Lenen van / aan een BV

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Lenen van / aan een BV

De meestvoorkomende manier om geld te lenen van en aan de BV is het sluiten van een rekening-courantovereenkomst. Bij het aangaan van een aparte leenovereenkomst gaat het vrijwel altijd om een specifiek doel, bijvoorbeeld financiering van investeringen. Voor beide varianten geldt dat de zakelijkheid voorop staat en dat de Belastingdienst hierop toetst. In de praktijk ligt de focus van de fiscus met name op de aparte leenovereenkomst in verband met de mogelijkheden tot aftrek en bevoordeling van de aandeelhouder(s).

Rekening-courant

Bij het sluiten van een rekening-courantovereenkomst tussen een directeur-grootaandeelhouder (dga) en zijn BV heeft de dga een (variabele) schuld aan zijn BV. Als de gestelde zekerheden en aflossingsschema’s (te veel) afwijken van zakelijke voorwaarden kan worden gesteld dat sprake is van een uitdeling. Als de inspecteur vindt dat een rekening-courantschuld te hoog is opgelopen, zal hij gedeeltelijke aflossing eisen of een veronderstelde kwijtschelding (winstuitkering) willen aannemen.

Terbeschikkingstellingsregeling
De fiscus wil nog wel eens het (vaak niet verdedigbare) standpunt innemen dat een creditsaldo in de rekening-courant voor de dga ter beschikking gesteld box 1-vermogen is en dat een debetsaldo een box 3-schuld is. Bij een rekening-courant met wisselende debet- en creditstanden is goedgekeurd dat in bepaalde gevallen geen rente als TBS-inkomen wordt aangegeven.

Rekening-courantovereenkomst tussen BV’s
Hierbij verstrekt een BV een (variabele) kredietfaciliteit aan een andere BV zodat onderlinge transacties eenvoudig kunnen worden verrekend. Gelieerde BV’s (bijvoorbeeld groepsmaatschappijen) moeten elkaar zakelijke prijzen en renten rekenen en de Wet Vpb kent voor leningen tussen gelieerde BV’s een speciale aftrekuitsluiting!.

Onzakelijke lening

De (on)zakelijkheid van de lening is van belang voor de aftrekbaarheid van de rente, de mogelijkheid van afwaardering ten laste van de winst/het resultaat uit overige werkzaamheden en de (andere) gevolgen voor de leningverstrekker.

TBS-regeling
Een door de dga aan zijn BV of een ander verbonden lichaam verstrekte lening valt wél altijd onder de TBS-regeling. Als er geen sprake is van verbondenheid, moet worden beoordeeld of sprake is van een "in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstelling".

Informele kapitaalstorting
De civielrechtelijke vorm van de lening is in principe beslissend, tenzij sprake is van een schijnlening of terugbetaling bij verstrekking al onmogelijk of zeer onwaarschijnlijk is. Een dergelijke lening wordt aangemerkt als een informele (ook wel verkapte) kapitaalstorting door de aandeelhouder en is dus fiscaal gezien geen lening. Een onzakelijke lening kan ook tot een informele kapitaalstorting leiden, maar dit speelt (pas) bij afwaardering van de vordering, kwijtschelding van de schuld of liquidatie van de BV waaraan de onzakelijke lening is verstrekt.

De zakelijkheid van de lening
Voor de zakelijkheid moet worden beoordeeld of een onafhankelijke derde deze lening onder dezelfde voorwaarden zou hebben verstrekt of aanvaard (als leningnemer). Voor de renteaftrek en een eventueel verlies op de lening is van belang wat een zakelijke rente bij vergelijkbare omstandigheden zou zijn. Als een dergelijke rente niet kan worden bepaald, is de rente (en het eventuele latere verlies op de lening) helemaal niet aftrekbaar van de winst. De bevoordeling van de andere partij wordt gezien als een winstuitdeling of een deelnemingsvoordeel.

Uit de verschillende arresten van de Hoge Raad over de (on)zakelijkheid van een lening kunnen de volgende uitgangspunten worden afgeleid:

  • Er moet worden gekeken naar het geheel van de voorwaarden en omstandigheden, en de manier waarop zij elkaar compenseren. De zakelijkheid moet worden beoordeeld naar het moment van het aangaan van de lening, maar een zakelijke lening kan later alsnog een onzakelijk worden.
  • De inspecteur moet het ontstaan van een onzakelijke lening onderbouwen met een analyse van zakelijk handelen in vergelijkbare omstandigheden rekening houdend met de kennis van de partijen.
  • Als sprake is van een renteloze lening, wordt aangesloten bij een zakelijke rente tussen partijen (bij de crediteur vindt dan een zakelijke rentebijtelling, ook wel rente-imputatie genoemd, plaats en de debiteur trekt de zakelijke rente af). De correctie stopt op het moment dat in zakelijke verhoudingen zou worden afgezien van renteontvangsten en activering.

Als sprake is van een onzakelijke lening is een eventuele afboeking op de lening (met inbegrip van bijgeboekte rente) zowel voor de vennootschapsbelasting als de inkomstenbelasting niet of beperkt aftrekbaar. De afboeking wordt (deels) aangemerkt als een verhoging van de kostprijs van de deelneming c.q. de verkrijgingsprijs van het aanmerkelijk belang dan wel een voordeel uit deelneming of een winstuitdeling.

NB: Bovengenoemde situatie moet worden onderscheiden van een lening onder zodanige voorwaarden dat de schuldeiser geacht kan worden deel te nemen in de onderneming van de schuldenaar. Hiervoor geldt een specifieke aftrekbeperking.

Let op! Voor leningen tussen gelieerde BV’s geldt onafhankelijk van bovengenoemde aandachtspunten een speciale aftrekuitsluiting!

Kwijtschelding

De schuldeiser kan besluiten af te zien van een reële en zakelijke vordering en die (deels) kwijt te schelden. De hierdoor ontstane kwijtscheldingswinst is onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld. De vordering moet niet of alleen zéér lastig kunnen worden geïnd, waarbij onder andere ook naar verhaalsmogelijkheden moet worden gekeken. De kwijtscheldingswinst wordt eerst verminderd met nog verrekenbare verliezen, de overgebleven kwijtscheldingswinst valt onder de vrijstelling. De vrijstelling is in principe niet van toepassing als de onderneming in de zes jaar voorafgaand aan de kwijtschelding tot een fiscale eenheid behoorde.

Het moment waarop de vordering wordt prijsgegeven is bepalend en niet het moment waarop aan een eventuele opschortende voorwaarde tot finale kwijtschelding wordt voldaan.

De vrijstelling geldt alleen als de vordering om zakelijke gronden wordt prijsgegeven en ook het bestaan van een aandeelhoudersrelatie kan bepaalde gevolgen hebben (informeel kapitaal, winstuitdeling e.d.).


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal


Gerelateerde nieuwsartikelen