Kapitaalverzekeringen en eigenwoningspaarproducten

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Kapitaalverzekeringen en eigenwoningspaarproducten

Om voor de toekomst een bedrag bij elkaar te sparen, kan gekozen worden voor het afsluiten van een levensverzekering die een eenmalige uitkering oplevert, een zogenoemde kapitaalverzekering. Ook wordt een kapitaalverzekering regelmatig gesloten om de hypothecaire lening voor de eigen woning af te kunnen lossen. Tot 1 januari 2013 werd dit fiscaal nog ondersteund (kapitaalverzekering eigen woning), vanaf die datum niet meer. Van 1 januari 2008 tot 1 januari 2013 werd het fiscaal-ondersteund sparen uitgebreid met de spaarrekening eigen woning en het beleggingsrecht eigen woning. Onder voorwaarden worden op 31 december 2012 bestaande ‘eigenwoningspaarproducten’ geëerbiedigd.

Een vermogensverlies bij vooroverlijden kan worden afgedekt door middel van een overlijdensrisicoverzekering in de vorm van een kapitaalverzekering. Sparen voor aflossing van de hypotheek op de eigen woning en het afdekken van het overlijdensrisico kan worden verzekerd binnen één verzekering, ook wel een gemengde verzekering genoemd. Een kapitaalverzekering kan worden aangegaan met een levensverzekeringsmaatschappij of met de eigen BV. In het laatste geval gelden bijzondere waarderingsregels.

1. Kenmerken kapitaalverzekering

Een overeenkomst van kapitaalverzekering kenmerkt zich door één of twee verzekerde uitkering(en) bij in leven zijn op een bepaalde (eind)datum en/of bij overlijden vóór een bepaalde datum, waarbij gedurende een aaneengesloten aantal jaren premies worden betaald. De voor een kapitaalverzekering betaalde premies zijn voor de inkomstenbelasting niet aftrekbaar. Gegeven de fiscale faciliteiten onder de Wet IB 1964 werd een kapitaalverzekering in het verleden vaak gesloten met de bedoeling om (de rentecomponent in) de kapitaalsuitkering onbelast te ontvangen.

Onder de Wet IB 2001 was de kapitaalverzekering eigen woning (KEW) nog de enige fiscale faciliteit die voor kapitaalverzekeringen overbleef. Per 1 januari 2013 is een einde gekomen aan die fiscale faciliteit. Voor op 31 december 2012 bestaande posities geldt onder voorwaarden overgangsrecht. Een KEW moet aan een aantal strikte wettelijke voorwaarden voldoen. Van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2012 heeft de fiscale facilitering voor een KEW op overeenkomstige wijze ook gegolden voor een spaarrekening eigen woning (SEW) en een beleggingsrecht eigen woning (BEW).

2. Soorten kapitaalverzekeringen gesloten vanaf 2001

Voor kapitaalverzekeringen die met ingang van 1 januari 2001 zijn gesloten, moet onderscheid worden gemaakt tussen:

  • de kapitaalverzekering die niet voldoet aan de voorwaarden voor de KEW (box 3);
  • de KEW (box 1; fiscale faciliteit per 1 januari 2013 afgeschaft);
  • de kapitaalverzekering die is gesloten met de eigen BV (box 1).

Voor kapitaalverzekeringen die na 31 december 2000 zijn gesloten en die niet voldoen aan de voorwaarden voor de KEW, geldt als hoofdregel dat zij gaan behoren tot de vermogensrendementsgrondslag van box 3. Voor bepaalde, separaat gesloten, overlijdensrisicoverzekeringen kan onder voorwaarden een vrijstelling in box 3 gelden. Een vergelijkbare vrijstelling geldt niet voor een bankspaarvariant. De waarde van een kapitaalverzekering die uitsluitend recht geeft op een uitkering bij invaliditeit, ziekte of ongeval is onbeperkt vrijgesteld. Uitkeringen (waaronder afkoopsommen) uit een tot box 3 behorend product zijn voor de inkomstenbelastingheffing onbelast. Dat geldt dus ook voor uitkeringen uit tot box 3 behorende, vanaf 1 januari 2001 gesloten, kapitaalverzekeringen.

De verzekeringsmaatschappij moet ieder jaar opgeven wat de waarde is op de peildatum 1 januari van dat jaar. Uitkeringen uit tot box 3 behorende – vanaf 1 januari 2001 gesloten – kapitaalverzekeringen die tussentijds plaatsvinden, waaronder afkoopsommen, zijn vrijgesteld van inkomstenbelasting.

Uitzonderingen op de hoofdregel vormen de KEW in box 1 en de kapitaalverzekering die is gesloten met de eigen BV. Deze laatste valt onder de zogenoemde terbeschikkingstellingsregeling en leidt in de inkomstenbelasting tot inkomsten uit overige werkzaamheden in box 1.

3. Kapitaalverzekering eigen woning

Er is sprake van een kapitaalverzekering eigen woning (KEW) als aan een aantal strikte wettelijke voorwaarden wordt voldaan. Om een levensverzekering een KEW te laten zijn, hoeft de verzekeringnemer zelf geen eigen woning te hebben; de betreffende eigen woning mag ook in het bezit zijn van de echtgenoot of samenwoonpartner van de verzekeringnemer.

Een kapitaalverzekering kan als een KEW worden vormgegeven door op de polis, dan wel op een clausuleblad een zogenoemde KEW-clausule op te nemen. Vanaf het moment dat de verzekering qua voorwaarden én vormgeving voldoet aan de KEW-eisen behoort de verzekering verplicht tot box 1. Dit brengt met zich mee dat (de voordelen uit) die verzekering in beginsel tot de belastbare inkomsten uit werk en woning in box 1 behoren.

4. Spaarrekening eigen woning en beleggingsrecht eigen woning

Voor het bestaan van een SEW of BEW (bankspaarproducten) geldt dat aan een aantal strikte wettelijke voorwaarden moet worden voldaan. Om een spaarrekening en/of beleggingsrecht aan te kunnen merken als een SEW/BEW, stelt de Wet IB 2001 onder meer als eis dat de rekeninghouder/eigenaar van het beleggingsrecht of zijn partner een eigen woning moet hebben.

Een spaarrekening/beleggingsrecht kan als een SEW/BEW worden vormgegeven door in de voorwaarden van de spaarrekening/het beleggingsrecht een SEW-/BEW-clausule op te nemen. Vanaf het moment dat de spaarrekening/het beleggingsrecht qua voorwaarden voldoet aan de SEW-/BEW-eisen, behoort de spaarrekening/het beleggingsrecht verplicht tot box 1. De voordelen uit de SEW/het BEW behoren dan in beginsel tot de belastbare inkomsten uit werk en woning in box 1.

5. Overgangsrecht voor op 31 december 2012 bestaande KEW’s, SEW’s en BEW’s

Op 1 januari 2013 is het wettelijke regime voor het fiscaal-gefaciliteerd sparen voor de aflossing van de eigenwoningschuld komen te vervallen. Nieuwe ‘eigenwoningspaarproducten’ (KEW, SEW en BEW) konden na 31 december 2012 alleen nog – tijdelijk – in uitzonderingsgevallen worden gesloten. Voor op 31 december 2012 bestaande spaarproducten eigen woning blijft het fiscale KEW-/SEW-/BEW-regime onder voorwaarden tot 1 januari 2044 van overeenkomstige toepassing.

6. Belastingheffing en vrijstelling bij een KEW, SEW en BEW

De waarde van een KEW/SEW/BEW wordt tijdens de looptijd niet betrokken in de heffing volgens box 3. Als de KEW, de SEW of het BEW aan het einde van de contractueel overeengekomen einddatum tot uitkering komt c.q. wordt gedeblokkeerd, is de in die uitkering begrepen rentecomponent in beginsel progressief belast in box 1 als inkomsten uit de eigen woning. Die rentecomponent wordt bepaald volgens de saldomethode (uitkering -/- betaalde premies/inleg). Onder bepaalde voorwaarden kan de rentecomponent zijn vrijgesteld. Deze uitkeringsvrijstelling kent een bepaald, jaarlijks geïndexeerd maximum en geldt eenmaal per persoon. Er golden tot 1 april 2017 een lage en een hoge vrijstelling. De hoogte van de te gebruiken vrijstelling was mede afhankelijk van de looptijd van het eigenwoningspaarproduct. Op zo’n spaarproduct moesten gedurende een bepaalde minimumlooptijd namelijk premies/inlegbedragen worden betaald om gebruik te kunnen maken van de uitkeringsvrijstelling (minimumbetalingseis). Dat was slechts een van de vrijstellingsvoorwaarden. Deze minimumbetalingseis wordt ook wel ‘tijdklem’ genoemd. Sinds 1 april 2017 zijn deze tijdklemmen vervallen voor alle situaties van voortijdige afkoop van een eigenwoningspaarproduct. Bij voortijdige afkoop van zo’n spaarproduct is voortaan altijd de maximale uitkeringsvrijstelling van toepassing. Er moet dan wel worden voldaan aan alle wettelijke voorwaarden. Zie ook onderdeel 11. voor het verval van de tijdklemmen. Men kan slechts eenmaal tijdens zijn of haar leven van de totale ‘hoge’ vrijstelling gebruikmaken (lifetimevrijstelling). Bij gebruik van de vrijstelling moet het bedrag van de gebruikte vrijstelling onder andere in mindering worden gebracht op het KEW-vrijstellingsbedrag. Dit heet imputatie.

