Horizontaal toezicht

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Horizontaal toezicht

Horizontaal toezicht (HT) is een vorm van toezicht die steunt op het uitgangspunt dat burgers, bedrijven en instellingen mogen worden aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheden en dat de Belastingdienst en belastingplichtigen een wederzijds belang hebben bij het tot stand brengen van een vertrouwensrelatie. Daarmee kunnen bijvoorbeeld discussie en correcties achteraf vermeden worden. Horizontaal toezicht is gebaseerd op convenanten. Hierbij krijgen goedwillende belastingplichtigen een gecontroleerd voordeel van de twijfel bij het nakomen van hun fiscale verplichtingen. Het toezicht loopt via fiscaal dienstverleners.

Inhoudsopgave

1. Fiscaal dienstverleners
2. Voor- en nadelen van horizontaal toezicht
3. Nadeel pleitbaar standpunt in horizontaal toezicht
4. Convenantaangifte
5. Samenloop tussen verschillende soorten convenanten
6. Fouten en boetes
7. Beëindiging deelname

1. Fiscaal dienstverleners

Fiscaal dienstverleners zijn professionele dienstverleners die in het algemeen hun klanten de volgende diensten kunnen leveren:

– de financiële administratie en/of salarisadministratie verzorgen en inrichten;

– de jaarrekening opstellen;

– de jaarrekening samenstellen;

– de jaarrekening beoordelen;

– de jaarrekening controleren;

– fiscale aangiften opstellen en indienen;

– (fiscale) adviezen verstrekken.

Een fiscaal dienstverlener kan een ondernemer een van deze diensten leveren of een combinatie van meerdere diensten. Bij horizontaal toezicht zal de fiscaal dienstverlener uiteraard ten minste de aangifte van de aangemelde ondernemer verzorgen. Dat moet een ‘aanvaardbare aangifte’ zijn.

Een aanvaardbare aangifte is een aangifte die voldoet aan wet- en regelgeving en vrij is van materiële fouten. Vrij van materiële fouten geeft aan dat de norm niet wordt gelegd bij 100% volledigheid/juistheid/nauwkeurigheid/betrouwbaarheid maar dat er geen fouten mogen zijn van een aard en/of omvang dat de Belastingdienst ze wil ontdekken om te voorkomen dat aangiften worden gedaan die niet goed genoeg zijn om ze zonder correctie te aanvaarden.

De benadering van fiscaal dienstverleners met het oog op deelname aan horizontaal toezicht heeft de Belastingdienst precies omschreven in de Leidraad Horizontaal Toezicht MKB Fiscaal dienstverleners. Van de kant van de Belastingdienst neemt een relatiebeheer op bestuurlijk niveau of een (plaatsvervangend) directeur van een belastingregio aan de eerste convenantbespreking deel. De Belastingdienst wil die eerste convenantbespreking dan voeren met de hoogste leiding van de organisatie van de fiscaal dienstverlener.

Voordat horizontaal toezicht actief wordt toegepast, moeten de fiscaal dienstverlener en de Belastingdienst een aantal stappen doorlopen. Deze stappen zijn: convenantbesprekingen en het sluiten van een convenant, aanmelden en toetsen van ondernemers, vooroverleg, indienen en verwerken van convenantaangiften, steekproefsgewijze controle van aangiften, monitoring en evaluatie convenant. In de praktijk komt ook nog een voorfase voor: stap ‘0’. In deze fase komen zaken aan de orde die moeten worden geregeld of besproken voordat de convenantbesprekingen kunnen beginnen.

De Belastingdienst houdt op zijn website lijsten bij van fiscaal dienstverleners die een HT-convenant hebben afgesloten en/of deelnemen aan een koepelconvenant. Als een ondernemer kiest voor horizontaal toezicht via zijn fiscaal dienstverlener, dan geldt ook voor de ondernemer dat hij moet meedoen met horizontaal toezicht voor de vennootschapsbelasting, loonheffing en omzetbelasting als hij die belastingen verschuldigd is.

De Belastingdienst schrijft niet voor hoe de fiscaal dienstverlener en/of de ondernemer zijn processen moet inrichten. In het standaardconvenant wordt dit als volgt verwoord: ‘De Belastingdienst vertrouwt op de professionaliteit van de fiscaal dienstverlener bij het implementeren en het hanteren van de werkwijze, zoals is aangegeven in het standaardconvenant.’ Doelvoorschriften en outputnormering geven de meeste waarborgen voor een gelijk speelveld in de markt van fiscaal dienstverleners en voorkomen uitholling van de eigen verantwoordelijkheden van de fiscaal dienstverleners in de visie van de Belastingdienst.

2. Voor- en nadelen van horizontaal toezicht

De voor- en nadelen van horizontaal toezicht voor MKB-ondernemers in de inkomstenbelasting verschillen per ondernemer. Een ondernemer moet in dit (prille) stadium van ontwikkeling van het horizontaal toezicht een bewuste keuze maken inzake het al of niet meedoen met horizontaal toezicht. Die keuze kan hij in de praktijk overigens alleen maken als zijn fiscaal dienstverlener een HT-convenant met de Belastingdienst heeft afgesproken en zijn dienstverlener hem geschikt acht en selecteert voor horizontaal toezicht. Met een individuele MKB-ondernemer sluit de Belastingdienst tot nu toe geen HT-convenant af.

Het voordeel van HT is dat het sneller werkt en misverstanden voorkomt. De Belastingdienst stelt ook de definitieve aanslag direct vast op basis van de door de ondernemer gedane aangifte.

3. Nadeel pleitbaar standpunt in horizontaal toezicht

Voor een aangifte van een ondernemer die meedoet aan horizontaal toezicht moet een fiscaal dienstverlener die van mening is dat hij een pleitbaar standpunt heeft, om vooroverleg vragen.

Als het vooroverleg leidt tot een andere, nadeliger uitkomst dan het voorgelegde pleitbare standpunt, moet de fiscaal dienstverlener in alle aangiften van ondernemers die meedoen aan horizontaal toezicht het met de Belastingdienst overeengekomen nadeliger standpunt innemen.

4. Convenantaangifte

In beginsel worden door de fiscaal dienstverlener ingediende convenantaangiften door de Belastingdienst direct verwerkt (‘no touch’). In deze fase van het HT-proces is er alleen contact met de fiscaal dienstverlener over de convenantaangiften als sprake is van:

– technische onvolkomenheden;

– inconsistenties;

– onwaarschijnlijkheden ten aanzien van de juistheid van de aangifte.

Als een van deze zaken zich voordoet, neemt de relatiebeheerder van de Belastingdienst contact op met de fiscaal dienstverlener om de aangifte te herstellen. Hiermee kan de aangifte alsnog worden afgedaan. De werkzaamheden tijdens de steekproefcontrole vinden zo veel mogelijk plaats bij de fiscaal dienstverlener. Als een aangifte in de steekproef valt, worden de fiscaal dienstverlener en de ondernemer zo snel mogelijk daarvan op de hoogte gesteld.

Als een fiscaal dienstverlener zelfstandig of via een koepelorganisatie horizontaal toezicht heeft afgesproken, is de volgende stap op weg naar het indienen van convenantaangiften dat de fiscaal dienstverlener de ondernemers selecteert die naar zijn oordeel voor horizontaal toezicht in aanmerking komen. Voor een geselecteerde deelnemer volgt dan de zelfstandige afweging of hij kiest voor horizontaal toezicht. Is dat het geval, dan moet hij schriftelijk aan zijn fiscaal dienstverlener verklaren dat hij:

– een relatie met de Belastingdienst wil op basis van vertrouwen, begrip en transparantie;

– de gegevens voor het opmaken van de convenantaangifte tijdig, juist en volledig aanlevert aan zijn fiscaal dienstverlener.

5. Samenloop tussen verschillende soorten convenanten

Een ondernemer kan betrokken zijn bij drie soorten convenanten. Een individueel convenant (MGO en ZGO), een convenant met de fiscaal dienstverlener al dan niet via een koepelorganisatie of bij een convenant met de brancheorganisatie. Convenanten kunnen samenvallen. Als een individueel convenant is afgesloten met de ondernemer of met de fiscaal dienstverlener, vormt dit de basis voor de samenwerking met de Belastingdienst. Daarnaast kan in de branche waarin de ondernemer actief is een brancheconvenant zijn gesloten met de Belastingdienst. Samenloop met een brancheconvenant is geen knelpunt. Specifieke, inhoudelijke afspraken die onder een brancheconvenant worden gemaakt, bieden (mede) een basis voor het doen van een aanvaardbare aangifte.

6. Fouten en boetes

De vooronderstelling bij horizontaal toezicht is dat fouten onbewust of te goeder trouw worden gemaakt. De relatiebeheerder bespreekt daarom met de fiscaal dienstverlener hoe de fout is ontstaan en welke actie naar aanleiding van de fout is ondernomen. Bij de vervolgstappen en het eventueel opleggen van een boete zijn de uitgangspunten van responsief handhaven (dit is handhaving afgestemd op de bereidheid en het vermogen van een belastingplichtige om aan de regelgeving te voldoen) leidend: de maatregel die de Belastingdienst neemt, is in overeenstemming met de aard en omvang van de fout en het motief erachter. In het algemeen zal de relatiebeheerder de fiscaal dienstverlener de gelegenheid bieden om gemaakte fouten zelf te herstellen. De relatiebeheerder kan hierbij ondersteunen gezien de open en constructieve houding in de samenwerking. Bij het herstellen van fouten handelt de Belastingdienst conform algemeen geldend correctiebeleid. Afhankelijk van de aard van de fout moet worden bekeken of herstel in een toekomstige aangifte kan plaatsvinden. Als sprake is van een systematische fout, is het waarschijnlijk dat de fout in meerdere aangiften wordt gemaakt. Bij een systematische fout is het primair van belang dat de fiscaal dienstverlener maatregelen neemt om deze fout in de toekomst te voorkomen. Daarnaast moet worden beoordeeld of herstel in al ingediende aangiften noodzakelijk is. Bij het verwerken van een herstelactie kijkt de Belastingdienst of een boete moet worden opgelegd. Een boete wordt alleen opgelegd als een fout is geconstateerd en er sprake is van verwijtbaar gedrag.

7. Beëindiging deelname

In het fiscaaldienstverlenersconvenant is geregeld hoe een fiscaal dienstverlener zijn convenant kan beëindigen. Hij moet zijn redenen daarvoor vooraf schriftelijk kenbaar maken aan de Belastingdienst. Daarna volgt normaliter nog een mondeling overleg voordat de beëindiging van het convenant plaatsvindt. Over het beëindigen van de deelname aan horizontaal toezicht door de MKB-ondernemer is in het convenant niets geregeld. De ondernemer kan daarom volstaan met een schriftelijke mededeling aan zijn fiscaal dienstverlener dat hij de eerder gegeven verklaring van deelname intrekt. Zijn fiscaal dienstverlener zal de ondernemer vervolgens moeten afmelden bij de Belastingdienst. In de praktijk zal de afmelding daarna onderwerp van overleg zijn tussen de dienstverlener en de Belastingdienst.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal