsreserve. De Wet IB 2001 kent ook de mogelijkheid van doorschuiving van de oudedagsreserve naar uw partner als hij of zij de onderneming voortzet en de reserve het ondernemingsvermogen van uw partner niet overschrijdt.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal


Gerelateerde nieuwsartikelen