In een aantal gevallen wordt een fictieve uitkering aangenomen en vindt heffing plaats als ware de KEW/de SEW/het BEW geheel tot uitkering gekomen. Voorbeelden daarvan zijn afkoop, vervreemding en het niet meer voldoen aan de KEW-/SEW-/BEW-voorwaarden. De fictieve uitkering wordt gesteld op het bedrag van de waarde van de verzekering/de spaarrekening/het beleggingsrecht. Deze uitkering wordt ook weer belast volgens de saldomethode. Nadat afrekening heeft plaatsgevonden gaat de kapitaalverzekering/de spaarrekening/het beleggingsrecht over naar box 3.

7. Verhuizing, verhuisregeling en verhuur

In situaties van verhuizing en emigratie gelden specifieke voorwaarden en regels bij het laten doorlopen van de kapitaalverzekering. Als de eigen woning wordt verkocht en men tijdelijk gaat huren, kwalificeert de kapitaalverzekering niet meer als KEW en vindt er een fictieve uitkering plaats. In dat geval kan – ook na 31 december 2012 – toch gebruik worden gemaakt van de KEW-vrijstelling. De KEW-vrijstelling wordt dan verminderd met de waarde van de KEW en de polis gaat bij voortzetting over naar box 3. Als binnen een bepaalde tijd na verkoop van de eigen woning weer een eigen woning wordt betrokken, kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van de zogenoemde verhuisregeling. Deze regeling zorgt voor het herstel van de toestand vóór het tijdstip waarop geen sprake meer was van een eigen woning. De bepalingen van het regime van de KEW zijn zo veel als mogelijk van overeenkomstige toepassing op de SEW/het BEW.

Ingeval een (voormalige) eigen woning (tijdelijk) wordt verhuurd of/de bewoner/eigenaar – anders dan door overlijden – ophoudt binnenlands belastingplichtige te zijn (emigratie), en hij zijn woning aanhoudt en boven de kapitaalverzekering laat doorlopen, dan geldt het volgende. Als gevolg van de verhuur en/of de emigratie kwalificeert de kapitaalverzekering niet meer als KEW en volgt een fictieve uitkering. De ex-KEW kan onder bepaalde voorwaarden weer herleven als KEW. Het vorenstaande geldt onverkort bij een fictieve uitkering van een SEW en BEW.

8. Omzettingen

Een bestaande KEW kan veelal fiscaal geruisloos worden omgezet in een andere KEW. Hetzelfde geldt ten aanzien van een SEW/BEW. Een KEW kan ook geruisloos worden omgezet in een SEW/BEW en omgekeerd. Ook na 31 december 2012 kunnen eigenwoningspaarproducten in box 1 nog fiscaal geruisloos worden omgezet. Daarbij moeten de voorwaarden van het overgangsrecht worden ‘bewaakt’. Bij het aangaan of beëindigen van een huwelijk of een duurzame gezamenlijke huishouding kunnen versoepelende regels gelden bij een wijzigen c.q. omzetten van lopende KEW’s.

9. Kapitaalverzekeringen gesloten onder de Wet IB 1964 (overgangsrecht)

Voor kapitaalverzekeringen die zijn gesloten vóór 1 januari 2001 én niet zijn omgezet in een KEW geldt de hoofdregel dat de waarde van die verzekering tijdens de opbouwfase tot box 3 behoort. Voor kapitaalverzekeringen die zijn gesloten vóór 15 september 1999 kan een bijzondere waardevrijstelling van toepassing zijn (€ 123.428). Aan deze vrijstelling zijn bepaalde voorwaarden verbonden. De bijzondere waardevrijstelling geldt in beginsel per belastingplichtige. Bij fiscale partners geldt een dubbele waardevrijstelling.

Bij een uitkering uit een op 31 december 2000 bestaande kapitaalverzekering die niet is omgezet in een KEW, geldt dat de vrijstellingsvoorwaarden van vóór inwerkingtreding van de Wet IB 2001 onder voorwaarden van toepassing kunnen blijven voor de uitkering(en) uit zo’n kapitaalverzekering. De voorwaarden voor het gebruik van de vrijstelling voor uitkeringen uit kapitaalverzekeringen van vóór 2001 zijn soepeler dan die voor eigenwoningspaarproducten. In zoverre een oude vrijstelling wordt gebruikt, moet dit vrijgestelde bedrag onder andere in mindering worden gebracht op dit oude vrijstellingsbedrag en op het KEW-vrijstellingsbedrag (zie terug).

Op 31 december 2000 bestaande kapitaalverzekeringen, niet zijnde een KEW, konden worden omgezet in een KEW. Er moest ook dan aan alle KEW-voorwaarden worden voldaan. Bovendien golden er in dat geval specifieke regels.

10. Dubbel ‘genieten’ van uitkering

De uitkeringsvrijstelling kon tot 1 januari 2016 alleen worden benut wanneer iemand (mede)gerechtigde was tot de uitkering bij leven bij een kapitaalverzekering, dan wel (mede-)rekeninghouder was van een SEW of (mede)eigenaar van een BEW. Alleen als fiscale partners bij bijvoorbeeld een kapitaalverzekering beiden als begunstigde zijn opgenomen in de polis voor de uitkering bij leven, konden zij allebei aanspraak maken op de uitkeringsvrijstelling.

Vanaf 2016 is dit veranderd en kunnen fiscale partners bij het indienen van de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen een gezamenlijk verzoek doen op basis waarvan een ‘uitkering’ uit een KEW, SEW, BEW of een kapitaalverzekering die is afgesloten in de periode 1992 – 2000 wordt geacht voor de helft door iedere partner te worden genoten, ook al is slechts één partner als begunstigde op bijvoorbeeld de verzekeringspolis opgenomen. Beide fiscale partners kunnen dan ieder voor hun eigen helft van de uitkering zijn/haar persoonlijke – onbenutte gedeelte van de – uitkeringsvrijstelling gebruiken. Dit geldt bij de KEW, de SEW en het BEW voor zowel echte als fictieve uitkeringen (afkoop en andere fictieve uitkeringshandelingen). Voor Brede Herwaarderingskapitaalverzekeringen geldt dit uitsluitend voor echte uitkeringen die worden gedaan door de verzekeraar, dus voor de uitkering bij expiratie en voor uitgekeerde afkoopsommen. Aan de vorenstaande regeling zijn voorwaarden verbonden.

Voor kapitaalverzekeringen die in het verleden al deels vrijgesteld tot uitkering zijn gekomen, is via een beleidsbesluit een overeenkomstige tegemoetkoming ingevoerd.

11. Vervallen tijdklemmen bij vervroegde opname

De op basis van de wettelijke bepalingen geldende uitkeringsvrijstellingen voor spaarproducten eigen woning in box 1 waren tot 1 april 2017 pas van toepassing als minimaal vijftien of twintig jaar jaarlijks premies waren betaald respectievelijk spaarinleggen waren gedaan (zie terug). Diezelfde minimumbetalingseis gold tot die datum ook voor kapitaalverzekeringen die zijn gesloten in de periode 1992 – 2000. Deze zogenoemde tijdklemmen zijn per 1 april 2017 voor alle situaties van voortijdige afkoop vervallen. Dat geldt voor eigenwoningspaarproducten, maar ook voor bepaalde kapitaalverzekeringen van vóór 2001. Tot 1 april 2017 golden de tijdklemmen ook al niet voor een aantal specifieke gevallen. In die specifieke gevallen en onder bepaalde voorwaarden mocht bij vervroegde opname immers ook gebruik worden gemaakt van de hoge uitkeringsvrijstelling, ook al werd niet voldaan aan de minimumbetalingseis.

12. Aspecten erfbelasting

Aan kapitaalverzekeringen die uitkeren ingevolge overlijden kunnen in bepaalde gevallen gevolgen zijn verbonden voor de heffing van erfbelasting. Om een dergelijke heffing te voorkomen kan bij kapitaalverzekeringen in bepaalde gevallen een kruiselingse premiesplitsing mogelijk soelaas bieden.

De waarde van een SEW/BEW valt, net als iedere andere bank- of beleggingsrekening, in de nalatenschap van de erflater. In het algemeen is dan erfbelasting verschuldigd over de waarde van het verkregen recht.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal