Juridische fusie

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Juridische fusie

De juridische fusie is een rechtshandeling van twee of meer vennootschappen waarbij de ene vennootschap het vermogen van de andere vennootschap onder algemene titel verkrijgt, of waarbij een nieuwe vennootschap, die bij de rechtshandeling door hen samen wordt opgericht, hun vermogen onder algemene titel verkrijgt.

Verkrijging onder algemene titel

Verkrijging onder algemene titel houdt in dat het hele vermogen en alle bezittingen en schulden overgaan op de verkrijger. Hiervoor is geen verdere rechtshandeling vereist. Behalve de verkrijgende vennootschap, houden de andere vennootschappen door de juridische fusie van rechtswege op te bestaan. De rechten en verplichtingen gaan door de verkrijging onder algemene titel geheel over op de verkrijgende vennootschap. Voordeel hiervan is dat er geen medewerking van leveranciers en dergelijke vereist is. De verkrijgende vennootschap treedt juridisch in de plaats van de verdwijnende vennootschap en krijgt daarbij alle materiële, immateriële, vaste en vlottende activa. Maar ook de passiva in de vorm van schulden en voorzieningen gaan daarbij over. Als een verkrijgende vennootschap bij de fusie wordt opgericht, dan is volgens de wet vereist dat er minstens sprake is van twee verdwijnende vennootschappen.

De aandeelhouders van de verdwijnende vennootschap worden door de fusie aandeelhouders van de verkrijgende vennootschap. Hierdoor kan de juridische fusie als een combinatie worden gezien van de aandelenfusie en de bedrijfsfusie.

Een juridische fusie kan zich op verschillende manieren voordoen, namelijk:

– Twee rechtspersonen fuseren tot één rechtspersoon.
– Twee rechtspersonen fuseren in één nieuwe rechtspersoon.
– Moeder-dochterfusie of fusie tussen twee zustervennootschappen. Dit wordt ook wel concernfusie genoemd.
– Driehoeksfusie: doet zich voor binnen een groep waarbij de aandeelhouders van de verdwijnende vennootschap aandeelhouder worden van een andere vennootschap binnen de groep.
– Groepsfusie: tussen rechtspersonen van verschillende soort.

De juridische fusie is ook van toepassing op rechtspersonen die in een lidstaat van de Europese Unie zijn gevestigd. Daarvoor moet wel voldaan worden aan de volgende drie voorwaarden:

1) De rechtspersoon moet een van de rechtsvormen hebben die in de bijlage bij de fusie-Richtlijn zijn opgenomen.
2) Hij mag geen fiscale vestigingsplaats hebben buiten de Europese Unie.
3) Hij moet in het land van vestiging onderworpen zijn aan een winstbelasting, zonder vrijstelling en zonder keuzemogelijkheid.

Volgens de wet is de juridische fusie een fictieve vervreemding voor de betrokken personen. Op grond van deze fictieve vervreemding worden alle voordelen die men geniet uit hoofde van een juridische fusie belast. Deze fiscale gevolgen van de fictieve vervreemding kunnen bedrijfseconomisch wenselijke juridische fusies belemmeren. Daarom biedt de wet de mogelijkheid om gebruik te maken van een geruisloze juridische fusie. Een geruisloze juridische fusie houdt in dat er niet afgerekend hoeft te worden over de voordelen die voortvloeien uit een juridische fusie. Een geruisloze juridische fusie is echter alleen mogelijk als de juridische fusie niet in overwegende mate gericht is op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. Voor het kunnen toepassen van de geruisloze juridische fusie worden er een aantal standaardvoorwaarden gesteld. Deze voorwaarden staan genoemd in de Wet Vpb. Als een juridische fusie aan de voorwaarden voldoet, dan kan de juridisch fusie geruisloos plaatsvinden zonder tussenkomst van de fiscus. Als echter niet aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan, dan kan de inspecteur nadere voorwaarden stellen.

Daarnaast kan op grond van de wet een juridische fusie voor de verkrijger en de verdwijner geruisloos en voor de andere betrokken partijen met ruis verlopen. Echter, ook aandeelhouders kunnen voor een geruisloze juridische fusie kiezen. Bovendien kunnen betrokkenen onderling kiezen voor een verschillende afhandeling.

De juridische fusie met geruis

De verdwijnende vennootschap
Op grond van de Wet Vpb is de juridische fusie een belaste handeling voor een verdwijnende vennootschap. Dit komt vanwege de fictie die in de wet is opgenomen. Deze fictie betekent voor een verdwijnende vennootschap dat er sprake is van zowel een overdracht als een staking van de onderneming. Hierdoor moet er zowel over de stille als de fiscale reserves worden afgerekend.

De verkrijgende vennootschap
Elke verkrijger moet na een juridische fusie met geruis de door hem verkregen vermogensbestanddelen tegen de waarde in het economisch verkeer waarderen. Dit komt meestal overeen met de waarde waartegen de verdwijner heeft afgerekend. Voor de verkrijger is de verkrijging van het vermogen van de verdwijner geen voordeel uit onderneming. Het voordeel moet namelijk als inbreng van kapitaal worden gezien voor de Vpb. Daarnaast neemt een verkrijger niet de fiscale positie van de verdwijner over. Een fusie is namelijk een overdracht van vermogensbestanddelen. Dit betekent echter niet dat een verkrijger niet geconfronteerd kan worden met claims waar de verdwijner mee te maken had.

Aandeelhouders en crediteuren van het fuserende lichaam
De aandeelhouders van een verdwijnende vennootschap krijgen bij een juridische fusie aandelen in de verkrijgende vennootschap.

Aandeelhouders
Aandeelhouders van een verdwijnende vennootschap worden dus bij een juridische fusie geacht hun aandelen in de verdwijner te hebben vervreemd. Er gelden speciale regels als een aandeelhouder een deelneming heeft in een verdwijner. Deze speciale regels bepalen dat het opgeofferde bedrag voor de aandelen die bij de juridische fusie kan worden ontvangen in de verkrijger niet hoger worden vastgesteld dan dat voor de aandelen in de verdwijner. In een arrest van de Hoge Raad is bepaald dat het opgeofferde bedrag voor een deelneming in een verdwijner doorschuift naar de deelneming die de aandeelhouder bij de juridische fusie verwerft in de verkrijger. De wet biedt echter alsnog de mogelijkheid dat het opgeofferde bedrag voor de deelneming in de verkrijger lager dan het opgeofferde bedrag voor de deelneming in de verdwijner wordt vastgesteld. Hiervoor kan worden gekozen als de waarde van de aandelen in de verdwijner ten tijde van de juridische fusie daalt onder het opgeofferde bedrag voor die aandelen. Hierdoor zal de waarde van de aandelen in de verkrijger lager zijn.

Zusterfusie/concernfusie
Bij een zusterfusie kan het zo zijn dat er geen aandelen worden toegekend door de verkrijger. Dit kan zich voordoen als de aandelen in de verdwijner en de verkrijger zich bij dezelfde aandeelhouder bevinden en de juridische fusie zich voordoet tussen de twee dochterondernemingen.

Driehoeksfusie
Een driehoeksfusie is een fusie waarbij een verdwijnende vennootschap (BV X) opgaat in bijvoorbeeld BV A en de aandeelhouders van BV X aandelen krijgen in een andere BV, BV B. Deze fusievorm doet zich voor als een concern als de verkrijger optreedt. Een van de groepsmaatschappijen neemt dan het vermogen van de verdwijnende vennootschap over, maar een andere groepsmaatschappij reikt aandelen uit aan de aandeelhouders van de verdwijnende vennootschap. Op deze manier kan worden bereikt dat de aandeelhouders van de verdwijnende vennootschap aandelen krijgen van het overnemende concern. Tevens kan op deze manier bereikt worden dat het bij het overnemende concern niet tot een ongewenste verbreking van een fiscale eenheid leidt als door de fusie het aandelenbezit van een moedermaatschappij in een dochtermaatschappij onder de 95% zou dalen.

De regeling betreffende de doorschuiving van het opgeofferde bedrag geldt ook voor de aandelen die ontvangen worden van de groepsmaatschappij van de verkrijger. Aangezien het vermogen van de verkrijger door de juridische fusie zal toenemen, zal hierdoor ook het opgeofferde bedrag in de verkrijger toenemen voor de groepsmaatschappij die de aandelen in de verkrijger houdt. Hierbij kan uitgegaan worden van de waarde in het economisch verkeer.

Moeder-dochterfusie
Dit is een juridische fusie waarbij de dochter in de moeder verdwijnt. Bij een moeder-dochterfusie worden er geen aandelen toegekend. De Hoge Raad heeft in een arrest geoordeeld dat het verlies van een moeder van vóór de fusie alleen verrekend kan worden met de winsten die de moeder, ware zij niet gefuseerd, zelfstandig zou hebben gemaakt

Geruisloze juridische fusie

Een dergelijke fusie is alleen mogelijk als de verdwijnende en de verkrijgende vennootschap feitelijk in Nederland gevestigd zijn, dan wel gevestigd zijn in één van de lidstaten van de Europese Unie.

De verdwijnende en de verkrijgende vennootschap
De geruisloze juridische fusie is niet mogelijk als deze in overwegende mate gericht is op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. Dit wordt beoordeeld vanuit de verdwijner en de verkrijger. Daarnaast is in de wet een wetsfictie opgenomen. Deze wetsfictie luidt als volgt: een juridische fusie wordt geacht in overwegende mate te zijn gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing als er geen zakelijke redenen daaraan ten grondslag liggen. Herstructurering of rationalisering van de actieve werkzaamheden worden als zakelijke overwegingen genoemd.

Iedere verdwijner kan voorafgaand aan een juridische fusie door de fiscus laten beoordelen of de fusie in overwegende mate gericht is op het ontgaan of uitstellen van de belastingheffing.

De winst die met de juridische fusie met geruis wordt behaald, hoeft op grond van artikel 14b, lid 2 Wet VPB niet in aanmerking worden genomen als aan de volgende vereisten wordt voldaan:

– De verdwijner en de verkrijger zijn aan hetzelfde winstregime onderworpen.
– De verdwijner en de verkrijger hebben geen aanspraak op voorwaarts te verrekenen verliezen.
– De verdwijner noch de verkrijger hebben aanspraak op vermindering ter voorkoming van dubbele belasting ter zake van buitenlandse resultaten.
– De verdwijner noch de verkrijger hebben aanspraak op toepassing van de innovatiebox.
– De verdwijner noch de verkrijger hebben aanspraak op toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten.
– De verdwijner noch de verkrijger hebben aanspraak op toepassing van de deelnemingsverrekening.
– De verdwijner noch de verkrijger hebben aanspraak op toepassing van de verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten.
– Latere heffing over de niet in aanmerking genomen winst is verzekerd.

Als de bovenstaande voorwaarden worden vervuld, bestaat er een wettelijk recht op geruisloze juridische fusie.

Standaardvoorwaarden

Er zijn standaardvoorwaarden voor de toepassing van artikel 14b, lid 3 van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 (juridische fusie). Deze zijn te vinden in een besluit van de staatssecretaris van Financiën:

Voorwaarde 1 – Vermogen dat verdwijnt of het bereik van de vennootschapsbelasting verlaat
Voorwaarde 2 – Opwaarderingsreserve
Voorwaarde 2a – Innovatiebox
Voorwaarde 3 – Een fuserende rechtspersoon bezit een deelneming waarvan de onderneming geheel of nagenoeg geheel is gestaakt (bijvoorbeeld bij latente liquidatieverliezen)
Voorwaarde 4  – Latent stakingsverlies objectvrijstelling
Voorwaarde 5 – Verrekening van verliezen
Voorwaarde 6 – Deelnemingsverrekening
Voorwaarde 7 – Verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten
Voorwaarde 8 – Buitenlandse bronbelasting

Om gebruik te maken van de geruisloze juridische fusie op basis van artikel 14b, lid 3 Wet Vpb, moet voorafgaand aan de juridische fusie een verzoek gedaan worden bij de inspecteur. In geval dit verzoek te laat is kan onder voorwaarden alsnog gebruikgemaakt worden van de gefaciliteerde juridische fusie.

Latere heffing

De fiscus wil alleen afzien van de eindafrekening bij de verdwijnende vennootschap, als er later over de meerwaarde kan worden geheven. Dit kan bereikt worden door met betrekking tot de overgenomen vermogensbestanddelen bij de verkrijgende vennootschap de boekwaarden aan te houden die deze bestanddelen ten tijde van de fusie ook hadden. Op deze manier vindt een doorschuiving van de stille reserves plaats. Tevens moeten de fiscale reserves en voorzieningen van de verdwijnende vennootschap bij de verkrijgende vennootschap op de balans terechtkomen.

Internationale gevallen van juridische fusie

In sommige lidstaten van de Europese Unie is juridische fusie van vennootschappen uit verschillende landen mogelijk. Dergelijke juridische fusies kunnen gevolgen hebben voor Nederlandse aandeelhouders of vaste inrichtingen. In zulke gevallen zullen op verzoek regelingen getroffen worden die overeenkomen met de regelingen die worden getroffen bij de binnenlandse juridische fusies.

Als in het kader van een fusie naar buitenlands recht een vaste inrichting van de ene vennootschap overgaat naar de andere, wordt door het ministerie op verzoek en onder voorwaarden goedgekeurd dat die vaste inrichting wordt doorgeschoven naar de verkrijgende vennootschap.

Per 1 januari 2016 is voor grensoverschrijdende juridische fusies een zogenoemde step-up geregeld. Dit komt er kort gezegd op neer dat het gestorte kapitaal op de aandelen wordt gesteld op de waarde in het economische verkeer van het vermogen dat door de fusie overgaat, voor zover het vermogen niet bestaat uit aandelen in een Nederlandse vennootschap. Door deze regeling wordt voorkomen dat Nederland een dividendbelastingclaim verkrijgt op bestaande buitenlandse winstreserves.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal


Gerelateerde nieuwsartikelen