Fiscale eenheid in de BTW

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Fiscale eenheid in de BTW

Juridisch zelfstandige btw-ondernemers die in Nederland gevestigd zijn, kunnen onder voorwaarden als één btw-ondernemer worden aangemerkt. Als één btw-ondernemer aangemerkt worden heeft voordelen, maar ook nadelen. In dit dossier bespreken we de fiscale eenheid in de btw en komen de fiscale deelonderwerpen aan bod.

1. Wat is de fiscale eenheid in de BTW

Onder normale omstandigheden moet bedrijf A btw in rekening brengen aan bedrijf B voor leveringen of diensten. Bedrijf A en bedrijf B moeten ieder afzonderlijk de verschuldigde btw berekenen en afdragen. Het vormen van een fiscale eenheid in de omzetbelasting zorgt ervoor dat afzonderlijke ondernemingen als één ondernemer worden aangemerkt voor de btw. Als bedrijf A en B een fiscale eenheid in de btw vormen, dan worden de leveringen en diensten tussen beide ondernemingen buiten de heffing gelaten.

2. Voor- en nadelen van een fiscale eenheid in de BTW

Het voordeel is belastingbesparing; zoals hierboven beschreven, blijven de leveringen en diensten tussen de onderdelen van een fiscale eenheid in de btw buiten de heffing, omdat ze worden beschouwd als interne prestaties. Dit levert een voordeel op als de in rekening gebrachte btw zonder aanwezigheid van een fiscale eenheid niet volledig aftrekbaar is.

Bij de vorming van een fiscale eenheid krijgt deze een nieuw btw-identificatienummer. De aangiften omzetbelasting worden gedaan onder dit nieuwe nummer. In beginsel doet de fiscale eenheid één (geconsolideerde) btw-aangifte en één Opgaaf intracommunautaire leveringen.

Een belangrijk nadeel van de fiscale eenheid is de hoofdelijke aansprakelijkheid: de onderdelen die deel uitmaken van de fiscale eenheid zijn hoofdelijk aansprakelijk voor elkaars btw-schulden die zijn ontstaan tijdens het bestaan van de fiscale eenheid. Als bedrijf X goederen heeft ingekocht en de voorbelasting heeft geclaimd, maar de factuur nog niet heeft betaald, zijn de andere onderdelen die deel uitmaken van de fiscale eenheid hoofdelijk aansprakelijk voor de btw-schuld bij een correctie van de reeds in aftrek gebrachte voorbelasting.

3. Voorwaarden

De voorwaarden voor een fiscale eenheid in de btw zijn:

3.1. De deelnemer is een btw-ondernemer of wordt als zodanig aangemerkt
Een fiscale eenheid kan bestaan tussen natuurlijke personen en lichamen. Een eenmanszaak met enkele BV´s kunnen dus samen een fiscale eenheid vormen. Ook stichtingen kunnen – onder bepaalde voorwaarden – een fiscale eenheid vormen. Een directeur-grootaandeelhouder is volgens een beslissing van het Hof van Justitie geen ondernemer voor de werkzaamheden die hij verricht ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst die hem aan zijn BV bindt. Hij kan dus geen deel uitmaken van een fiscale eenheid. Een situatie waarin vaak wel sprake zal zijn van een fiscale eenheid met de directeur-grootaandeelhouder is die waarin een directeur-grootaandeelhouder bedrijfspanden in privé heeft en die panden aan zijn werkmaatschappij(en) of aan derden verhuurt. De directeur-grootaandeelhouder is dan op grond van die activiteiten wel btw-ondernemer en hij zal dan in de regel ook voldoen aan de andere voorwaarden, zodat hij onderdeel kan zijn van de fiscale eenheid btw.

Een holding die geen andere activiteiten ontplooit dan het houden van aandelen in andere vennootschappen is geen btw-ondernemer en kan dus geen deel uitmaken van een fiscale eenheid. Een enigszins andere situatie doet zich voor bij de zogenoemde topholding. Hiermee wordt een houdstermaatschappij bedoeld die een sturende en beleidsbepalende functie vervult ten dienste van de binnen een concern opererende werkmaatschappijen. Zij houdt zich in sterke mate bezig met de besluitvorming binnen het concern en vervult een wezenlijke economische functie. In dat geval kan het houden van aandelen worden aangemerkt als een middel om in concernverband te komen tot zeggenschap over en verantwoordelijkheid voor de daadwerkelijke ondernemersactiviteiten van de gelieerde werkmaatschappijen en kan het dus niet meer alleen als beleggingsdoel worden gezien. De Belastingdienst staat op grond van een goedkeuring toe dat de topholding deel uitmaakt van een fiscale eenheid, ook al zou zij zelf geen btw-ondernemer zijn.

Ook als slechts voor een deel van de activiteiten sprake is van btw-ondernemerschap, kan deze persoon volledig deel uitmaken van een fiscale eenheid.

Buiten Nederland wonende of gevestigde ondernemers kunnen niet tot een fiscale eenheid behoren. Voor de beoordeling van de vestigingsplaats van een ondernemer is de plaats van werkelijke leiding bepalend. Het is mogelijk dat een buiten Nederland gevestigde ondernemer in Nederland beschikt over een vaste inrichting. Volgens de Hoge Raad kan die in het buitenland gevestigde ondernemer, samen met de vaste inrichting in Nederland, wel deel uitmaken van een fiscale eenheid. Het buitenlandse hoofdkantoor wordt door de vaste inrichting als het ware ‘meegesleept’ in de Nederlandse fiscale eenheid.

3.3. De deelnemers zijn financieel verweven

Voor verwevenheid in financieel opzicht geldt de voorwaarde dat ten minste de meerderheid van de aandelen in elk van de vennootschappen – daaronder begrepen de zeggenschap – middellijk of onmiddellijk in dezelfde handen is. Van ‘in dezelfde handen zijn’ is ook sprake als de meerderheid van de aandelen in enkele ondernemingen in handen is van dezelfde groep personen, mits die personen ten aanzien van de ondernemingen als eenheid samenwerken. Aan het vereiste van ‘de meerderheid van de aandelen’ (dus meer dan 50%) wordt strikt de hand gehouden. Vereist is dat de een de ander(en) in financieel opzicht overheerst en over de aan de meerderheid van de aandelen verbonden zeggenschap beschikt. Voor de financiële verwevenheid bij stichtingen bestaan aparte voorwaarden die zijn geformuleerd in de jurisprudentie.

3.4. De deelnemers zijn organisatorisch verweven

Voor verwevenheid in organisatorisch opzicht is vereist dat:
– de betrokken lichamen onder een gezamenlijke, althans als eenheid functionerende, leiding staan; of
– de leiding van het ene lichaam feitelijk ondergeschikt is aan de leiding van het andere lichaam.

Bij de beoordeling of dezelfde persoon of groep van personen het voor het zeggen heeft, kan niet alleen worden gelet op de samenstelling van de directie en/of de raad van commissarissen, maar spelen ook de feitelijke zeggenschapsverhoudingen een rol.

3.5. De deelnemers zijn economisch verweven

Van verwevenheid in economisch opzicht is sprake als:
– de activiteiten van de vennootschappen in hoofdzaak strekken tot verwezenlijking van eenzelfde economisch doel; of
– de activiteiten van de ene vennootschap in hoofdzaak ten behoeve van de andere vennootschap worden uitgeoefend.

4. Begin en einde fiscale eenheid in de BTW

Begin van de fiscale eenheid
Ten eerste moet zijn voldaan aan de voorwaarden voor een fiscale eenheid zoals beschreven in onderdeel 3. De btw- wetgeving kent de bepaling dat de onderdelen van de fiscale eenheid door de inspecteur bij beschikking als één ondernemer wordt aangemerkt. De inspecteur kan de beschikking afgeven op schriftelijk verzoek van de ondernemingen die als eenheid willen worden aangemerkt. Ook kan hij zonder dat er een verzoek is gedaan, bij beschikking beslissen dat er sprake is van een fiscale eenheid. Dit zal het geval zijn als hij op grond van eigen bevindingen (bijvoorbeeld na een controle) tot de conclusie komt dat bepaalde ondernemingen in financieel, organisatorisch en economisch opzicht een eenheid vormen. Als ondernemingen het met de beschikking van de inspecteur niet eens zijn, kan daartegen een bezwaarschrift worden ingediend.

Let op! Een beschikking fiscale eenheid is geen vereiste om een fiscale eenheid te vormen. Van een fiscale eenheid kan dus ook sprake zijn als er geen beschikking is afgegeven door de inspecteur.

Einde van de fiscale eenheid
Een fiscale eenheid houdt op te bestaan als de eenheid in financieel, organisatorisch en/of economisch opzicht wordt verbroken. Bij het einde van een fiscale eenheid is geen beschikking van de inspecteur vereist. In de gevallen waarin met betrekking tot het bestaan van een fiscale eenheid door de inspecteur een beschikking is afgegeven en de ondernemer tot de conclusie komt dat een fiscale eenheid (ten aanzien van een bepaalde onderneming) niet meer bestaat, doet hij er verstandig aan dit zo spoedig mogelijk schriftelijk te melden aan de inspecteur. De ondernemer loopt anders het risico dat de inspecteur achteraf constateert dat de eenheid heeft opgehouden te bestaan en dat onjuiste aangiften omzetbelasting zijn gedaan. Ook bestaat de kans dat bepaalde ondernemingen aansprakelijk worden gesteld voor de omzetbelastingschuld van de fiscale eenheid die eigenlijk al niet meer bestaat.

Als BV’s na het verbreken van een fiscale eenheid onderling prestaties verrichten, nemen die BV’s volgens de rechter deel aan het economisch verkeer en zijn zij over die prestaties btw verschuldigd.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal