Fiscale woonplaats

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Fiscale woonplaats

De woonplaats van natuurlijke personen en de vestigingsplaats van rechtspersonen oftewel lichamen is in de fiscaliteit een belangrijk onderwerp. Hierna wordt duidelijk dat dit onderwerp immers onder meer bepaalt in hoeverre de natuurlijke persoon of lichaam in Nederland binnenlands of buitenlands belastingplichtig is en in hoeverre (in het bijzonder) lichamen gebruik kunnen maken van de Nederlandse fiscale faciliteiten en bijvoorbeeld de toepassing van een belastingverdrag.

1. Woonplaats en vestigingsplaats

De woonplaats van natuurlijke personen en de vestigingsplaats van een lichaam zijn van belang voor de beoordeling of sprake is van binnenlandse belastingplicht. Bij binnenlandse belastingplicht wordt het gehele wereldinkomen in Nederland belast. Alle inkomensbestanddelen waar ter wereld ook verdiend, dienen dan opgegeven te worden in de Nederlandse belastingaangifte.

De woonplaats van natuurlijke personen en de vestigingsplaats van lichamen worden beoordeeld naar omstandigheden. Onder omstandigheden worden verstaan de feitelijke (objectieve) omstandigheden.

Alle van belang zijnde omstandigheden dienen bij de bepaling van de woon-en vestigingsplaats in aanmerking genomen te worden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de woonplaats van natuurlijke personen en de vestigingsplaats van lichamen.

2. Woonplaats natuurlijke personen

De fiscale woonplaats van natuurlijke personen wordt dus beoordeeld naar de omstandigheden. Dit is een open norm waarbij de volgende elementen van belang zijn. Een belangrijke vraag hierbij is of een duurzame band van persoonlijk aard bestaat tussen de betrokken persoon en Nederland.

Voor de beoordeling of een duurzame betrekking van persoonlijke aard aanwezig is, worden met name de navolgende factoren van belang geacht:

– het al dan niet hebben van een duurzame (ingerichte) woongelegenheid;

– het al dan niet hebben van een gezin en de verblijfplaats van het gezin of familie;

– het land waar arbeid wordt verricht;

– het al dan niet aanhouden van een woning in het land (naar welk de persoon zal terugkeren);

– de nationaliteit;

– het land waar de betrokken persoon een financiële band mee heeft;

– het al dan niet uitgeschreven zijn in het bevolkingsregister;

– het land waar het gas-, elektriciteits- en waterverbruik plaatsvindt;

– het land waar verzekeringen zijn afgesloten en medische behandelingen worden ondergaan (tandarts en huisarts);

– een lidmaatschap van een sportvereniging, kerk of charitatieve instelling;

– het land waar abonnementen worden aangehouden.

Bovengenoemde factoren zijn op zichzelf niet doorslaggevend. Zo zullen de factoren in elk voorkomend geval tegen elkaar moeten worden afgewogen om tot een beslissing te komen. De inschrijving in het bevolkingsregister is een hulpmiddel, maar zal niet beslissend zijn voor de bepaling van de woonplaats.

Een tijdelijke verhuizing naar het buitenland hoeft niet direct gevolgen te hebben voor de fiscale woonplaats. Tijdelijk verblijf in het buitenland betekent namelijk niet direct dat geen sprake meer is van binnenlandse belastingplicht. In geval van tijdelijke verhuizing houdt de fiscus rekening met alle relevante feiten en omstandigheden en de intentie van de belastingplichtige.

3. Vestigingsplaats lichamen

De plaats van vestiging van lichamen wordt eveneens naar de omstandigheden beoordeeld. De plaats waar de feitelijke (werkelijke) leiding van het lichaam is gelegen, is hier van beslissende betekenis.

De plaats waar de leiding haar dagelijkse werkzaamheden uitvoert. Dit kan dus een andere plaats zijn dan de plaats waar de activiteiten van een lichaam zich bevinden.

De volgende factoren kunnen hulp bieden om te bepalen waar de feitelijke leiding zich bevindt:

– de plaats waar de onderneming wordt gedreven;

– de plaats waar de aandeelhouders vergaderen;

– de plaats waar de bestuurders vergaderen;

– de plaats waar de boekhouding wordt bijgehouden en de jaarrekening wordt opgemaakt;

– de inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel;

– de statutaire zetel;

– het recht van oprichting van het lichaam.

Voor de beoordeling van een vestigingsplaats van een lichaam moet steeds ervan uitgegaan worden dat de dagelijkse leiding wordt uitgeoefend door het bestuur en de vestigingsplaats overeenkomt met de plaats waar dit bestuur zijn taken uitoefent.

Als sprake is van een fiscale eenheid geldt dat alleen de plaats van de feitelijke leiding van de moeder beslissend is voor de bepaling van haar woonplaats. Voor het inwonerschap van de moeder is de plaats van de feitelijke leiding van de dochters niet belangrijk.

4. De woon- en vestigingsplaatsficties

De verschillende heffingswetten kennen ook ficties die de woonplaats van natuurlijke personen en vestigingsplaats van lichamen bepalen. Dit houdt in dat de feitelijke omstandigheden niet meer bepalend zijn. Aan de hand van een specifiek criterium wordt de woonplaats of vestigingsplaats vastgesteld. Een criterium kan bijvoorbeeld het oprichtingsrecht van een lichaam zijn of de nationaliteit van een natuurlijk persoon.

Zo wordt een persoon die op twee tijdstippen binnen een jaar in Nederland woonde, geacht in de tussenliggende periode ook in Nederland te hebben gewoond. Een uitzondering op deze regel wordt gemaakt indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat hij in de tussenliggende periode in een ander land heeft gewoond, of als de belastingplichtige in de tussenliggende periode als inwoner in de belastingheffing van een ander land betrokken is geweest.

Een Nederlander die in dienstbetrekking staat tot de Staat der Nederlanden en naar het buitenland is uitgezonden, wordt geacht steeds in Nederland te wonen. Ook de leden van het administratieve, technische en bedienende personeel van de Nederlandse diplomatieke zendingen en consulaire posten in het buitenland worden geacht in Nederland te wonen.

Uitgezonden werknemers, zoals ontwikkelingswerkers en militairen met de Nederlandse nationaliteit in Nederlandse overheidsdienst, worden geacht in Nederland te wonen; dit om hen zo weinig mogelijk te belemmeren in de uitoefening van hun werkzaamheden. De positie van deze werknemers is daardoor vergelijkbaar met die van diplomaten en consulaire ambtenaren.

Indien een belastingplichtige geacht wordt in Nederland te wonen, dan worden ook diens partner en kinderen geacht in Nederland te wonen. Dit geldt echter alleen voor kinderen die jonger zijn dan 27 jaar en in belangrijke mate door de belastingplichtige worden onderhouden.

5. Vestigingsplaatsficties voor lichamen

Naar Nederlands recht opgerichte lichamen worden steeds geacht in Nederland te zijn gevestigd.

6. Belastingverdragen

Woon- en vestigingsplaatsbepalingen zijn ook neergelegd in belastingverdragen. De belastingverdragen zijn alleen van toepassing op inwoners van de verdragsluitende staten. De woonplaats- en vestigingsplaatsbepalingen in de verdragen zorgen voor een rolverdeling van de heffingsbevoegdheden tussen de verdragslanden. De woon- en vestigingsplaatsbepaling in belastingverdragen moet aansluiten bij het nationaal belastingrecht. Dit betekent dat als een persoon volgens het nationale recht van twee landen inwoner is, hij voor het verdrag ook inwoner is van beide verdragsluitende staten.

Indien beide verdragslanden tot de conclusie komen dat een natuurlijk persoon op hun grondgebied woont is sprake van een dubbele woonplaats (‘dual residence’). Een dubbele woonplaats doet zich bijvoorbeeld voor als een persoon in de ene staat feitelijk woont, terwijl hij de nationaliteit heeft van de andere staat, die hem op die grond als binnenlands belastingplichtige aanmerkt.

Een lichaam dat naar buitenlands recht is opgericht, maar feitelijk in Nederland is gevestigd, zal tevens een dubbele vestigingsplaats hebben. Hetzelfde geldt bij een naar Nederlands recht opgericht lichaam waarvan de werkelijke leiding zich in het buitenland bevindt.

Een dubbele woon- of vestigingsplaats zou ertoe kunnen leiden dat een belastingplichtige in twee staten belasting moet betalen. Om dit te voorkomen, is in de meeste belastingverdragen een conflictregel opgenomen, de zogenoemde ‘tie-breaker’. Dit is om te beslissen in welke van beide verdragsstaten de belastingplichtige woont of is gevestigd.

Voor natuurlijke personen met een dubbele woonplaats geldt, in de aangegeven volgorde, de volgende beslissende criteria:

– beschikbaarheid van een duurzaam tehuis (feitelijk wonen is niet noodzakelijk, maar de woning mag niet verhuurd zijn);

– middelpunt van levensbelangen (de staat waarmee de persoonlijke en economische belangen het nauwst zijn);

– land van gewoonlijk verblijf;

– nationaliteit.

Indien na de voorgenoemde criteria nog een dubbele woonplaats blijft bestaan, moeten beide staten dit probleem in onderling overleg oplossen.

Voor lichamen met een dubbele vestigingsplaats is dat lichaam slechts daar gevestigd waar de werkelijke leiding zich bevindt.

Als sprake is van een dubbele vestigingsplaats wordt in nagenoeg alle door Nederland gesloten belastingverdragen bepaald dat een lichaam geacht wordt te zijn gevestigd in het land waar de werkelijke leiding zich bevindt.

7. Besluit voorkoming dubbele belasting 2001

Nederland heeft zijn eigen nationale regeling om internationale dubbele belasting te voorkomen. Dit is het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 (Bvdb 2001). De functie van het Bvdb 2001 is het voorkomen van dubbele belasting in niet-verdragsituaties. Hierop kunnen binnenlandse belastingplichtigen wel en buitenlands belastingplichtigen geen beroep op doen.

8. Overige regelingen

Buiten het Bvdb 2001 zijn er nog verschillende belangrijke bepalingen te vinden in de Nederlandse belastingwetgeving. Met deze bepalingen wordt tevens internationale dubbele belasting weggenomen of verzacht. Hierbij kan gedacht worden aan:

– de deelnemingsvrijstelling en de deelnemingsverrekening bij laagbelaste beleggingsdeelnemingen;

– de stakingsverliesregeling en de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten;

– bepalingen die de mogelijkheid bieden om buitenlandse belastingen als kostenpost in aanmerking te nemen.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal