HIR-lichamen

Bron: Redactie FiscaalTotaal

HIR-lichamen

De herinvesteringsreserve

Eerst even de herinvesteringsreserve in het kort.
Als op een bedrijfsmiddel door vervreemding (meestal verkoop) een boekwinst wordt behaald, mag deze boekwinst worden ingebracht in een herinvesteringsreserve (HIR). Dit bedrag blijft dus (tijdelijk) buiten de winst. De reserve kan niet alleen worden gevormd voor de boekwinst bij verkoop, maar ook voor boekwinst door een verzekeringsuitkering bij verlies of beschadiging dan wel door onteigening. Het doel van de herinvesteringsreserve is de belastingheffing over boekwinsten die behaald worden bij vervreemding van bedrijfsmiddelen uit te stellen zodat deze bedragen beschikbaar blijven voor de investering in vervangende bedrijfsmiddelen. Voor het kunnen vormen en behouden van een HIR gelden een aantal voorwaarden zoals het bestaan van een vervangingsvoornemen en herinvestering binnen (in beginsel) drie jaar.

Ik kan u desgewenst ook een dossier geven over de herinvesteringsreserve in het algemeen.

De antimisbruikbepaling

Een lichaam dat een gevormde herinvesteringsreserve nooit zal gebruiken voor aankoop van een vervangend bedrijfsmiddel moet de reserve (op enig moment) in de winst laten vrijvallen. Door verkoop van de aandelen aan een overnemer die wél wil herinvesteren kan dit worden voorkomen en kan het lichaam toch heffing over de HIR uitstellen. Daarom is in de Wet Vpb geregeld dat de HIR in bepaalde gevallen, ook als er geen sprake is van misbruik, wordt geacht te zijn vrijgevallen vóór de verkoop van de aandelen. Ook kan in die gevallen geen herinvesteringsreserve worden gevormd.

Een HIR moet aan de winst worden toegevoegd als het uiteindelijke belang – dit kan ook een financieel belang zijn – 30% of meer is gewijzigd. Daarnaast mag geen HIR worden gevormd als het besluit tot vervreemding van het bedrijfsmiddel vóór de belangenwijziging is genomen. De sanctie kan ook van toepassing zijn als de herinvesteringsreserve pas zou worden gevormd aan het eind van het jaar waarin het bedrijfsmiddel is vervreemd en vervolgens het uiteindelijk belang is gewijzigd.

Onderneming bestaat niet hoofdzakelijk uit beleggingen
De antimisbruikbepaling treedt niet in werking als aannemelijk wordt gemaakt dat gedurende de laatste drie maanden voorafgaande aan de belangwijziging het vermogen voor minder dan de helft heeft bestaan uit beleggingen. De herinvesteringsreserve valt dus alleen vrij als het uiteindelijke belang in de vennootschap in belangrijke mate is gewijzigd én de bezittingen gedurende drie maanden vóór de wijziging voor ten minste 50% hebben bestaan uit beleggingen.

Beleggingen zijn in dit kader ook bepaalde liquide middelen en onroerende zaken. Er wordt een uitzondering gemaakt voor bepaalde gevallen waarin het beleggen met gelden van derden behoort tot de door het lichaam gedreven onderneming.

Uitzonderingen
Een wijziging van het uiteindelijke belang in het lichaam blijft onder meer buiten aanmerking voorzover de wijziging voortvloeit uit een overgang krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht.

Vanaf 1 januari 2013

De wettekst is per 1 januari 2013 aangescherpt omdat er ontgaansmogelijkheden bestonden. Volgens de tot 2013 geldende letterlijke tekst van de antimisbruikbepaling bleef verplichte vrijval van de HIR namelijk beperkt tot gevallen waarin herinvestering plaatsvond na de wijziging van het belang. De Hoge Raad heeft echter op 23 mei 2014 de nieuwe wettekst feitelijk ook van toepassing verklaard op een aantal van deze ontgaansconstructies.

De aanscherping komt er op neer dat er een winstbijtelling plaatsvindt bij het HIR-lichaam als een (deel van een) herinvesteringsreserve is gebruikt voor de aanschaf van een vervangend bedrijfsmiddel en er een verband bestaat tussen deze verwerving en de belangenwijziging. Bij een belangenwisseling binnen zes maanden nadat het bedrijfsmiddel is verworven, wordt een verband tussen de belangenwijziging en de verwerving van het bedrijfsmiddel aanwezig geacht. Buiten die zesmaandsperiode ligt de bewijslast bij de inspecteur.

Tegenbewijsregeling
De belastingplichtige heeft de mogelijkheid om aan te tonen dat de belangenwijziging in die zesmaandstermijn samenhangt met feiten en omstandigheden die pas na de verwerving van het bedrijfsmiddel optraden én geen verband houden met die verwerving. Hij kan de inspecteur dan verzoeken om (dit deel van) de antimisbruikbepaling niet toe te passen.

Fiscale eenheid

Bij het bestaan van een fiscale eenheid is er sprake van één belastingplichtige en kan een herinvesteringsreserve in beginsel niet aan de hierin gevoegde dochtermaatschappijen worden toegerekend. Een fiscale eenheid heeft dan ook gevolgen voor de toepassing van de regeling voor HIR-lichamen. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen de ontvoeging van een dochter met een HIR en de voeging hiervan.

Mogelijke aansprakelijkstelling voor Vpb-schulden

Omdat de bezittingen van een HIR-lichaam voor 50% of meer uit beleggingen bestaan, kan de verkoper van de aandelen – ook als de antimisbruikbepaling buiten toepassing blijft – aansprakelijk worden gesteld voor de vennootschapsbelastingschulden van het lichaam na de verkoop. Deze aansprakelijkstelling treedt al in werking als het vermogen voor 30% of meer uit beleggingen bestaat en kent geen minimale belangwijziging maar er gelden wel wat nadere vereisten.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal


Gerelateerde nieuwsartikelen