Dividend, interest, royalty’s en bronbelasting

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Dividend, interest, royalty’s en bronbelasting

Een Nederlandse rechtspersoon (bijvoorbeeld een bv) die investeringen doet in het buitenland kan te maken krijgen met dubbele belasting. Van dubbele belasting is sprake wanneer over dezelfde inkomsten zowel in Nederland als in het buitenland belasting wordt geheven. Omdat deze dubbele belasting door Nederland als ongewenst wordt beschouwd, worden onder meer belastingverdragen met andere landen gesloten waarin wordt overeengekomen welk land over welke inkomsten mag heffen en welk land voorkoming van dubbele belasting moet verlenen.

Uit het buitenland verkregen inkomsten kunnen worden onderverdeeld in actieve en passieve inkomsten.

1. Actieve inkomsten

Van actieve inkomsten is sprake wanneer bijvoorbeeld een Nederlandse bv een filiaal opent in Brazilië. Een dergelijk filiaal vertegenwoordigt immers daadwerkelijke economische activiteiten (die dus actieve inkomsten genereren) in Brazilië. Om ervoor te zorgen dat de bv met haar filiaal in Brazilië niet een concurrentienadeel leidt ten opzichte van Braziliaanse filialen, past Nederland een objectvrijstellingsmethode toe. Nederland laat op grond van een belastingverdrag de heffing dus volledig aan Brazilië voor wat betreft de aldaar gegenereerde actieve inkomsten.

2. Passieve inkomsten

Naast actieve inkomsten zijn er ook passieve inkomsten. Voor het verkrijgen van passieve inkomsten is geen daadwerkelijke economische activiteit in het buitenland nodig (vandaar de term ‘passieve inkomsten’). Er zijn in beginsel drie vormen van passieve inkomsten: dividend, royalty’s en rente.

Er is sprake van dividend wanneer een bv betalingen ontvangt als gevolg van haar aandelenbelang in een andere, in dit geval buitenlandse, rechtspersoon. Dividend is in feite het laten meedelen van de aandeelhouders in de gerealiseerde winsten.

Voor het ontvangen van royalty’s is geen verband met aandelen nodig. Gedacht moet worden aan een vergoeding die een bv ontvangt als gevolg van het aan een ander toestaan gebruik te maken van bijvoorbeeld haar octrooi of auteursrecht.

De laatste vorm van passieve inkomsten is rente. Hiervan is sprake wanneer een bv een lening verstrekt aan een in het buitenland gevestigd(e) lichaam/persoon waarvoor hij als vergoeding rente ontvangt.

Bij deze passieve inkomsten past Nederland de verrekeningsmethode toe. In een dergelijk geval verleent Nederland voor die bronbelasting een vermindering op de te betalen vennootschapsbelasting. Per saldo betekent dit dat over die passieve inkomsten een belastingtarief wordt geheven dat gelijk is aan het Nederlandse vennootschapsbelastingtarief.

3. Waarom is het belangrijk voorkoming van dubbele belasting te verkrijgen en waar is dit geregeld?

Dubbele belasting is schadelijk voor de Nederlandse economie. Indien Nederland geen voorkoming van dubbele belasting zou verlenen zou dit haar ondernemingen in feite ontmoedigen om op internationale schaal te opereren. Gezien de geringe grootte van de Nederlandse afzetmarkt zou dit kunnen betekenen dat Nederlandse bedrijven met globale ambities Nederland verlaten. Andersom geldt ook dat buitenlandse bedrijven er hierdoor voor kunnen kiezen om zich niet in Nederland te vestigen. Vandaar dat Nederland zich erg hard maakt om dubbele belasting zoveel mogelijk te voorkomen. Daartoe heeft het twee mogelijkheden: eenzijdige voorkoming en bilaterale (tweezijdige) voorkoming. Nederland past beide mogelijkheden toe.

In beginsel wordt voorkoming van dubbele belasting door Nederland zoveel mogelijk bilateraal geregeld in de vorm van belastingverdragen met afzonderlijke landen. In deze verdragen wordt met het andere land geregeld wie over welke inkomsten mag heffen, en welk land dus qua heffing moet terugtreden (voorkoming van dubbele belasting moet verlenen).

Voor landen waarmee Nederland geen belastingverdrag heeft afgesloten, past het voor de voorkoming van dubbele belasting de eenzijdige voorkoming toe zoals geregeld in het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001. Voor wat betreft de passieve inkomsten wordt in een dergelijk geval echter alleen eenzijdige voorkoming verleend op inkomsten uit ontwikkelingslanden die aldaar in de heffing zijn betrokken. Wanneer sprake is van een verdrag zal de verdeling van heffingsbevoegdheid moeten worden gevolgd zoals neergelegd in dat verdrag. Pas wanneer geen verdrag van toepassing is kan worden teruggevallen op eenzijdige voorkoming.

Voor passieve inkomsten geldt in algemene zin, zowel bilateraal als eenzijdig, dat de heffingsbevoegdheid primair bij het woonland berust (d.w.z. het land waar de inkomsten worden ontvangen) maar dat het bronland (d.w.z. het land van waaruit de inkomsten worden betaald) hier ook over mag heffen, maar dan meestal tegen een gereduceerd tarief. Het woonland zal in verdragen altijd worden aangewezen als het land dat voorkoming van dubbele belasting moet verlenen.

4. De verrekeningsmethode

De verrekeningsmethode is de wijze waarop Nederland voorkoming van dubbele belasting verleent ten aanzien van passieve buitenlandse inkomsten en bestaat uit drie limieten. Voor slechts de laagste van deze drie limieten wordt verrekening (vermindering van de in Nederland verschuldigde vennootschapsbelasting) verleend. Het is dus noodzakelijk dat voor het te verrekenen bedrag eerst alle drie de limieten worden berekend. Deze limieten zijn:
– eerste limiet: de buitenlandse bronbelasting;
– tweede limiet: de netto buitenlandse passieve inkomsten x vennootschapsbelastingtarief;
– derde limiet: de verschuldigde vennootschapsbelasting.

De eerste limiet betreft het bedrag dat het andere land aan bronbelasting heeft ingehouden.

De tweede limiet berekent het bedrag aan vennootschapsbelasting dat in Nederland over de netto buitenlandse passieve inkomsten is verschuldigd.

De derde en laatste limiet voorkomt dat er vennootschapsbelasting terug moet worden gegeven. Als er geen vennootschapsbelasting is verschuldigd, is het niet mogelijk om bronbelasting te verrekenen.

5. Gezamenlijk of afzonderlijk

In het geval een Nederlandse rechtspersoon passieve inkomsten ontvangt uit diverse landen is het de vraag of de verrekeningsmethode per land afzonderlijk moet worden toegepast of gezamenlijk (de passieve inkomsten en bronheffingen uit de diverse landen worden bij elkaar opgeteld). Het verschil tussen de afzonderlijke en gezamenlijke methode kan beduidend zijn. In het algemeen geldt dat de gezamenlijke methode altijd gunstiger uitpakt, behalve wanneer de passieve inkomsten uit een land, na aftrek van de aan deze inkomsten toerekenbare kosten, per saldo negatief is. In dat laatste geval kan toepassing van de afzonderlijke methode gunstiger uitvallen.

Voor wat betreft de landen waarmee een verdrag is gesloten, geldt als uitgangspunt dat de afzonderlijke methode moet worden toegepast. Echter, de Belastingdienst hanteert als uitgangspunt dat voor verdragslanden de gezamenlijke methode geldt, tenzij wordt gekozen voor de afzonderlijke methode. Deze keuze voor de afzonderlijke methode dient in de aangifte kenbaar te worden gemaakt en mag per kalenderjaar of per jaar worden gemaakt.

6. Toerekenbare kosten

Bij de berekening van de tweede limiet van de verrekeningsmethode moet rekening worden gehouden met de kosten die toerekenbaar zijn aan de buitenlandse passieve inkomsten; er wordt immers uitgegaan van de netto buitenlandse passieve inkomsten. De gedachtegang hierachter is dat Nederland niet meer voorkoming van dubbele belasting hoeft te verlenen dan het zelf aan vennootschapsbelasting over de buitenlandse inkomsten heeft kunnen heffen. Als immers geen vennootschapsbelasting is geheven, is er in beginsel geen sprake van dubbele heffing en is er geen noodzaak tot het verlenen van voorkoming van dubbele belasting.

7. Doorschuiven (voortwentelen) van niet verrekende bronbelasting

Als gevolg van de limietwerking kan het zich voordoen dat in enig jaar de ingehouden bronbelasting groter is dan de verrekende bronbelasting. Dit onverrekend gebleven deel van de bronbelasting verdampt dan niet, maar kan in volgende jaren worden verrekend. Het niet verrekende deel van de bronbelasting in enig jaar wordt op grond daarvan aangemerkt als een bronbelasting in het volgende jaar.

8. Kostenaftrek

In sommige gevallen kan het zo zijn dat de buitenlandse bronbelasting niet kan worden verrekend, bijvoorbeeld in het geval er sprake is van hoge toerekenbare kosten of in het geval een bedrijf jarenlang in een verlieslatende positie verkeert. Voor deze gevallen is er de mogelijkheid om in plaats van verrekening te kiezen voor kostenaftrek. De buitenlandse bronbelasting kan dan als kosten in aanmerking worden genomen bij de bepaling van de fiscale winst.

In het algemeen geld dat kostenaftrek alleen voordeliger is dan verrekening wanneer: ;
– Bronbelasting x Vpb-tarief > netto buitenlandse passieve inkomsten x Vpb-tarief; of
– Bronbelasting x Vpb-tarief > belastbaar bedrag x Vpb-tarief


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal