Nettopensioen

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Nettopensioen

Het nettopensioen is met ingang van 1 januari 2015 ingevoerd. Deze nettospaarfaciliteit is een direct gevolg van de versobering van de fiscale facilitering voor pensioenopbouw. Het nettopensioen biedt werknemers de mogelijkheid om in de tweede pensioenpijler fiscaal gefaciliteerd te sparen voor hun inkomen boven de zogenoemde aftoppingsgrens. Deze grens bedraagt in 2018 € 105.075 (in 2017: € 103.317).

De fiscale faciliteit bestaat uit een vrijstelling in box 3 voor de opgebouwde aanspraken ingevolge de nettopensioenregeling. De uitkeringen uit een nettopensioen vinden in box 3 plaats waardoor deze onbelast blijven.

1. Fiscale faciliteit

Op een nettopensioen is de zogenoemde omkeerregel niet van toepassing. Dit betekent dat de inleg niet aftrekbaar is, maar de uitkeringen ook niet zijn belast. Deze vinden beide dus in de nettosfeer plaats. Aanspraken ingevolge een nettopensioenregeling worden niet tot de bezittingen voor de vermogensrendementsheffing gerekend.

2. Vormen nettopensioen

Een nettopensioen kan in een drietal vormen worden afgesloten:

– netto-ouderdomspensioen;
– nettopartnerpensioen;
– nettowezenpensioen.

3. Toegelaten aanbieders

Als verzekeraar van een nettopensioen kunnen pensioenfondsen en verzekeraars optreden. Onder voorwaarden kunnen deze ook in het buitenland gevestigd zijn.

Het is niet mogelijk een nettopensioen in eigen beheer op te bouwen. Uiteraard kan een dga wel een nettopensioen opbouwen bij een externe verzekeraar.

4. Hoogte premie per jaar

Stortingen in een nettopensioenregeling zijn aan maxima gebonden. Er is altijd sprake van een beschikbarepremieregeling waarbij de opbouw tijdsevenredig plaatsvindt. De begrenzingen die gelden voor een regulier pensioen dat middels een beschikbarepremieregeling wordt opgebouwd, gelden ook voor het nettopensioen. Omdat er sprake is van een nettopensioenregeling, moet rekening worden gehouden met de zogeheten nettofactor.

Voor het netto-ouderdomspensioen geldt dat er sprake moet zijn van een tijdsevenredige opbouw gericht op een pensioen dat na 40 jaar opbouw niet meer bedraagt dan 75% van het gemiddelde bedrag van het loon dat het gemaximaliseerde pensioengevend inkomen te boven gaat. Voor het nettopartnerpensioen (52,5%) en het nettowezenpensioen (10,5%) gelden vergelijkbare maxima.

5. Onregelmatige handelingen

Om misbruik te voorkomen is in de Wet Inkomstenbelasting 2001 een aantal onregelmatige handelingen met betrekking tot het nettopensioen benoemd. Is hiervan sprake, dan vervalt direct voor de volledige aanspraak de vrijstelling in box 3. Daarnaast volgt een sanctie voor het onterecht genoten fiscale voordeel gedurende de voorgaande jaren. De onregelmatige handelingen zijn:

– een aanspraak op nettopensioen is niet langer als zodanig aan te merken doordat niet meer aan de omschrijving van artikel 5.17, lid 2 Wet IB 2001 wordt voldaan;
– een aanspraak op nettopensioen wordt geheel of gedeeltelijk afgekocht of vervreemd dan wel formeel of feitelijk voorwerp van zekerheid;
– de verplichtingen met betrekking tot een aanspraak op een nettopensioen gaan over op een andere verzekeraar dan de toegelaten aanbieders van artikel 5.17, lid 2, onderdeel c Wet IB 2001;
– de belastingplichtige heeft een bijdrage ontvangen ten behoeve van de nettolijfrente terwijl de overige werknemers deze niet in dezelfde mate hebben gekregen.

6. Sanctie

Allereerst wordt de vrijstelling in box 3 voor het jaar waarin de onregelmatige handeling zich voordoet, teruggenomen. Uiteraard geldt deze ook niet meer voor toekomstige jaren. Daarnaast wordt op forfaitaire wijze het eerdergenoten fiscale voordeel gecorrigeerd. Dit vindt plaats door op de eerstvolgende peildatum van box 3 na het voordoen van een onregelmatige handeling de bezittingen te verhogen. Deze verhoging is bepaald op 50% van de waarde van de aanspraak op 1 januari van het voorgaande jaar vermenigvuldigd met de factor 10.

7. Verschil nettopensioen en nettolijfrente

Het nettopensioen is een nettospaarfaciliteit in de tweede pensioenpijler. Er is ook een dergelijke faciliteit in de derde pensioenpijler: de nettolijfrente. Beide regelingen zijn in grote lijnen hetzelfde, maar er zijn enkele opmerkelijke verschillen. De belangrijkste verschillen zitten in de juridische basis, de verzekeringsvormen, de begunstigden en de afkoopmogelijkheden.

Zo is het nettopensioen een regeling die valt onder de Pensioenwet. Dit betekent bijvoorbeeld dat de regeling ook moet worden opgenomen in de startbrief die wordt uitgereikt aan nieuwe deelnemers. Daarnaast is de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding op een nettopensioen van toepassing. Dit alles geldt niet voor een nettolijfrente.

Verder geldt voor het nettopensioen dat de kring van gerechtigden beperkt is tot de werknemer, zijn partner en diens kinderen. Bij een nettolijfrente kan de begunstigde iedere willekeurige persoon zijn die als zodanig door de verzekeringsnemer is aangewezen.

Bij een nettopensioen is afkoop in beginsel niet mogelijk. Bij een nettolijfrente is afkoop wel mogelijk; dit leidt echter wel tot een fiscale sanctie.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal