Kleineondernemersregeling

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Kleineondernemersregeling

De kleineondernemersregeling houdt in dat ondernemers-natuurlijke personen die per jaar na aftrek van voorbelasting niet meer dan € 1.883 aan btw zijn verschuldigd, een belastingvermindering krijgen. Als zij per jaar minder dan € 1.345 aan btw zijn verschuldigd, is de vermindering gelijk aan de af te dragen belasting. Bovendien kunnen zij dan voor de btw ontheffing krijgen van de administratieve en factureringsverplichtingen en van de aangifteplicht.

1. Wat is de kleineondernemersregeling?

Voor kleine ondernemers bestaat een financiële tegemoetkoming in de vorm van een vermindering van de te betalen omzetbelasting. Een ondernemer wordt tot de kleine ondernemers gerekend als hij na aftrek van de voorbelasting per jaar niet meer dan € 1.883 aan omzetbelasting moet betalen. De kleineondernemersregeling is in de wet opgenomen. Als de vermindering tot gevolg heeft dat een kleine ondernemer in het geheel geen omzetbelasting hoeft te betalen, kan hij voor de btw ook nog eens ontheffing krijgen van de administratieve en factureringsverplichtingen.

2. Voor wie geldt de regeling?

De kleineondernemersregeling geldt alleen voor natuurlijke personen (eenmanszaken) en samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen (maatschap, firma, waaronder de zogenoemde man-vrouwfirma, commanditaire vennootschap-niet op aandelen e.d.) die in Nederland wonen of zijn gevestigd, dan wel beschikken over een vaste inrichting in Nederland. Buiten Nederland gevestigde ondernemers kunnen dus geen gebruikmaken van de regeling.

De regeling geldt niet voor individuele personen die samenwerken in een maatschap, firma e.d., maar voor de maatschap, firma e.d. in haar totaliteit. Zo kan bijvoorbeeld een firma met drie firmanten slechts één keer gebruikmaken van de vermindering van maximaal € 1.345 (en dus niet van maximaal 3 × € 1.345). De regeling is niet bestemd voor de nv, bv, stichting, vereniging en andere rechtspersonen dan wel combinaties van natuurlijke personen met rechtspersonen.

Van een samenwerkingsverband van natuurlijke personen kan ook sprake zijn gedurende de zogenoemde voorperiode waarbij de nv of bv nog in oprichting is. De nv of bv in oprichting kan dan dus ook de kleineondernemersregeling toepassen. Het is niet van belang of de winst van de voorperiode al dan niet wordt toegerekend aan de latere nv of bv.

Veder moet de ondernemer voldoen aan de verplichtingen tot het bijhouden van een boekhouding en het uitreiken van facturen.

3. Voor wie en in welke gevallen geldt de regeling niet?

Het is verstandig om uw situatie aan een fiscaal adviseur voor te leggen om te beoordelen of u in aanmerking komt voor de kleineondernemersregeling.

1. De kleineondernemersregeling is niet van toepassing op landbouwers, veehouders, tuinbouwers en bosbouwers. Afschaffing van de landbouwregeling zoals opgenomen in het Belastingplan 2018 zal tot gevolg hebben dat de kleineondernemersregeling toegepast kan worden door ondernemers die aan de voorwaarden voldoen.

2. De kleineondernemersregeling is niet van toepassing op verhuurders van onroerende zaken die hebben geopteerd voor belaste verhuur.

3. De kleineondernemersregeling geldt niet bij personen die niet in Nederland wonen en ook geen vaste inrichting in Nederland hebben.

4. De kleineondernemersregeling is niet van toepassing op niet natuurlijke personen. De regeling is niet bestemd voor de nv, bv, stichting, vereniging en andere rechtspersonen dan wel combinaties van natuurlijke personen met rechtspersonen.

5. De kleineondernemersregeling is niet van toepassing op ondernemers die niet voldoen aan de administratieve eisen in de wet.

6. De kleineondernemersregeling is niet van toepassing op leveringen van nieuwe vervoermiddelen vanuit Nederland naar een ander EU-land met toepassing van het nultarief. Deze uitzondering is met name van belang voor ondernemers die van hun administratieve verplichtingen zijn ontheven.

7. De kleineondernemersregeling is niet van toepassing op de omzetbelasting die een ondernemer of een niet-ondernemer op een factuur heeft vermeld, maar die volgens de gewone regels niet verschuldigd is.

4. Hoe werkt de kleineondernemersregeling? Voorbeelden

De vermindering voor kleine ondernemers is niet steeds gelijk. Zij is kleiner naarmate de aan de Belastingdienst af te dragen omzetbelasting (verschuldigde belasting minus de voorbelasting) hoger bedraagt dan € 1.345 en dichter bij de € 1.883-grens ligt.

Twee gevallen kunnen worden onderscheiden:

A. de af te dragen belasting is € 1.345 of minder: de vermindering is gelijk aan de af te dragen belasting;

B. de af te dragen belasting is meer dan € 1.345, maar niet meer dan € 1.883: de vermindering is gelijk aan 2,5 maal het verschil tussen € 1.883 en de af te dragen belasting. De vermindering kan niet hoger zijn dan de af te dragen omzetbelasting.

De belastingvermindering bedraagt maximaal € 1.345.

Voorbeeld 1

De verschuldigde omzetbelasting

€ 12.000

De voorbelasting

€ 10.800

Af te dragen belasting vóór vermindering

€ 1.200

Vermindering

€ 1.200

Uiteindelijk te betalen

Nihil

Voorbeeld 2

De verschuldigde omzetbelasting is

€ 12.000

De voorbelasting is

€ 10.365

Af te dragen belasting vóór vermindering

€ 1.635

Vermindering (2,5 x € 1.883 – € 1.635)

€ 620

Uiteindelijk te betalen

€ 1.015

4.1 Verminderingen

Om de vermindering voor kleine ondernemers te genieten zijn er twee mogelijkheden:

a. na afloop van het boek- of kalenderjaar wordt aan de hand van de jaarcijfers de vermindering berekend waarop recht bestaat. Vervolgens wordt dat bedrag in aftrek gebracht bij de laatste aangifte van het boekjaar dan wel bij de eerste aangifte van het nieuwe boekjaar. Als jaaraangifte wordt gedaan, wordt de vermindering uiteraard in die aangifte verwerkt;

b. in de loop van het jaar wordt alvast een voorlopige vermindering toegepast. Na afloop van het jaar wordt de voorlopige verminderingen verrekend met de definitieve vermindering.

Voorlopige vermindering
Als een ondernemer per kwartaal of per maand aangifte doet, kan hij bij het doen van elke aangifte al een voorlopige vermindering toepassen. Dit is alleen toegestaan als aannemelijk is dat hij over een heel jaar genomen voor de vermindering voor kleine ondernemers in aanmerking komt. De hoogte van de voorlopige vermindering is afhankelijk van de belasting die vermoedelijk over het hele jaar moet worden afgedragen. Dat betekent dat vóór de eerste aangifte van een bepaald jaar de ondernemer voor zichzelf een schatting moet maken van het bedrag dat hij – zonder toepassing van de vermindering – moet afdragen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de inmiddels bekende gegevens van de eerste aangifte. Na afloop van het jaar worden de voorlopige verminderingen verrekend met de dan te bepalen definitieve vermindering.

Berekening definitieve vermindering
Na afloop van het jaar moet een ondernemer nagaan of de voorlopige verminderingen bij elkaar niet te hoog of te laag zijn geweest. Is het totaal van de voorlopige verminderingen hoger dan de vermindering voor kleine ondernemers waarop recht bestaat, dan moet het verschil in de eerste aangifte van het volgende jaar worden opgenomen als bij te betalen belasting.

4.2 Veranderingen in het bedrijf gedurende het jaar

Als een ondernemer zijn bedrijf in de loop van een boekjaar begint of beëindigt, mag hij toch de volledige vermindering voor kleine ondernemers toepassen. Dat geldt ook bij overlijden van de ondernemer. Wordt het bedrijf voortgezet door een koper of erfgenaam, dan heeft deze recht op vermindering vanaf het tijdstip van voortzetting tot het einde van het jaar.

5. Ontheffing van administratieve verplichtingen

Een ondernemer kan ontheffing van administratieve verplichtingen voor de btw krijgen als aannemelijk is dat hij na toepassing van de vermindering voor kleine ondernemers op jaarbasis niets hoeft te betalen. Dit is het geval als na aftrek van de voorbelasting de verschuldigde omzetbelasting per jaar niet méér bedraagt dan € 1.345. Voor de op verzoek belaste verhuur van onroerende zaken is ontheffing van de administratieve verplichtingen niet mogelijk. Een verleende ontheffing van administratieve verplichtingen geldt niet voor de intracommunautaire verwervingen die een ondernemer verricht.

Schriftelijk verzoek aan de inspecteur
Om te worden ontheven van administratieve verplichtingen moet een schriftelijk verzoek worden ingediend bij de inspecteur. Uiteraard moet de ondernemer daarbij op enigerlei wijze kunnen aantonen dat hij jaarlijks niet meer dan € 1.345 verschuldigd is. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Een verleende ontheffing gaat in bij het begin van het eerstvolgende boekjaar.

Voorwaarden
Aan het verlenen van de ontheffing van administratieve verplichtingen zijn twee voorwaarden verbonden:

– op de uit te reiken facturen mag geen omzetbelasting worden vermeld;

– de facturen die door leveranciers zijn uitgereikt, moeten zeven jaar lang ordelijk worden bewaard. Voor facturen betreffende onroerende zaken geldt een langere termijn.

Incidenteel toch nog aangifte doen
Ook al brengt de ontheffing van administratieve verplichtingen mee dat geen periodieke aangiften meer hoeft te worden gedaan, een ondernemer moet soms toch belasting aangeven zonder dat hij die omzetbelasting in aftrek kan brengen.

Einde van de ontheffing
De ontheffing van administratieve verplichtingen kan op verschillende manieren eindigen, namelijk door:

a. schriftelijk opzegging bij de inspecteur;

b. het uitreiken van een factuur met vermelding van omzetbelasting;

c. het niet ordelijk bewaren gedurende zeven jaar van de aan de ondernemer uitgereikte facturen;

d. het niet langer voldoen aan de eis dat na aftrek van de voorbelasting de verschuldigde belasting per jaar niet meer bedraagt dan € 1.345.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal


Gerelateerde nieuwsartikelen