Liquidatie van een BV

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Liquidatie van een BV

Als u een besloten vennootschap (bv) hebt opgericht, dan geldt de bv voor onbepaalde tijd. Als u van de bv af wilt, dan kunt u de aandelen verkopen, maar u kunt ook overwegen om de bv te liquideren. In dit dossier gaan we in op de spelregels die gelden bij de liquidatie van de bv; hoe gaat het in zijn werk en waaraan moet u denken.

1. Ontbinding door een besluit van de algemene vergadering

Het besluit tot ontbinding van de bv wordt altijd genomen door de vergadering (van aandeelhouders). In de statuten van de bv staan vaak bepalingen waaruit blijkt aan welke voorwaarden u moet voldoen om een vergadering bijeen te roepen en of bij een ontbindingsbesluit een gekwalificeerde meerderheid van stemmen noodzakelijk is (bijvoorbeeld 2/3 van de uitgebrachte stemmen). Bent u enig aandeelhouder dan is het makkelijk: u bent dan degene die het besluit neemt.

Het besluit wordt vastgelegd in de notulen van de vergadering. Een oproeping tot een vergadering die moet resulteren in een ontbindingsbesluit bevat tenminste de volgende agendapunten:

  • besluit tot ontbinding van de bv overeenkomstig de statuten;
  • besluit tot benoeming van een vereffenaar, alsmede bewaarder van de boeken en bescheiden; en
  • besluit tot uitkering batig saldo aan de aandeelhouders.

Vervolgens moet van het ontbindingsbesluit opgaaf worden gedaan bij de Kamer van Koophandel (KvK). Daarvoor zijn aparte formulieren die u kunt downloaden via www.kvk.nl.

Ga ervan uit dat als eenmaal het besluit tot ontbinding of liquidatie is genomen, er geen weg meer terug is, enkele uitzonderingen daargelaten.

2. Het verloop van de ontbinding van een bv

De ontbinding van de bv betekent niet automatisch dat de bv ophoudt te bestaan. De ontbonden bv blijft namelijk bestaan voor zover dat nodig is voor de vereffening van haar vermogen (ook wel liquidatie genoemd).

Het verloop van de ontbinding is afhankelijk van de volgende vragen:

  • Zijn er op het moment van de ontbinding wel of geen baten?
  • Zijn er baten, is er dan voldoende vermogen om de schulden te betalen (batig saldo) of is er onvoldoende vermogen om de schulden te voldoen (geen batig saldo, faillissementssituatie)?

Als het om “baten” gaat moet u denken aan: “heeft de bv nog bezittingen”.  Dat kan een bedrijfsmiddel zijn, een vordering op u of een ander, een banksaldo of onverkochte voorraad.

2.a Geen baten

Heeft een bv op het moment van ontbinding geen baten, dan houdt deze op dat moment op te bestaan. Het gaat om de volgende situaties:

  • Een bv heeft geen baten en geen schulden (een ‘lege’ bv);
  • Een bv heeft geen baten, maar wel schulden (pas op: faillissement).

Een bestuurder van de bv moet de volgende informatie doorgeven aan de KvK:

  • opgave van ontbinding en van het einde van de rechtspersoon;
  • opgave van opheffing van een onderneming als deze nog ingeschreven staat en op een eerder tijdstip opgeheven is;
  • opgave van bewaarder van boeken en bescheiden. Dit is degene die gedurende zeven jaar na het einde van de bv de administratie ervan bewaart.

Deze wijze van liquideren van een bv wordt ook wel de “Turboliquidatie” genoemd. Vanwege de snelle wijze waarop deze kan worden gerealiseerd. Zie verder onder punt 3.

2.b Wel baten

Als de bv wel bezittingen heeft (dus baten), dan zal eerst het vermogen moeten worden vereffend.
De BV zal haar vorderingen moeten incasseren, voorraden moeten verkopen, personeel moeten ontslaan en schulden moeten aflossen.

De vereffening gebeurt door een of meer “vereffenaars”. Voor zover in de statuten geen vereffenaar wordt aangewezen, worden de bestuurders van een bv-vereffenaar van haar vermogen. Een vereffenaar heeft in beginsel dezelfde bevoegdheden, plichten en aansprakelijkheid als een bestuurder, voor zover deze verenigbaar zijn met zijn taak als vereffenaar. De statuten kunnen de bevoegdheden, plichten en aansprakelijkheid anders regelen. Zijn meerdere vereffenaars aangewezen, dan kunnen zij ieder alle werkzaamheden verrichten, tenzij anders is bepaald.

In liquidatie

Door de ontbinding treden de bestuurders op dat moment meestal uit functie. Doe hiervan opgave bij de KvK. Achter de statutaire naam van de rechtspersoon moet in alle stukken en aankondigingen ‘in liquidatie’ worden toegevoegd.

Procedure vereffening

Voor de vereffening geldt een aantal spelregels:

1. Rekening en verantwoording, plan van verdeling, advertentie

Als er na aflossing van alle schulden een overschot resteert maakt de vereffenaar een opstelling waaruit dat blijkt. Bovendien zal hij bij meerdere aandeelhouders een plan van verdeling moeten maken.
Zijn opstelling en het verdelingsplan deponeert de vereffenaar bij de KvK.
Ook plaatst hij in een landelijke krant een advertentie. Hierin staat vermeld waar en vanaf wanneer deze bescheiden ter inzage liggen.

2. Verzet
Binnen twee maanden na plaatsing van de advertentie kan iedere schuldeiser of gerechtigde tot het overschot bezwaar maken tegen de rekening en verantwoording en/of het plan van verdeling.

3. Uitkeringen
Als de verzetstermijn zonder dat verzet gedaan is, is afgelopen, moet de vereffenaar de rechtbank om een akte van non-verzet verzoeken. Na ontvangst van een afschrift van deze akte gaat de vereffenaar (volgens het plan van verdeling) uitkeren.

4. Einde vereffening
De vereffening eindigt wanneer er geen baten meer zijn die aan de vereffenaar bekend waren. Dit houdt ook het einde van de bv in. De vereffenaar moet de volgende informatie aan de KvK verstrekken:
– opgave van het moment dat de bv opgehouden is te bestaan;
– opgave van bewaarder van boeken en bescheiden. Dit is degene die gedurende zeven jaar na het einde van de bv de administratie ervan bewaart. Een bewaarder kan in de statuten staan of door de algemene vergadering van aandeelhouders aangewezen worden. Deze opgave moet binnen acht dagen nadat de bewaarplicht is gegaan is, bij de KvK plaatsvinden.

NB: Is de bv opgehouden te bestaan en blijken er achteraf nog schuldeisers en/of baten te zijn, dan kan de vereffening worden heropend. In dat geval herleeft de bv, maar blijft hij ontbonden, voor het afwikkelen van de vereffening. Door gerechtigden kan een verzoek bij de rechtbank gedaan worden om de vereffening te heropenen.

Onvoldoende vermogen (geen batig saldo, faillissementssituatie)

Als de vereffenaar constateert dat de schulden van de ontbonden bv groter zijn dan de baten, dan moet hij aangifte tot faillietverklaring doen. Deze plicht vervalt als alle bekende schuldeisers er, bij navraag, mee akkoord gaan dat de vereffening zonder faillissement volgt. In dat geval wordt de vereffening volgens de procedure, zoals opgenomen onder het punt ‘Voldoende vermogen’, afgewikkeld. Als er echter wel een faillissement volgt, gelden de regels daarvoor en zorgt de faillissementscurator voor verdere afwikkeling.

BTW

In de liquidatiefase draagt de vereffenaar zorg voor de aangifte en afdracht van BTW die verschuldigd is over lopende activiteiten, bijvoorbeeld over de voorraden die nog verkocht worden of bedrijfsmiddelen. Ook moet er een slotaangifte BTW ingediend worden.

Vennootschapsbelasting

Op het moment dat de vereffening is voltooid, eindigt de belastingplicht voor de vennootschapsbelasting van de bv. Bij het einde van de belastingplicht moet vennootschapsbelasting worden betaald over alle stille en fiscale reserves. Heeft de bv recentelijk gebruik gemaakt van de investeringsaftrek, dan moet daarover worden afgerekend, de zogenaamde desinvesteringsbijtelling. Voor de voldoening van de vennootschapsbelasting is niet alleen de bv, maar ook een vereffenaar hoofdelijk aansprakelijk als het niet betalen aan fouten of onregelmatigheden van hem te wijten is.

Dividendbelasting

Na voltooiing van de vereffening wordt het overschot aan de aandeelhouders (volgens het plan van verdeling) uitgekeerd, de zogenaamde liquidatie-uitkering. Over het verschil tussen de liquidatie-uitkering die een aandeelhouder ontvangt en de verkrijgingsprijs van de aandelen is dividendbelasting naar een tarief van 15% verschuldigd. De vereffenaar dient de aangifte dividendbelasting te doen en de verschuldigde dividendbelasting in te houden en af te dragen.

Doet een vereffenaar het voorgaande niet, dan kan hij voor het niet betalen van de belastingschuld hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden.

Inkomstenbelasting

Verder zijn aandeelhouders over de liquidatie-uitkering inkomstenbelasting verschuldigd. Hierbij moet een onderscheid gemaakt worden tussen een aandelenbezit van 5% of meer (de aanmerkelijkbelanghouder) en een bezit van minder dan 5%. Bij de aanmerkelijkbelanghouder is over het verschil van de liquidatie-uitkering en de verkrijgingsprijs inkomstenbelasting (box 2, inkomen uit aanmerkelijk belang) naar een tarief van 25% verschuldigd. Op de verschuldigde inkomstenbelasting wordt de ingehouden dividendbelasting in aftrek gebracht.

Een aandelenbezit van minder dan 5% behoort tot de grondslagen van box 3, inkomen uit sparen en beleggen. Een eventuele liquidatie-uitkering hieruit wordt ook tot de grondslag van box 3 gerekend. Verder kan de ingehouden dividendbelasting in mindering worden gebracht op verschuldigde inkomstenbelasting.

3. Turboliquidatie

Zoals hierboven is uiteengezet is het liquideren van een bv een omslachtige aangelegenheid als er baten zijn.
Als er geen baten zijn, dan kan worden volstaan met een vereenvoudigde afhandeling, de turboliquidatie.

In de praktijk wordt vaak toegewerkt naar een turboliquidatie: een situatie waarbij er geen baten meer zijn en geen schulden. Maar dat kan wel risico’s met zich brengen

Toewerken naar een turboliquidatie

Bij een turboliquidatie vindt de afhandeling van baten en schulden plaats vóórdat het besluit tot ontbinding wordt genomen. Er wordt dus gezorgd dat de bv op moment van liquidatie een nihilvermogen heeft.

Voordeel

Het voordeel ervan is dat een bv snel kan worden ontbonden en beëindigd zonder dat een vereffenaar moet worden benoemd en de ontbindingsprocedure zoals hierboven uiteengezet. Hierdoor worden tijd en kosten bespaard.

Nadelen

Er zijn echter ook nadelen aan verbonden, zoals bestuurdersaansprakelijkheid.

Geen baten, wel schulden bij de bv

Schuldeisers kunnen geen genoegen nemen met de turboliquidatie en zijn bijvoorbeeld van mening dat de bv wel baten heeft. Zij kunnen dat het faillissement aanvragen. De bestuurder kan dan het risico lopen aansprakelijk te worden gesteld voor de tekorten van de bv, door bijvoorbeeld vergeten te zijn om de jaarrekening te publiceren of te laat publiceren.

4. Conclusie toewerken naar een turboliquidatie

De turboliquidatie kent naast voordelen duidelijke nadelen. Voordelen zijn een snelle ontbinding en besparing van kosten. Een nadeel is het risico op bestuurdersaansprakelijkheid.

Bij turboliquidatie van een bv met slechts schulden speelt het aanvragen van faillissement. Wordt in dit geval een bestuurder aansprakelijk gesteld, dan betreft het een aansprakelijkheid voor een tekort in de failliete boedel.

Als wordt besloten om een bv via turboliquidatie te beëindigen, moet het besluit goed worden overwogen.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal


Gerelateerde nieuwsartikelen