Navordering

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Navordering

Als uw belastingaanslag (inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, vennootschapsbelasting, erf- en schenkbelasting) door de inspecteur naar een te laag bedrag is vastgesteld of niet is vastgesteld, kan de inspecteur onder bepaalde voorwaarden een navorderingsaanslag opleggen. Ook als een vermindering, ontheffing, teruggaaf of heffingskorting ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, kan aan u een navorderingsaanslag worden opgelegd.

Wat is navordering?

Navordering is de bevoegdheid van de inspecteur om (alsnog) een aanslag op te leggen als na oplegging van een definitieve aanslag blijkt dat ten onrechte te weinig of geen belasting is geheven. Navordering volgt dus gewoonlijk nadat eerst aangifte is gedaan en naar aanleiding van die aangifte een definitieve aanslag is opgelegd. Maar ook als geen aangifte is gedaan of geen aanslag is opgelegd kan de inspecteur een navorderingsaanslag opleggen. In de Successiewet zijn de mogelijkheden om na te vorderen ruimer dan bij de andere aanslagbelastingen.

Voorwaarden voor navordering

Navordering is alleen mogelijk als er sprake is van een nieuw feit (behalve als u te kwader trouw bent). Bovendien moet de navordering plaatsvinden binnen vijf jaar.

Nieuw feit

Om te kunnen navorderen moet de inspecteur beschikken over een nieuw feit. Een nieuw feit is een feit dat de inspecteur ten tijde van het opleggen van de definitieve aanslag niet kende en dat hij redelijkerwijs ook niet hoefde te kennen. Van een nieuw feit is geen sprake bij wijziging in de rechtspraak, verandering van inzicht bij de inspecteur of in geval van een ambtelijk verzuim.

In beginsel mag de inspecteur in goed vertrouwen afgaan op de door u ingediende aangifte, met name als de aangifte een verzorgde indruk maakt. Hij is niet verplicht om elke aangifte post voor post na te kijken. Als de aanwezige stukken daar aanleiding toe geven, moet de inspecteur nader onderzoek doen. Mocht later blijken dat de aangifte niet juist is ingevuld, dan mag de inspecteur een navorderingsaanslag opleggen. Als het te wijten is aan onzorgvuldig handelen van de inspecteur dat hij een bepaald feit niet kende, dan is sprake van een ambtelijk verzuim.

Ambtelijk verzuim

Was er reden om te twijfelen aan de inhoud van uw aangifte, dan had de inspecteur nader onderzoek moeten doen en is sprake van een ambtelijk verzuim. In geval van ambtelijk verzuim kan er niet worden nagevorderd. Of in een bepaald geval sprake is van een ambtelijk verzuim, is sterk afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Zo is van een ambtelijk verzuim sprake als de inspecteur een aanslag oplegt zonder de uitkomsten van een reeds gestart onderzoek af te wachten of als er sprake is van invoerfouten die het gevolg zijn van een door de Belastingdienst gekozen werkwijze.

Kwade trouw

Is er geen sprake van een nieuw feit, maar bent u terzake van dat feit te kwader trouw, dan is navordering wel mogelijk. Er moet dan bij u sprake zijn van opzet dan wel voorwaardelijk opzet. Opzet betekent dat u opzettelijk (willens en wetens) onjuist aangifte heeft gedaan of de inspecteur onjuiste inlichtingen heeft verstrekt; voorwaardelijk opzet houdt in dat u bewust de aanmerkelijk kans moet hebben aanvaard dat de aangifte of de verstrekte inlichtingen onjuist zijn. Ook kwade trouw van uw adviseur kan in beginsel aan u worden toegerekend.

Navorderen zonder nieuw feit

Afgezien van kwade trouw, is er een aantal specifieke situaties waarin navordering zonder nieuw feit mogelijk is:

  • Als voorlopige aanslagen, voorheffingen of voorlopige teruggaven verkeerd zijn verrekend is een nieuw feit niet nodig om te kunnen navorderen;
  • Als gemeenschappelijke inkomensbestanddelen niet voor 100% bij fiscale partners in aanmerking zijn genomen, kan zonder nieuw feit worden nagevorderd;
  • Als er sprake is van schrijf- of tikfouten kan er zonder nieuw feit worden nagevorderd. De criteria voor schrijf- en tikfouten zijn ontwikkeld in de rechtspraak. Volgens de Hoge Raad moet het gaan om een te laag vastgestelde aanslag die als gevolg van een vergissing heeft geleid tot een discrepantie tussen wat de inspecteur wilde en wat in het aanslagbiljet is vastgelegd; het moet voor de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar zijn geweest dat bij de totstandkoming van de aanslag een fout is gemaakt. Fouten die het gevolg zijn van een door de Belastingdienst gekozen werkwijze of die voortvloeien uit de inrichting van geautomatiseerde systemen komen voor risico van de Belastingdienst;
  • Voor aanslagen die zijn opgelegd na 2009 is reparatiewetgeving van kracht. Navordering zonder nieuw feit is mogelijk als er sprake is van een redelijkerwijs kenbare fout. Anders dan in de situatie vóór 2010, gelden als zodanig ook fouten die het gevolg zijn van een bepaalde werkwijze waarvoor de Belastingdienst heeft gekozen of die voortvloeien uit de inrichting van geautomatiseerde systemen van de Belastingdienst. De fout wordt in ieder geval geacht redelijkerwijs kenbaar te zijn als de als gevolg van de fout te weinig geheven belasting tenminste 30% van de verschuldigde belasting bedraagt;
  • Als de inspecteur bij de administratieve verwerking van de aanslag een fout ontdekt en hij de belastingplichtige hierover inhoudelijk informeert voordat de aanslag de belastingplichtige bereikt, kan er zonder nieuw feit worden nagevorderd;
  • Voor navordering in verband met ten onrechte verleende heffingskortingen in partnersituaties is geen nieuw feit nodig;
  • Als de belastingaanslag te laag is vastgesteld op grond van een (onjuiste) WOZ-beschikking kan de inspecteur navorderen.

Navorderingstermijn

Een navorderingsaanslag moet worden opgelegd binnen uiterlijk vijf jaar na het ontstaan van de materiële belastingschuld. Of een navorderingsaanslag tijdig is opgelegd wordt beoordeeld aan de hand van de datum van (juiste) terpostbezorging van het aanslagbiljet.

De navorderingstermijn kan worden verlengd met de termijn van het uitstel dat op uw verzoek voor het doen van aangifte is verleend. Dit geldt ook als uitstel is verleend op grond van de zogeheten becon-regeling.

Bij navordering op basis van een redelijkerwijs kenbare fout bedraagt de navorderingstermijn twee jaar.

Is er bij u sprake van in het buitenland gehouden of opgekomen en voor de Nederlandse Belastingdienst verzwegen inkomsten of vermogen, dan wordt de navorderingstermijn verlengd tot 12 jaar.

Volgens de Hoge Raad is de verlengde navorderingstermijn van 12 jaar gerechtvaardigd als de Belastingdienst de normale navorderingstermijn van vijf jaar niet langer dan noodzakelijk heeft overschreden. Na het verkrijgen van aanwijzingen over het bestaan van buitenlandse inkomsten of vermogen moet de Belastingdienst een redelijke termijn worden gegund om de benodigde inlichtingen te verkrijgen; daarna moet de inspecteur met een redelijke voortvarendheid een navorderingsaanslag voorbereiden en opleggen.

NB: voor de erfbelasting is de navorderingstermijn in het kader van de bestrijding van de zogenaamde ‘Edelweiss-route’ sinds 1 januari 2012 onbeperkt in plaats van 12 jaar. Voor de schenkbelasting is de navorderingstermijn voor buitenlandse vermogensbestanddelen 12 jaar.

Bij achterwaartse verliesverrekening (carry-back) geldt voor de verminderde aanslag de navorderingstermijn van het verliesjaar van waaruit het verlies is teruggewenteld.

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur

Bij de beantwoording van de vraag of in een bepaald geval kan worden nagevorderd spelen niet alleen de wettelijke vereisten een rol, maar ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en dan met name het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur kunnen in bepaalde gevallen aan het opleggen van een navorderingsaanslag in de weg staan, ook al is aan de wettelijke vereisten voor navordering voldaan. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als er bij u sprake is van door de Belastingdienst opgewekt vertrouwen. Als er sprake is van kwade trouw, is het niet meer van belang of de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn geschonden.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal


Gerelateerde nieuwsartikelen