Gevolgen overlijden partner

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Gevolgen overlijden partner

Inkomensaanvulling na het wegvallen van het inkomen van de partner kan bestaan uit:

1. Algemene nabestaandenwet;

2. Nabestaandenpensioen;

3. Lijfrente (verzekering/bancair);

4. Overeengekomen overlijdensrisicoverzekering;

5. Vermogen box 3.

1. Algemene nabestaandenwet

Mogelijk heeft u als uw partner overlijdt recht op een uitkering op basis van Algemene nabestaandenwet (Anw). De Anw kent twee soorten uitkeringen, namelijk de nabestaandenuitkering en de wezenuitkering.

Nabestaandenuitkering
De partner van een overledene heeft recht op een nabestaandenuitkering als:

i. de partner in Nederland woonachtig of werkzaam was; én

ii. de partner een kind jonger dan 18 jaar verzorgt; of

iii. de partner voor 45% of meer arbeidsongeschikt is; of

iv. de partner geboren is vóór 1950.

De nabestaandenuitkering bedraagt maximaal 70% van het netto minimumloon en is afhankelijk van het inkomen. Hierbij wordt rekening gehouden met het inkomen uit arbeid (zoals loon, winst uit onderneming) of in verband met arbeid (uitkeringen op grond van WIA, WW e.d.) Voor inkomen uit arbeid geldt een gedeeltelijke vrijlating. Bedraagt het inkomen uit arbeid per maand meer dan € 2.489 (januari 2016) dan wordt de nabestaandenuitkering volledig gekort met de inkomsten. Voor het inkomen in verband met arbeid geldt geen vrijlating. Is de uitkering (inkomen in verband met arbeid) meer dan € 1.151, dan ontvangt de nabestaande geen nabestaandenuitkering. Inkomen uit vermogen, zoals dividend of rente en uitkeringen uit een nabestaandenpensioen of een nabestaandenlijfrente worden vrijgelaten.

De Anw-uitkering eindigt op het moment dat het jongste kind de leeftijd van 18 jaar bereikt of wanneer de nabestaande de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, of wanneer de nabestaande niet langer 45% of meer arbeidsongeschikt is.

De halfwezenuitkering voor nabestaanden met een kind jonger dan 18 jaar is vervallen. Wel is voor deze groep de nabestaandenuitkering omhoog gegaan. Als de nabestaande een kind heeft dat jonger is dan 18 jaar en indien de nabestaande op of na 1 april 2013 voor het eerst recht op een nabestaandenuitkering krijgt, dan geldt deze verandering per 1 juli 2013. Als de nabestaande op 1 april 2013 al recht op een halfwezenuitkering had, dan geldt deze verandering per 1 oktober 2013. Tegelijkertijd is de Anw-nabestaandenuitkering verhoogd voor een nabestaande met een kind van onder de 18 jaar. De verhoging is even hoog als de halfwezenuitkering was, namelijk 20% van het netto minimumloon. De Anw-nabestaandenuitkering komt daarmee op 90% van het netto minimumloon voor iemand met een kind onder de 18 jaar.

Wezenuitkering
Kinderen van wie beide ouders zijn overleden kunnen recht hebben op een wezenuitkering. De volle wees moet dan jonger zijn dan 16 jaar. In sommige gevallen kan de wezenuitkering worden verlengd tot 18 jaar of 21 jaar. De hoogte van de wezenuitkering is niet afhankelijk van inkomen.

2. Nabestaandenpensioen

Als u deelneemt in een pensioenregeling is mogelijk voor uw partner bij overlijden ook een partnerpensioen geregeld. Daarnaast kan voor uw kinderen ook een wezenpensioen zijn opgenomen. U kunt dit vinden in de pensioenregeling, maar ook op uw uniform pensioenoverzicht (UPO) is te vinden wat er aan pensioen is geregeld bij overlijden. Kenmerk van nabestaandenpensioen is dat het periodieke uitkeringen betreft die ingaan bij overlijden van de werknemer en die toekomen aan de partner en/of kinderen van de werknemer. Ook de hoogte van het nabestaandenpensioen treft u aan in de pensioenregeling zelf en op het uniform pensioenoverzicht.

Uitgangspunt is dat het partnerpensioen na overlijden direct ingaat. Dit is alleen niet noodzakelijk als na het overlijden van de (ex-)werknemer ook een uitkering op grond van de Anw ingaat. In die gevallen kan ervoor worden gekozen het partnerpensioen onmiddellijk te laten ingaan nadat de uitkeringen op grond van de Anw zijn beëindigd.

Met ingang van 1 januari 2015 is het loon waarover pensioenrechten kunnen worden opgebouwd, gemaximeerd op een bedrag van € 103.317 (2017). Wel is het mogelijk voor een werknemer om nettopensioenrechten over het loon boven dit bedrag op te bouwen. Een werknemer doet dit vanuit zijn nettoloon. Eventuele uitkeringen te zijner tijd zijn niet belast. Verder geldt er onder voorwaarden een vrijstelling in box 3 over de opgebouwde waarde. Een werknemer kan de volgende pensioenvormen opbouwen: netto ouderdomspensioen, netto partnerpensioen en netto wezenpensioen.

3. Lijfrente

Indien u of uw partner een lijfrente heeft gesloten kan deze bij overlijden tot uitkering komen. Bij een lijfrenteverzekering worden dan periodieke uitkeringen verzekerd die uitgekeerd worden zolang iemand in leven is. Bij overlijden van de rekeninghouder van de lijfrentebankspaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht moet de erfgenaam van de rekeninghouder zelf een rente aankopen voor een bepaalde duur.

De lijfrente-uitkeringen moeten direct ingaan bij overlijden. Ook hierbij geldt dat evenals bij pensioen uitstel van de nabestaandenlijfrente toegestaan is als de nabestaande een Anw-uitkering ontvangt. Uitstel van het laten ingaan van de uitkering is dan mogelijk tot het moment dat de Anw-uitkering eindigt.

Verschil verzekeringslijfrente/ bancaire lijfrente
Anders dan bij een lijfrenteverzekering is er bij een bankspaarlijfrente geen begunstigde bij overlijden met een eigen recht op uitkering. Bij een lijfrentespaarrekening en/of lijfrentebeleggingsrecht is de afwikkeling afhankelijk van de wijze waarop de nalatenschap wordt afgewikkeld. De lijfrente maakt dan onderdeel uit van de totale nalatenschap. De erfgenaam van de rekeninghouder is dan rechthebbende van de bancaire lijfrente. Bij een lijfrenteverzekering is dit niet het geval. De uitkering komt op basis van de verzekeringsovereenkomst toe aan de begunstigde. Deze uitkering gaat dan buiten de nalatenschap om.

Met ingang van 1 januari 2015 kan over loon boven een bedrag van € 103.317 (2017) geen pensioen meer opgebouwd worden. Het is wel mogelijk om nettopensioenrechten boven dit bedrag op te bouwen. Daarnaast kan een belastingplichtige over inkomen boven dit bedrag nettolijfrente opbouwen. Ook de nettolijfrente wordt opgebouwd over het netto-inkomen, waarbij de uitkeringen te zijner tijd onbelast zijn. Verder geldt een vrijstelling voor de nettolijfrente in box 3. Een nettolijfrente kan voor een oudedagsvoorziening of voor verzorging van nabestaanden gebruikt worden. Ook een nettolijfrente moet voldoen aan voorwaarden die voor de normale lijfrente gelden.

4. Overeengekomen overlijdensrisicoverzekering

De (gewone) overlijdensrisicoverzekering keert een kapitaal ineens uit. De uitkering is dan door de begunstigde vrij te besteden. Risicoverzekeringen worden vaak gesloten in combinatie met een hypothecaire geldlening. Vaak is ook een uitkering bij overlijden verzekerd bij een kapitaalverzekering eigen woning (KEW). Bij overlijden van de verzekerde moet bij een KEW met de uitkering een verplichte aflossing van de eigenwoningschuld plaatsvinden. Voor de mogelijke gevolgen voor de erfbelasting geldt dat als iets is onttrokken aan het vermogen van de overledene die verzekerd was, de uitkering belast is.

5. Vermogen box 3

Uiteraard kunt u ook zelf sparen of beleggen om zo een aanvullende nabestaandenvoorziening op te bouwen. Als u dit niet via een lijfrente doet, is de inleg of de premie niet aftrekbaar. Voordeel is wel dat u ook niet hoeft te voldoen aan de fiscale voorwaarden die de wetgever aan een lijfrente stelt. Uw geld is vrij beschikbaar en u hoeft geen tijdelijke of levenslange uitkering voor het gespaarde geld aan te kopen. Onder het zelf gespaarde vermogen kunnen worden gerekend de effectenportefeuille, de spaartegoeden en ander vermogen.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal


Gerelateerde nieuwsartikelen